Menu
Het groenplan van Omer Vanaudenhove
Collectie
dinsdag 24 maart 2020

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open Vld) stelde onlangs een groenplan voor. Dit klimaatplan richt zich op de lokale besturen. Somers is daarmee niet de eerste liberale minister die een groenplan uitdenkt. Minister van Openbare Werken en Wederopbouw Omer Vanaudenhove (Liberale Partij) publiceerde in 1957 een brochure met zijn groenplan. In tegenstelling tot het groenplan van Somers dat een echt klimaatplan is, hield het groenplan van Vanaudenhove vooral verband met leefmilieu en omgeving. In het archief van Omer Vanaudenhove, bewaard in Liberas, is zowel een Franstalige als Nederlandstalige brochure over zijn groenplan te vinden.

Als minister van Openbare Werken liet Vanaudenhove grote werken aan de verkeersinfrastructuur uitvoeren. Voor de aanleg van de autosnelwegen en de uitbreiding van de rijkswegen werden talrijke bomen gerooid. Om dit verlies voor de natuur en het leefmilieu te compenseren en zelfs te overtreffen, stelde hij een nieuw beleid van aanplanting en aanleggen van groenzones voor. Hiervoor rekende de minister op de verschillende overheidsniveaus. De nationale overheid, de provincies en de gemeenten hadden allemaal een rol te spelen. Maar ook particulieren werden aangesproken om hun duit in het zakje te doen. Het ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw concentreerde zijn actie op drie terreinen: wegen en waterwegen, agglomeraties, en particulieren.

Bezoek aan de aanleg van de Koning Boudewijnsnelweg. In het midden koning Boudewijn. Tweede van links is minister Omer Vanaudenhove. Vierde van links is zijn kabinetchef Gustave Willems.

De wegen en waterwegen zouden allemaal van een groenscherm voorzien worden. Zowel langs weerszijden, als op de middenberm, zijbermen, taluds en verkeersgeleiders van de rijkswegen en autosnelwegen werd een aangepaste beplanting vooropgesteld. Aan rivieren en kanalen zou het bestaande groen worden opgewaardeerd en zouden de lege eilandjes opnieuw aangeplant worden. Aan de kust was het doel om het natuurlijke duinlandschap te herstellen en een speciaal beplantingsprogramma uit te voeren.

In de agglomeraties diende bij alle stedenbouwkundige plannen rekening gehouden te worden met de aanleg van nieuwe groene ruimten zoals parken, squares en openbare tuinen. Ook de omgeving van openbare gebouwen moest van beplantingen en groen worden voorzien. Bouwvergunningen zouden enkel nog verleend kunnen worden mits het planten van bomen en groen, en nieuwe woonwijken moesten rijkelijk voorzien worden van planten en bloemen. Net als in het groenplan van Somers zouden de gemeenten hiervoor een duwtje in de rug krijgen met subsidies.

Tot slot werd ook aandacht besteed aan de rol van particulieren. Gespecialiseerde rijksdiensten zouden gratis advies verstrekken omtrent de aanleg van achteruitbouwstroken en de aanplanting van natuurlijke afscheidingen. Ondernemers werden gevraagd om de omgeving van hun fabrieken en werkplaatsen met groen te verfraaien. Steenbergen of terrils, overblijfselen van mijnbouw, moesten verplicht bebost worden.

Na een algemeen overzicht van deze basisbeginselen deed Vanaudenhove diverse concrete voorstellen om de verstedelijkte omgeving te vergroenen. Deze voorstellen werden geïllustreerd met heldere voorbeelden en fraaie foto’s. Helemaal achteraan de brochure werd een driejarig aanplantingsprogramma voorgesteld voor specifieke rijkswegen, rivieren en kanalen, en rond overheidsgebouwen. Dit programma was heel concreet uitgewerkt, met gerichte aantallen bomen, heesters en struikgewassen, en bosplanten die op elke plaats binnen een bepaalde periode geplant moesten worden. In de provincie Antwerpen werden langs het traject Breendonk – Temse (10,3 km) bijvoorbeeld 2.000 bomen en 9.000 heesters voorzien, aan te planten tussen 1957 en 1958.

Het archief van Omer Vanaudenhove beslaat 10 strekkende meter en bevat zowel persoonlijke stukken als stukken uit zijn politieke carrière. Stukken ouder dan 50 jaar zijn raadpleegbaar mits de ondertekening van een onderzoekscontract; stukken jonger dan 50  jaar zijn niet raadpleegbaar.