Edouard De Jaegher (1806-1883) wordt geboren in Brugge, wanneer de Zuidelijke Nederlanden deel uitmaken van het Franse Keizerrijk van Napoleon. Na de nederlaag van Napoleon worden Noord en Zuid in 1815 verenigd in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I. In deze nieuwe staat probeert de koning ook de koloniale gebieden opnieuw te organiseren. Nederlands-Indië verkeert echter in een moeilijke situatie: het bestuur is zwak, de financiën staan onder druk en vanaf 1825 zorgt de Java-oorlog (1825-1830) voor grote onrust.1

Om de problemen in de kolonie aan te pakken benoemt de koning de orangistische Leonard du Bus de Gisignies (1780-1849) tot commissaris-generaal. De Jaegher, die sinds 1821 voor hem werkt, krijgt de kans om hem naar Java te begeleiden.2 Onderweg schrijft hij zijn ervaringen en bevindingen neer. Zo beschrijft hij hoe hij begint aan zijn eerste grote zeereis. Hoewel hij enthousiast is over het avontuur, vermeldt hij ook het verdriet bij het verlaten van zijn vertrouwde omgeving.3

 

Op weg richting het Oosten

Op 28 september 1825 vertrekt het gezelschap met het schip La Bellona richting Batavia, het huidige Jakarta. Tijdens de lange reis merkt De Jaegher hoe de vertrouwde wereld langzaam verdwijnt. Na het verlaten van de Europese kust ziet hij niets anders meer dan lucht en zee: ‘Plus rien que le ciel et l’eau, quelle triste perspective, c’est fini me dit-on jusqu’aux Indes, plus un arbre plus un rocher, toujours le ciel et la mer.’4

Na maanden varen, bereikt het schip uiteindelijk op 2 februari 1826 de haven van Batavia. De aankomst maakt grote indruk op hem: hij bewondert de schepen uit verschillende landen en de bedrijvigheid van de haven.

Toch verloopt de reis niet zonder problemen. Zoals wel vaker gebeurt wanneer personen in een kleine ruimte maandenlang opgesloten zitten, ontstaan er frustraties tussen De Jaegher en sommige medereizigers. Hij geeft aan dat zijn goede band met du Bus jaloezie oproept en dat sommigen hem er zelfs van verdenken een spion van de commissaris te zijn.5

Bij zijn aankomst ontdekt De Jaegher dat Nederlands-Indië zich midden in een crisis bevindt. De overgang van het bestuur van de vorige gouverneur-generaal Godert van der Capellen naar du Bus verloopt moeizaam. Er zijn grote spanningen binnen het koloniale bestuur en verschillende ambtenaren staan wantrouwig tegenover de nieuwe bestuurder. De Jaegher citeert kritiek zoals: ‘Had men niet gelijk toen men aankondigde dat hij een cagot was’.6 Deze pejoratieve term verwijst naar een persoon die onbetrouwbaar, hypocriet of lui is en afgeleid is van de cagots, een vervolgde religieuze groepering uit Frankrijk en Spanje.7 

De Jaegher verdedigt zijn meerdere en beschrijft de moeilijke omstandigheden waarin du Bus zijn taak moet uitvoeren: de kolonie kampt met grote schulden, de handel ligt stil en de opstand onder leiding van de inlandse prins Diponegoro zorgt voor veel geweld en onzekerheid. De moeizame samenvoeging van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden zorgt ook binnen het koloniale bestuur voor verdeeldheid. Zo laat De Jaegher meer dan eens zijn wantrouwen tegenover de ‘Hollandse’ ambtenaren blijken en bekritiseert hij hun incompetentie, die volgens hem tot de huidige situatie heeft geleid.8

Portrettekening van Edouard De Jaegher
Gezicht op de stad Batavia

Gezicht op de stad Batavia, Robert Sayer (1754, prent, 278 x 422, Rijksmuseum Amsterdam).

Het landschap en zijn bewoners

Tijdens zijn verblijf houdt De Jaegher nauwkeurig bij wat hij ziet en meemaakt. In de verschillende verslagen beschrijft hij zijn reis door Java, net zoals in enkele brieven aan zijn oom, de latere Belgische minister Adolphe de Vrière (1806-1885), waarin hij uitgebreid ingaat op het landschap, de steden en de mensen die hij ontmoet. Zo vindt hij de inwoners enorm gastvrij en wordt hij overal hartelijk ontvangen. Een terugkerende klacht is de extreme hitte op het eiland. De Jaegher schrijft met verbazing over de vele rijtuigen die rondrijden, waarmee de inwoners zich tegen de zon proberen te beschermen.9 

Een belangrijk deel van zijn reis speelt zich af rond Buitenzorg, het huidige Bogor op het eiland Java. Deze plaats staat bekend om haar groene omgeving en ligt net buiten de drukke stad Batavia. Hier was ook het paleis van de gouverneur-generaal gevestigd.10 Als vertegenwoordiger van du Bus bezoekt De Jaegher verschillende lokale bestuurders en regenten in de omgeving. Deze bezoeken gaan vaak gepaard met uitgebreide maaltijden, feesten en ontmoetingen in paleizen. Hij schrijft bewonderend over de vele dansers en artiesten die hij ontmoet, de rijkdom van de gebouwen en de kleding van de vrouw van een van de residenten: ‘un kabay d'étassee rouge Venice tres elegante, et de quelques diamants dans les cheveux et aux doigts.’11

Naast zijn officiële taken zoekt De Jaegher ook naar avontuur. Hij beklimt onder andere de vulkaan Gede, waar hij rapporteert over de giftige dampen die opstijgen uit de krater en de prachtige zonsopgang die het gezelschap vanaf de top kan waarnemen. Tijdens zijn tochten te paard en te voet door Java bewondert hij de rijstvelden, koffieplantages en tropische natuur.12

Tegelijkertijd etaleert het reisverslag duidelijk de koloniale ideeën van zijn tijd. De Jaegher kijkt vanuit een West-Europees perspectief naar de bevolking. Hij bestempelt de lokale gewoontes als ongewoon zoals de voor hem vreemde tactiek om vis te vangen, waarbij inwoners regelmatig voedsel in een kratermeer gooien en vervolgens op de zijkant van het meer kloppen, zodat de vissen dit met eten associëren. Uiteindelijk worden de vissen volgens hem al aangetrokken door enkel het klopgeluid.13

Hij schrijft ook meermaals over de luiheid van de Javanen en hun vermeende onkunde in het bewerken van het land. Volgens hem is het daarom de taak van de regering om hen op te voeden, zoals kinderen, om de kolonie rendabel te maken. De Jaegher is geen voorstander van de voorstellen rond gelijke rechten voor de inwoners van Nederlands-Indië. Hij meent dat deze ideeën over gelijkwaardigheid net de voortdurende opstanden veroorzaken, aangezien de Javanen zich als gelijken zien van de Nederlanders. Wel toont hij medelijden met de slechte omstandigheden waarin zij moeten leven, zoals de bedelende kinderen die hij tegenkomt. Hij koppelt dit echter aan de economische veranderingen die du Bus de Gisignies zal doorvoeren om de situatie voor iedereen te verbeteren.14

De moeilijke economische situatie linkt De Jaegher voornamelijk aan het slechte bestuur van de voorgaande Noord-Nederlandse bestuurders, de vermeende onkunde van de Javanen in de landbouw en de onbetrouwbaarheid van de Chinese migranten op het eiland: ‘Un Juif, un arabe, un diable enfin n’est pas plus faux qu’un Chinois.’15 Zijn beschrijvingen tonen hoe de negentiende-eeuwse koloniale ideeën over Europese superioriteit zijn denken sterk beïnvloeden. Hij vindt het koloniale bestuur noodzakelijk en twijfelt nooit aan de autoriteit van Nederland over dit gebied.

Stadsgezichten uit de wijken Weltevreden en Buitenzorg van Batavia
Kaart “Figuratieve schets van een westelijk gedeelte der Vorstenlanden”

Kaart “Figuratieve schets van een westelijk gedeelte der Vorstenlanden” (Liberas).

Terug naar huis

Aan het einde van een brief uit 1827 aan zijn oom, bekent De Jaegher dat hij toch last heeft van heimwee en jaloers kijkt naar de personen die inschepen voor Europa.16 Na vijf jaar in Nederlands-Indië keert De Jaegher in 1830 terug naar huis, samen met du Bus de Gisignies. Zijn verblijf in Java heeft hem gevormd en hem een unieke blik gegeven op een kolonie die zich in een periode van grote verandering bevindt.17 Kort na zijn terugkeer breekt de Belgische Revolutie uit, waarna hij zich met plezier aanpast aan het nieuwe, onafhankelijke België. Hij kan zijn carrière verder uitbouwen als arrondissementscommissaris, gouverneur van Oost-Vlaanderen en diplomaat in landen zoals Zweden en Brazilië.

Het verslag van Edouard De Jaegher over zijn reis naar en verblijf in Java laat zien hoe een jonge Zuid-Nederlander de koloniale wereld van de jaren 1820 ervaart: vol bewondering voor de natuur en nieuwe culturen, maar ook gevormd door de politieke ideeën en vooroordelen van zijn tijd. Hoewel deze documenten een gekleurde blik geven op de situatie in Nederlands-Indië, vormen ze een waardevolle bron voor een nog weinig bestudeerde periode in de geschiedenis van de Nederlanden.

 

 

Deze bijdrage maakt deel uit van de reeks ‘Reiskofferverhalen’, waarin Liberas aan de hand van archiefstukken zoals brieven, reisverslagen, foto’s en krantenartikels historische reizen en persoonlijke blikken op de wereld opnieuw tot leven brengt.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Lode Wils, ‘Het Verenigd Koninkrijk van koning Willem I (1815-1830) en de natievorming’, in: Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden, 112, nr. 4 (1997): 504-8.

2. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 24, Document over de aanstelling van De Jaegher bij de Burggraaf du Bus de Gisignies.

3. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, Aantekeningen gemaakt tijdens mijn reis naar de Oost-Indiën, 1. 

4. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, Aantekeningen gemaakt tijdens mijn reis naar de Oost-Indiën, 2. 

5. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, verslag van de aankomst in de haven van Batavia (1826), 2-4. 

6. Orig. ‘nous annoncer que c’étoit un cagot,’, Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, verslag van de aankomst in de haven van Batavia (1826). 

7. E. Larousse, ‘cagot,‘ in: Dictionnaire de français Larousse, geconsulteerd 16.06.2026. 

8. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, verslag van de aankomst in de haven van Batavia (1826), 13-15. 

9. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, verslag van de aankomst in de haven van Batavia (1826), 22. 

10. Herman Burgers, De garoeda en de ooievaar. Indonesië van kolonie tot nationale staat (Leiden: KITLV Uitgeverij, 2010), 77-78. 

11. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, Reis van Buitenberg over land naar Buitenzorg, 21 november 1826, 3-4. 

12. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, Reis naar de vulkaan van de Gede berg, 9 september 1829, 4. 

13. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 25, Reis van Buitenberg over land naar Buitenzorg, 21 november 1826, 1-2.

14. Liberas, Archief Adolphe de Vrière (archief nr. 2219), 2219-1. Brief van Edouard De Jaegher aan Adolphe de Vrière, 9 maart 1827, Buitenzorg, 3-6.

15. Liberas, Archief Adolphe de Vrière (archief nr. 2219), 2219-1. Brief van Edouard De Jaegher aan Adolphe de Vrière, 9 maart 1827, Buitenzorg, 9.

16. Liberas, Archief Adolphe de Vrière (archief nr. 2219), 2219-1. Brief van Edouard De Jaegher aan Adolphe de Vrière, 9 maart 1827, Buitenzorg, 11.

17. Liberas, Archief Edouard De Jaegher (archief nr. 1961), 24, Vrijgeleide door de hoofdbaljuw van Batavia voor Edouard De Jaeghere om uit Nederlandsch Oost-Indië te vertrekken naar Nederland. 

Uit onze collectie in de kijker

UITGELICHT

Datum
1947

Viering van 50 jaar Turnvereniging Sparta

Viering van 50 jaar Turnvereniging Sparta De optocht door de straten van Ninove (h: 238 mm, b: 177 mm) 17/8/1947

Datum
1908

Grand Prix van Dieppe 1908

Grand Prix van Dieppe 1908 Henri Cissac en Jules Schaube in hun Panhard-Levassor (h: 170 mm, b: 120 mm) 7/7/1908

Datum
1955

Het Willemsfonds Boom op reis naar Londen

Het Willemsfonds Boom op reis naar Londen Informele beelden tijdens het bezoek aan Londen (h: 90 mm, b: 63 mm), (h: 110 mm, b: 80 mm) 1955