Menu
De Week (1909-1912)
Onderzoek
donderdag 14 november 2019

‘Liberas ontvangt regelmatig interessante schenkingen. Van Walter Resseler ontvingen we drie ingebonden delen waarin al de afleveringen van De Week gebundeld waren, het blad dat zijn overgrootvader tussen 1909 en 1912 uitgegeven had. Dit was de aanleiding voor een ruimer onderzoek naar de Antwerpse boekhandelaar-uitgever Victor Resseler en naar zijn politieke en literaire activiteiten.

De Week was een cultureel weekblad, Antwerps, maar gericht op heel Vlaanderen, vrijzinnig, maar verheven boven alle partijen. Het wilde ‘een spiegel’ zijn ‘waarin het Vlaamsche leven wordt weerkaatst’, en bond een kring van prominente medewerkers rond zich. Behalve Resseler zelf ging het om de romanschrijver en bibliothecaris Lode Baekelmans, de dichter Jan Van Nijlen, de vertaler en muziekdocent Leo van Riel en de nog jonge Ary Delen.

In het vooruitzicht van een omvangrijker onderzoeksartikel, dat in 2020 gepubliceerd zal worden in Zacht Lawijd, is alvast een kleine synthese over dit minder bekend weekblad verschenen in het Volksbelang. Het onderzoek werd uitgevoerd door Ruben Mantels (Liberas) als onderdeel van zijn project over literatuur & liberale cultuur in de negentiende en twintigste eeuw’. Hier volgt het volledige artikel zoals het verscheen in het Volksbelang:

 

De Week (1909-1912)

Tot de stamboom van de Vlaamse, liberaalgezinde pers behoren titels als Het Laatste Nieuws, De Vlaamse Gids en het in 1867 gestichte Volksbelang. Maar laten we ook even een blik werpen op een minder gekende en allang verdwenen titel uit de liberale familie: De Week.

 

Victor Resseler

Het weekblad De Week verscheen tussen 1909 en 1912. Het omschreef zichzelf als een ‘vrijzinnig Vlaamschgezind orgaan’ en als ‘een spiegel waarin het Vlaamsche leven wordt weerkaatst’. Antwerpen was de bakermat. De stichter was de drukker, boekhandelaar en tijdschriftenmaker Victor Resseler die zich gevestigd had in de Lange Nieuwstraat 56. Redactieleden en medewerkers hadden niet zelden een positie in het vrijzinnige cultuurleven of de stedelijke administratie. Ze deelden een schooljeugd aan het atheneum of een inwijding in De Kapel, het genootschap dat omstreeks 1900 het Antwerpse kunstleven in zijn greep had. Bekende namen die meewerkten aan De Week waren de schrijver Lode Baekelmans, de dichter Jan Eelen, de ambtenaar Leo van Riel, de kunsthistoricus Ary Delen en de romanauteur Cyriel Buysse, die geen Antwerpenaar was, maar uit Nevele afkomstig. Ook in steden als Gent en Brussel had De Week vaste correspondenten die verslag brachten van het liberale cultuurleven.

De stichter Resseler had altijd op de barricaden gestaan. In de jaren 1890 was hij volbloed anarchist en had hij in de lijn van Van Nu & Straks een aantal literaire tijdschriften uitgegeven. In de jaren 1900 koelde zijn anarchistische temperament tot democratische gezindheid. Toch bleef Resseler zijn leven lang vasthouden aan een volks en Vlaamsgezind liberalisme. Zijn literaire engagement ruimte plaats voor een eerder maatschappelijke bewogenheid, die hij invulde met De Week en vanaf de Eerste Wereldoorlog ook met politieke functies in de Liberale Volkspartij, het Liberaal Vlaams Verbond en de Antwerpse Gemeenteraad. Daarnaast werd hij journalist bij Het Laatste Nieuws.

 

Literatuur en politiek

Het nulnummer van De Week verscheen op 4 september 1909. In zijn eerste editoriaal zette Resseler het doel van het blad uiteen: ‘De Week wil zijn een wapen in den strijd voor geestelijke en economische grootmaking van Vlaanderen: een kampblad voor Vlaamsche taal- en stambelangen.’ Dat waren forse woorden. Tegelijk was De Week ook een blad voor ‘intellectuelen’, een wekelijkse krant die ruimte had voor beschouwingen over de leerplicht, de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen, de relatie tussen literatuur en Vlaamse Beweging, het werk van kunstenaars als Jakob Smits of het vraagstuk van coëducatie in het lagere onderwijs.

Museumconservator Ger Schmook herinnerde zich nog in de jaren 1970 De Week als een blad voor ‘Antwerpens flamingantische en liberaal-progressistische “intellektuele” burgerij’. Lezers konden een persoonlijk abonnement nemen of een publiek exemplaar openslaan in de Vlaamse Opera, het lokaal van het liberale Help U Zelve in de Volksstraat of het ‘Vlaamsch Huis’ aan de Keyzerlei.

Twee thema’s domineerden in De Week: literatuur en politiek. De Week bracht recensies van nieuwe boeken, besprak de laatste afleveringen van tijdschriften en bracht verslag van lezingen, voorstellingen en zelfs de zittingen van de Vereeniging van Vlaamsche Letterkundigen. Op politiek-maatschappelijk vlak gaf een Vlaamsgezind liberalisme de toon aan. Dat uitte zich in aanvallen op de dominante Association Libérale en op de tegenstanders van de strijd voor de vernederlandsing. In polemisch opzicht was De Week eerder Klauwaert dan Geus. Heel wat achterkamerpolitiek en antiflamingantische combines die De Week vermoedde, werden uitgesponnen in soms vrijpostig geschreven stukken.

 

De macht van een blad

Op literair vlak behoort de campagne voor Cyriel Buysse tot het hoogtepunt van De Week. De achteruitstelling van Buysse in de traditionele (katholieke) literatuurkritiek had aangemaand tot actie. Het blad nam het initiatief voor een Buysse-hulde en publiceerde stukken over en van de schrijver. Het ondersteunde de Buyssemonografie die medewerker Herman van Puymbrouck uitgaf. In brieven aan Baekelmans, Resseler en Van Puymbrouck drukte Buysse zijn waardering uit. Op 8 april 1911 verscheen De Week als een bijzonder feestnummer over Buysse, dat op een paar dagen tijd uitverkocht was. De boekhandel die Resseler runde, vaarde er overigens wel bij. In de maand van het Buyssenummer verkocht hij achthonderd exemplaren van het werk van de man.

De macht van een blad toonde zich ook op politiek vlak. In het voorjaar van 1910 nam De Week de verdediging van Leo Augusteyns op zich, het Vlaamsgezinde liberale parlementslid die binnen zijn eigen partij een strijd te leveren had. ‘Het liberalisme zal zijn: vlaamschgezind en democratisch in Vlaanderen’, besloot Baekelmans in De Week van 8 januari 1910. In de succesvolle herverkiezing van Augusteyns die daarop volgde, vond Resseler het bewijs dat er ‘in de liberale rangen’ een ‘vlaamsch bewustzijn’ was wakker geworden. Toch zou de weg nog lang zijn.

Op 18 mei 1912 verscheen het laatste nummer van De Week. Zoals zo vaak met journalistieke ondernemingen, was geld de vermoedelijke oorzaak van het verdwijnen van de titel. In maart 1912 was de uitgever van De Week, Meindert Boogaerdt, immers failliet gegaan.

 

De week kan digitaal geraadpleegd worden via www.liberas.eu.

De Week (1909-1912)