Menu
75 jaar geleden overleed Arthur Vanderpoorten in Bergen-Belsen
Collectie
woensdag 1 april 2020
Geschreven door: Kris De Beule

 “Zeg in België dat ik tot het laatst mijn land gediend heb. Omhels voor mij mijn vrouw en mijn kinderen”, waren de laatste woorden van minister Arthur Vanderpoorten, vlak voor hij stierf in het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij overleed op 3 april 1945, aan de gevolgen van tyfus en algemene ontbering. Arthur Vanderpoorten is de vader van Herman Vanderpoorten, en de grootvader van huidig Kamervoorzitter Patrick Dewael en van erevoorzitter van het Vlaams Parlement Marleen Vanderpoorten.

Op 3 september 1939 werd de regering-Pierlot III gevormd, een regering van nationale eenheid met christendemocraten, socialisten en liberalen. Arthur Vanderpoorten werd aanvankelijk minister van Openbare Werken, maar volgde in januari 1940 Albert Devèze op als minister van Binnenlandse Zaken. Pierlot III fungeerde tot aan de Belgische capitulatie, op 28 mei 1940. Daarna ging de regering in ballingschap in Londen, en werd ze de regering-Pierlot IV.

Arthur Vanderpoorten als minister van Openbare Werken, 1939

Acht ministers in Zuid-Frankrijk

Pierlot IV was een regering in zeer afgeslankte vorm. Acht Belgische ministers uit de regering-Pierlot III waren achtergebleven in de niet-bezette Franse zone: Arthur Vanderpoorten, Charles d’Aspremont-Lynden, August Balthazar, Henri Denis, August De Schrijver, Paul-Emile Janson, Léon Matagne en Eugène Soudan. De geschiedenis van deze acht werd uitvoerig onder de loep genomen door Bert Govaerts in Brood en Rozen. Beperken we ons hier tot de melding dat drie van hen uiteindelijk naar de Duitse kampen gedeporteerd werden. Naast Vanderpoorten kwam ook de voormalige liberale premier van België Paul-Emile Janson om het leven, in het concentratiekamp Buchenwald. Ook de socialistische minister Eugène Soudan kwam in Buchenwald terecht, maar hij overleefde.

Kasteelheren

Samen met drie van zijn collega-ministers (d’Aspremont-Lynden, De Schryver en Matagne) verbleef Vanderpoorten in Le-Pont-de-Claix, vlakbij Grenoble. De vier woonden samen op het kasteeltje ‘Le Grand Hallet’. De “kasteelheren”, zoals ze smalend genoemd werden, hadden weinig om handen en hun statuut was zeer onduidelijk. Naarmate de oorlog vorderde, raakten ze ook meer en meer geïsoleerd van de regering in Londen en hun familie. Op 11 november 1942 werd ook Vichy-Frankrijk door de Duitsers bezet, wat de bewegingsvrijheid van de acht sterk beperkte. Vanderpoorten doodde de tijd met studeren, en hielp in de mate van het mogelijke andere gevluchte Belgen.

Brief van Arthur Vanderpoorten aan Hubert Pierlot, 5 juni 1940

Arrestatie

Vanderpoorten werd op 4 januari 1943 gearresteerd op verdenking van het verlenen van steun aan een verzetsorganisatie en ontsnappingslijn. Hij werd in de gevangenis van Fresnes, ten zuiden van Parijs, opgesloten. Mevrouw Vanderpoorten kreeg de toestemming om haar man te bezoeken en pakjes op te sturen. Maar op 1 september 1943 werd Vanderpoorten naar Duitsland getransporteerd, eerst naar Buchenwald. De naam van Arthur Vanderpoorten komt daarna voor op een transportlijst van 20 september 1943 naar concentratiekamp Oranienburg-Sachsenhausen, ten noorden van Berlijn.

Nacht und Nebel

Vanderpoorten werd daar Häftlinge 71693 NN, waarbij de NN voor Nacht und Nebel staat. Het Nacht und Nebel-decreet was uitgevaardigd op 7 december 1941 als draconische maatregel tegen de verzetsbewegingen. Gearresteerde verzetslui en tegenstanders van het regime konden in het grootste geheim naar Duitsland gedeporteerd worden. Doordat niemand over het lot van de gedeporteerde werd geïnformeerd, leek het alsof deze “in nacht en nevel” was verdwenen. Ook de familie van Vanderpoorten bleef vanaf dan grotendeels in het ongewisse over zijn lot. Toch zijn er enkele gegevens over zijn verblijf in Sachsenhausen aan het licht gekomen, onder meer door de naoorlogse getuigenissen van Flor Peeters en Henri Michel.

Flor Peeters

Peeters, na de oorlog hoogleraar aan de Gentse universiteit en CVP-schepen te Sint-Niklaas, verbleef maar liefst 40 maanden in Sachsenhausen. Hij schreef zijn ervaringen neer in een naoorlogs dagboek dat voor het eerst verscheen in 1946 en in 2020 heruitgegeven is als Mijn triomf van de wil. Hij schrijft onder meer: ‘In een hoek, een beetje buiten de circulatie, ligt minister Vanderpoorten. Doorheen de bedstijlen heeft hij me vriendelijk toegeknikt (…). Hij was zwaar ziek. Geopereerd van een phlegmone aan den linkerschouder en, uitgeput door honger, leed hij bovendien nog aan sinusitis en reuma.’

Ondanks de barre leefomstandigheden, ging de minister een goed gesprek niet uit de weg. Flor Peeters: ‘Vele aangename uren heb ik doorgebracht, gezeten op den rand van zijn bed en sprekend over het vaderland.’

Henri Michel

Michel was voor de oorlog hoofdredacteur van de pro-Belgische krant Grenz-Echo uit de Oostkantons. Hij verbleef al sinds het begin van de oorlog in het kamp: ‘In september kwam de heer Vanderpoorten in Sachsenhausen aan. Gelijk alle nieuw-aangekomenen moest hij eerst 14 dagen in Isolierung blijven. De gezondheid van de h. Vanderpoorten liet veel te wenschen over. Hij was erg verzwakt en na enkele dagen moest hij in de ziekenafdeeling opgenomen worden. Gedurende lange weken was zijn toestand bedenkelijk. Wij vreesden het ergste. Dank zij de toewijding van een Tsjechischen geneesheer, Dr. Pirek, uit Praag, en na een welgeslaagde operatie door den Franschen heelmeester Dr. Couder – twee politieke gevangenen – nam de ziekte een goede wending en was de h. Vanderpoorten te been en kon hij kleine wandelingen ondernemen in den tuin van het hospitaal.

Bergen-Belsen

Als NN-gevangene mocht Vanderpoorten geen pakjes ontvangen. Maar mevrouw Vanderpoorten – die op een of andere manier toch te weten kwam waar haar man zich bevond – deed het toch. Vanderpoorten werd gestraft met een transport naar Natzweiler waar hij in de zoutmijnen zou moeten werken. Een bombardement op de trein deed dat transport gelukkig terugkeren. Bij de evacuatie van Sachsenhausen werd Vanderpoorten op 11 februari 1945 op transport gezet naar Bergen-Belsen, bij Hannover. De populatie in dat kamp steeg op enkele weken van 18.000 naar 42.000. Naast het probleem van de overbevolking, heerste er ook een tyfusepidemie die massaal veel slachtoffers maakte. Deze epidemie werd uiteindelijk ook de reeds fel verzwakte Arthur Vanderpoorten fataal. Hij overleed op 3 april 1945. Minder dan twee weken later werd het kamp door Britse militairen bevrijd.

Herdenkingsplechtigheid door het Willemsfonds afdeling Lier, december 1945

Na de oorlog

In 1951 werd zijn stoffelijk overschot gerepatrieerd en herbegraven te Lier. Hij kreeg er ook een standbeeld aan het Koninklijk Atheneum. In 1955 kreeg een nieuwe liberale vereniging zijn naam. De belangrijkste activiteit van de Stichting Arthur Vanderpoorten (een initiatief van het Liberaal Vlaams Verbond, en vooral van Albert Maertens) was de productie van de maandelijkse televisie-uitzendingen De Liberale Gedachte en Actie. Zijn zoon Herman en kleinkinderen Marleen Vanderpoorten en Patrick Dewael traden in zijn politieke voetsporen. Met Herman en Marleen vormt Arthur Vanderpoorten bovendien een zeldzaam ministerieel driegeslacht.

Monument voor Arthur Vanderpoorten te Lier

Liberas bewaart het persoonsarchief van Arthur Vanderpoorten. Klik hier voor de inventaris van dit archief.

Bronnen:

  • Bots, Marcel, Arthur Vanderpoorten, inleiding bij de inventaris, 1990
  • Dewael, Patrick, Mijn grootvader Arthur Vanderpoorten in Liberalen in het verzet, 2016
  • D’Hondt Bart, Arthur Vanderpoorten in Nationaal Biografisch Woordenboek 16, 2002
  • Govaerts, Bert, De familie ‘Zievereer’. Acht Belgische Ministers in Vichy-Frankrijk, in Brood en Rozen, 2019/3
  • Peeters, Flor, 40 maanden Oraniënburg, 1946, heruitgegeven als Mijn triomf van de wil, 2020
  • Vanderpoorten, Marleen, gelegenheidstoespraak in kazerne Dossin n.a.v. de publicatie Liberalen in het verzet, 2016