Menu
Het liedboek van Jean Huveneers, soldaat van de Grote Oorlog
Collectie
dinsdag 24 augustus 2021
Geschreven door: Florian Van de Walle

In historische films die zich afspelen tijdens de Eerste Wereldoorlog toont men vaak tussen de gevechten door soldaten die ontspannen: kaartend, rokend, of zingend al dan niet begeleid met accordeon.

Samen zingen is al sinds eeuwen een geliefkoosde ontspanningsactiviteit van soldaten. Het gaf hen de mogelijkheid om de ellende van de oorlog van zich af te zetten, te denken aan betere tijden en soms zelfs kritiek te uiten op de zin van de oorlog. Onder de soldaten waren de patriottistische liederen zeker gekend en in bepaalde mate werden deze ook aangemoedigd van bovenaf. Het is ook algemeen geweten dat de Eerste Wereldoorlog de inspiratie vormde voor tal van gedichten, liederen, romans en toneelstukken.

Toch waren er ook veel soldaten die tussen het loopgravengeweld zich liever ontspanden door middel van de populaire, volkse straatliedjes van de tijd. Deze liedjes verspreide men vooral door ze op te voeren en te onthouden, of doormiddel van losse pamfletten die men verkocht op marktplaatsen. In zeldzame gevallen hielden personen ook schriftjes bij waarin ze hun liedjesteksten noteerden, enkele van hen waren toevallig ook soldaat bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Jean Huveneers was een van deze muzikale soldaten die een liedboek bijhield. Hij kwam eind 1911 in het 11de linieregiment terecht (Hasselt). In 1914 brak de oorlog uit en werd hij ook gemobiliseerd aan het front. Tijdens de lopengravenoorlog overleed hij in januari 1915 in het militair hospitaal in Calais ten gevolge van ziekte. Het liedboek dat hij achterliet biedt ons echter een bijzondere inkijk in het leven van een soldaat van die periode.

Het gaat meestal om typische volksliedjes waarbij thema’s zoals liefde, dronkenschap en vriendschap uitvoerig aan bod komen. Ook liedjes met thema’s i.v.m. het leger of de Vlaamse taal ontbreken niet uit het repertoire van Huveneers. Liedjes zoals “Het lied van den troep”, “De Volontaire”, of “Lied van den Soldaat” benadrukken duidelijk ook de negatieve kanten van het leven van een soldaat en lijken meestal een soort advies in te houden voor de nieuwe rekruten. Een aantal titels laten ook weinig aan de verbeelding over. De erotische dubbele bodem die in veel liedjes aanwezig is, laat zien dat de afwezigheid van vrouwen in het garnizoen wordt opgevuld met sterke verhalen van rokkenjagers. In het lied “Leve de lente” spreekt volgende passage boekdelen:

Bij al die schoonheid die pracht en de praal
Hoort men zangen van den nachtegaal
Die in zijn lied zingt van lente en liefde
Dat is mijn leven en mijn kapitaal
Daartusschen hoort men de kussen weerklinken
De klop des arten van ’t zoete genot
En uit de ogen ziet men liefde klinken
Noem mij een zaliger lot

Enkele van de liederen schetsen ook beelden van hoe “de man in de straat” keek naar bepaalde sociale problematieken. “Het dronkenmans kind”, “De vagebond”, of “Den Bastaard” zijn hier goede voorbeelden van. Het lied “De Boeren” gaat dan weer over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, een thema dat bij flaminganten vaak gebruikt werd. Ook volgende passage in het lied “Stillekens Dan Polka” brengt een flamingant thema naar voren:

Ieder Vlaming  hier van ons land
Strijd voor taal en rechten hand in hand
Voor het Vlamsch zijn wij gezind
Ja elk die zijn tale mind
Ziet wat men nu al op heden ondervind
Wij gaan hier maar altijd stillekens voort
Niet te haastig maar zoo ongestoord
En ziet binnen korten tijd
Ziet elke Vlaming dan verbleid
Dat zijn taal en eere wordt verspreid

Hoe de liederen werden gezongen weten we helaas niet meer. Meestal gebruikte men bestaande populaire melodieën en veranderende men gewoon de tekst. Nergens in zijn liedboek vermeldt Huveneers op welke “air” de liedjes moesten worden opgevoerd.

Alle liedjes van Huveneers zijn te vinden in het liedboekje dat intussen volledig gedigitaliseerd is. Het is te vinden op www.Liberas.eu.