Zelden waren twee uitersten zo expliciet aanwezig in één en dezelfde persoon. Deze ambiguïteit maakt Piet/Walter tegelijk boeiend en raadselachtig. Zijn leven leest als een boek, en is daarom het thema geworden van deze nieuwe Liberas-tentoonstelling De Kunst en De Generaal. Het dubbelleven van Piet De Groof.
Het idee voor deze tentoonstelling kwam van twee vrienden die Piet persoonlijk hebben gekend. Ernest Van Buynder bracht als voorzitter van zowel het MuHKA (Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen) als het Willemsfonds vele uren met hem door. Zijn goede vriend Adriaan Raemdonck is de bezieler van de Antwerpse kunstgalerij De Zwarte Panter. Beiden werkten achter de schermen mee aan de realisatie van dit project.
Als jonge cadet reeds schreef Piet zijn eerste experimentele gedichten en gaf hij het blaadje Taptoe uit, dat clandestien gestencild werd in de kelders van de Militaire School. In de jaren ’50 stond hij mee aan de wieg van het Kunstencentrum Taptoe, dat volgens kunstrecensent Jan Walravens het gezelligste zaaltje van Brussel was. In 1956 had Cobra-boegbeeld Asger Jorn er zijn eerste solotentoonstelling buiten Denemarken, en hield Hugo Claus er zijn eerste tentoonstelling als beeldend kunstenaar. Samen met Maurice Wyckaert werd Walter Korun ook lid van de internationale situationisten.
Intussen bouwde hij ook verder aan een uitgebreid netwerk binnen de Belgische en internationale kunstwereld: Pierre Alechinsky, Fred Bervoets, Geo Sempels, Camiel Van Breedam werden vrienden met wie hij projecten op touw zette of op vernissages eindeloos kon filosoferen over kunst. Hij stond ook aan de wieg van Oasis, het cultureel centrum van de Luchtmacht, waarin hij de kunstwereld en de militaire wereld met elkaar in contact bracht.
In 1985 werd hij – op vraag van Ernest Van Buynder – voorzitter van het Willemsfonds Laken. Twintig jaar lang drukte hij er zijn stempel op een rijkgevuld artistiek programma, met heel wat tentoonstellingen waarin hij ook lokaal talent een kans gaf. Als Willemsfondsvoorzitter knoopte hij ook uitstekende relaties aan met beleidsmakers die deuren voor hem konden openen om nieuwe artistieke projecten te realiseren. Zo werd hij een katalysator, een netwerker, een bruggenbouwer die diverse werelden (het leger, de kunstwereld, de politiek) met elkaar kon verbinden.
De tentoonstelling De Kunst en de Generaal geeft een chronologisch overzicht van de hoogtepunten uit het leven van Piet/Walter en wordt rijk geïllustreerd met tientallen foto’s uit de collectie van Liberas en uit het privé-archief van Piet. Doorheen deze tentoonstelling zijn ook diverse kunstwerken te zien. De makers zijn de voornaamste kunstenaars met wie Piet bevriend was.