De foto’s dateren uit 1900-1908 en verschillende internationale races uit deze pioniersjaren komen aan bod: het jaarlijkse Circuit des Ardennes, de Gordon Bennett Cup en de eerste Franse Grands Prix (Le Mans en Dieppe), georganiseerd door de Franse Automobielclub. Races werden aanvankelijk nog gehouden op de openbare weg, zoals de beruchte Parijs-Madrid van 1903, maar geleidelijk aan werd de voorkeur gegeven aan de veiliger wedstrijden op gesloten circuits.
Het interessante aan dit fotoalbum is ook dat alle afgebeelde wagens en chauffeurs zijn geïdentificeerd. De fotografische kwaliteit van het oude beeldmateriaal is bovendien voor het merendeel bijzonder goed. Tal van wagenmodellen met hun bestuurders werden vereeuwigd, maar er zijn ook visueel sterke beelden van de auto’s in volle actie tijdens een race en van het publiek langs het parcours.
Zowel de auto als het vliegtuig konden als recente technologische ontwikkelingen met een nog overmoed potentieel op heel wat publieke belangstelling rekenen. Veel van de vroege autocoureurs waren overigens ook de eerste vliegeniers, startten terzelfdertijd als ondernemer en ontwierpen hun eigen modellen. Een van de bekendste is de Fransman Henri Farman.
De meeste van de automerken in het album klinken nu enkel nog voor fans van oldtimers vertrouwd. Frankrijk was voor de Eerste Wereldoorlog al bijzonder ondernemend in de autoconstructie en hun wagens domineerden de races. Serpollet, CGV (Charron, Girardot et Voigt), Darracq, Richard-Brasier, Mors, Clément-Bayard, enz. kenden hoogdagen. Veel constructeurs waren overgeschakeld van fietsen en motorfietsen op auto’s. De eerste Grands Prix in Frankrijk (Sarthe, 1906; Dieppe, 1907 en 1908) werden overigens door de Franse Automobielclub in het leven geroepen om de nationale automerken meer kansen te geven dan in andere races, zoals de Gordon Bennett Cup, waar de deelnames per land beperkt waren.
Door de kwaliteit en de nauwkeurige identificatie van het beeldmateriaal levert dit album mogelijkheden voor onderzoek en kunnen diverse verhalen aan de foto’s worden gekoppeld.
Wat meteen opvalt is dat de raceauto’s steeds 2 man aan boord hadden: de bestuurder en de meerijdende monteur. De monteur hield benzine en olie op peil, herstelde eventuele pannes en leverde de chauffeur een paar extra ogen, want achteruitkijkspiegels waren er niet. Beide mannen droegen weliswaar aangepaste kledij en een bril zoals de eerste vliegeniers, maar voor het overige waren ze totaal onbeschermd. Met snelheden tot ver boven de 100 km/u op stofferige, onverharde wegen waren dodelijke ongelukken nooit ver af.
Op een foto uit de Grand Prix van Dieppe 1908 poseren de Franse coureur Henri Cissac en zijn monteur Jules Schaub voor de start. Beiden kwamen enkele uren laten om het leven toen ze aan hoge snelheid tegen een boom aanreden. Het album bevat ook een foto van de beruchte race Parijs-Madrid van 24 mei 1903, die in Bordeaux vroegtijdig werd stilgelegd toen reeds 7 doden en 15 gewonden waren gevallen. Nadat in 1924 nog maar eens een monteur was omgekomen, werd de tweezitter afgeschaft en gebeurden alle herstellingen voortaan in de pit voor de tribunes.
Er zijn ook foto’s van de Italiaanse racer Vincenzo Lancia achter het stuur van een Fiat in 1904 en 1908. Lancia was aanvankelijk werkzaam bij Fiat en het bedrijf liet hem wagens testen vooraleer ze zijn talent als autocoureur inzagen. Lancia stond bekend als een van de snelste racers van zijn tijd, maar hij had andere ambities, begon zijn eigen wagens te ontwerpen en eens vrij van zijn contract bij Fiat kon hij zich volledig toeleggen op zijn eigen onderneming. Dat het bedrijf Lancia decennia later door Fiat zou worden overgenomen, had hij wellicht nooit kunnen denken.
Ook Belgische racers zijn present, zoals Camille Jenatzy, die met een zelfgebouwde elektrische wagen als eerste in 1899 het wereldsnelheidsrecord boven de 100 km/u vestigde, Arthur Duray, racepiloot, vliegenier en houder van het wereldsnelheidsrecord op land in 1903-04, baron Pierre de Caters, eveneens luchtvaartpionier, en baron Pierre de Crawhez, die als voorzitter van de Belgische Automobielclub aan de oorsprong lag van het gesloten raceparcours. Grotendeels vergeten namen, maar niettemin elk afzonderlijk straffe figuren die dankzij een album als dit opnieuw wat in de schijnwerpers komen.
Dit album van het FSA is ontsloten via de Atlantis beeldbank.