Kaatsen als de bakermat van sport

Het kaatsspel ontstaat in de twaalfde eeuw in Noord-Frankrijk, waar monniken het in kloosters spelen. Het basisprincipe is eenvoudig: spelers slaan een bal met de handpalm terug om de tegenpartij tot een fout te dwingen.

In de vijftiende eeuw wordt het spel gespeeld door alle sociale klassen. Na een tijdje maakt de elite gebruik van raketten, terwijl het volk met blote handen of handschoenen speelt. Kaatsen is waarschijnlijk de basis voor andere sporten zoals golf, tennis en basketbal. In onze contreien is kaatsen sterk aanwezig in steden zoals Gent, Aalst en Ath, en op het omliggende platteland. Zo toont archeologisch onderzoek aan dat het Hof ten Walle in Gent (de residentie van de graven van Vlaanderen, waar ook keizer Karel werd geboren) in de zestiende eeuw een kaatsbaan heeft, die herhaaldelijk hersteld wordt, wat wijst op intensief gebruik.2 Zo staat keizer Karel bekend als een fervent speler.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw verliest het kaatsen bij de adel en de burgerij aan belang en in de achttiende eeuw vervalt het kaatsen tot een ‘boerenspel’, zoals de Leidse dokter Johannes le Franq van Berkhey in 1773 schrijft.3 Het kaatsgebied wordt ook steeds kleiner. De sport verdwijnt uit de steden en wordt zelfs op het platteland steeds schaarser. 
In de Lage Landen wordt het kaatsen, na een korte heropleving in de negentiende eeuw, vanaf de twintigste eeuw vooral beoefend in de Denderstreek en in de regio van Friesland.4

Doorheen de eeuwen ontwikkelen zich diverse varianten, met verschillende aantallen spelers en speelomstandigheden. In het huidige Belgische spel (of Jeu de Pelote) nemen twee teams het tegen elkaar op: het ene slaat, het andere kaatst terug. Na twee fouten wisselen de rollen. Er wordt gespeeld op een open terrein van ongeveer 72 meter lang, zonder muren, en de puntentelling verloopt zoals bij het tennis (15-30-40-spel). Je wint na 13 gewonnen spelletjes.5

Kaatskampioen Henri Moens

Henri Moens is een belangrijk figuur in de Belgische kaatsgeschiedenis. Hij wordt geboren op 3 juli 1885 als zoon van molenaar en burgemeester van Herdersem Jan Alfons Moens (1849-1918) en Maria Ludovica Cooreman (1851-1934). In de voetsporen van zijn vader wordt Henri landbouwer en blijft hij tot 1958 actief als molenaar. Henri is ook politiek actief en wordt voor de Liberale Partij (later PVV)  meermaals burgemeester, schepen en gemeenteraadslid. Van 1921 tot 1926, wordt hij een eerste keer verkozen als burgemeester en een tweede keer van 1947 tot 1971. In 1947 wordt hij door de Liberale Partij gehuldigd tijdens een groot feest in Aalst en in Herdersem. Hij beklemtoont tijdens zijn dankwoord dat hij de burgemeester van alle inwoners van Herdersem wil zijn, ‘zonder onderscheid’.6 Op 15 mei 1966 wordt hij opnieuw gevierd, nu voor een kwarteeuw burgemeesterschap.

Henri trouwt in 1919 met Maria de Clercq (1895-1977). Samen krijgen ze vier dochters. Zijn tweede dochter Valentine (1922-2004) treedt in de voetsporen van haar vader. Door hem te vergezellen tijdens zijn trainingen en wedstrijden, wordt ze al snel gebeten door de kaatsmicrobe.7 Ze is actief in de kaatssport als voorzitter van SV Herdersem en van de Kaatsliga Vlaanderen. Ze geeft haar naam ook aan de Grote Prijs Valentine Moens.8 Daarnaast is ze lerares, voorzitter van de PVV Vrouwenbond en, net als haar vader en grootvader, gemeenteraadslid in Herdersem.9

Kaatsen als grote liefde

Henri Moens is een groot liefhebber en beoefenaar van de kaatssport. Hij was altijd te vinden voor een spelletje. Zo wordt hij in 1909 door de Aalsterse socialisten overtuigd om een kaatspartij te spelen ten voordele van de stakers van de Aalsterse viscosefabriek: ‘Daar trekken wij naar Herdersem om aan Moens Henri te vragen, Zondag toekomende 14 dezer, met zijne partij te willen komen kaatsen, ten voordeele der stakers. En den zoon van den burgemeester [...] stemt spoedig toe.’10 De kaatsploeg van Henri Moens uit Herdersem was tijdens de Eerste Wereldoorlog een van de beste ploegen in België. De basisploeg bestond uit Henri Moens, Jef Moureau, Philemon Saeys, Merckx en Léo De Clercq, met soms wat gelegenheidsspelers. 
Henri organiseert tijdens de Eerste Wereldoorlog ook zelf verschillende kaatswedstrijden om geld in te zamelen voor de krijgsgevangenen en de opgeëiste burgers. Tal van Belgen werden naar Duitsland gestuurd om er te werken, waarbij specifiek de Denderstreek hard werd getroffen door deze verplichte deportaties. De kaatswedstrijden van Moens leveren in 1916 8.000 en in 1917 tot wel 30.000 Belgische frank op. Met dat geld worden pakjes voor de in Duitsland vastgehouden Belgen samengesteld.11

Henri Moens wordt beschouwd als een van de beste Belgische kaatsspelers. Hij speelt voor de kaatsploeg SV Herdersem en ook voor het Belgische team op verschillende internationale wedstrijden. De Belgische kaatssport is lang gedomineerd door Waalse atleten en Moens is in die periode een van de weinige Vlaamse topkaatsers. Zo vermeldt de Franeker courant van 25 mei 1911 dat Henri Moens een van de enigen in het nationale team is, die Nederlands spreekt. Als het Belgische kaatsteam in Friesland een interland komt spelen, moet hij dus vaak vertalen voor zijn ploeggenoten.12

Na zijn sportcarrière blijft hij actief in de kaatswereld. Vóór de Tweede Wereldoorlog is hij voorzitter van de Vlaamse Kaatsbond en later wordt hij ook voorzitter van de Belgische Kaatsploeg en de Koninklijke Belgische Kaatsbond.13 In België werd op 16 november 1902 een bond opgericht waarin de op dat ogenblik bestaande kaatsploegen gegroepeerd werden. In 1927 mag de organisatie het voorvoegsel ‘koninklijk’ toevoegen. 
De Koninklijke Belgische Kaatsbond probeert het kaatsen ook internationaal te organiseren en richt daarom in 1928 met zusterorganisaties uit Nederland en Frankrijk de Confédération Internationale du Jeu de Balle Pelote Paume (CIJBPP) op. Later komen daar Italië en Spanje bij. Ondanks de samenwerking is het internationale kaatsen nooit doorgebroken. De hoofdreden daarvoor is het feit dat bij internationale wedstrijden de deelnemers weliswaar volgens dezelfde spelregels kaatsen, maar thuis hun eigen spelregels volgen. In 1928 wordt er wel een onofficieel Olympisch kaatstoernooi georganiseerd in Amsterdam. Dit is geen medaille-evenement maar een extra toernooi dat Nederland organiseert om tijdens de Spelen deze voornamelijk Friese sport te promoten. Kaatsen haalt het uiteindelijk niet als olympische sport. Het spel wordt bijna uitsluitend in België en Nederland gespeeld en het Internationaal Olympisch Comité verkiest dat olympische sporten in diverse landen worden gespeeld en er ook nationale federaties hebben.14

Henri Moens heeft het kaatslandschap in België mee bepaald. Niet toevallig verhuist het Kampioenschap van Vlaanderen, een van de oudste kaatstoernooien, in 2022 van de Houtmarkt in Aalst naar het Hardingplein in Herdersem. Dit als gevolg van de sluiting van de laatste kaatsclub in Aalst. De sterke verbondenheid van Herdersem met Henri Moens en de kaatssport zorgt voor de keuze van deze nieuwe plaats voor een van de belangrijkste kaatstoernooien ter wereld.15

Groepsfoto van kaatsploeg "Henri Moens" uit Herdersem. Henri Moens is de man staand in het midden

Groepsfoto van kaatsploeg "Henri Moens" uit Herdersem. Henri Moens is de man staand in het midden. (1900/1910) (Stadsarchief Aalst).

De laatste der kaatsers

Waar vroeger bijna elk dorp een kaatsploeg had, is de sport nu grotendeels uit het straatbeeld verdwenen. In 1968 wordt er aan Henri Moens gevraagd naar de toekomst van de kaatssport in België. Hij antwoordt hierop het volgende: ‘Niet best. Wanneer het oudere kader uitvalt ligt de jeu de pelote op de rug. Er zijn geen opvolgers onder de jeugd. Brommers, dat willen ze en autorijden.’16

De vzw Kaatsentiteit Vlaanderen maakt zich in 2026 ook zorgen over die afnemende populariteit. Om het voortbestaan van de sport en het Kampioenschap van Vlaanderen te verzekeren, zetten zij sterk in op jeugdinitiatieven en kennismakingsmomenten, met de hoop ook toekomstige generaties warm te maken voor deze traditie. De erfgoedcel Denderland bracht in 2025 de mini-documentaire De laatste der kaatsers uit, ingesproken door Vic De Wachter. Daarin wordt kaatsen voorgesteld als immaterieel cultureel erfgoed dat bescherming verdient, net zoals men een bedreigde diersoort wil redden. De erfgoedcel wil met de documentaire op een humoristische en non-traditionele manier het sportieve en historische belang van kaatsen aantonen. Ze hopen met deze video ook jongeren aan te trekken en te interesseren voor de sport en dit lokale erfgoed. Ze verklaren: ‘zolang er verhalen verteld worden over de kaatsers, zijn ze niet echt verdwenen.’17

Bronnen, noten en/of referenties

1.   Jos Laeremans, ‘Legendarische speler Raymond Boulonne blikt terug op glorierijke dagen,’ in: Nieuwsblad, 18.7.2006, geconsulteerd op 16.3.2026.

2.   Daniel Lievois, ‘Het Hof ten Walle in Gent ten tijde van Keizer Karel V’, in: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, 54, nr. 1 (2000): 141. 

3.   Johannes le Francq van Berkhey, Natuurlyke historie van Holland, 3, derde stuk (Amsterdam, 1773) 1405.

4.   Pieter Breuker, ‘Acht eeuwen kaatsen: van Frans kloostervermaak tot Fries cultuurbezit’, in: Leidschrift: Brood En Spelen. Sport Als Kracht In De Samenleving, 23 (2008): 40-41. 

5.   Guy Coppens, ‘Erfgoedcel Denderstreek lanceert mini-documentaire ‘de laatste der kaatsers’ - een ludieke ode aan een verdwijnende volkssport’, in: Denderjournaal, 8.7.2025, geconsulteerd op 16.3.2026.

6.   ‘Uit Herdersem. Inhuldiging van Burgemeester Henri Moens’, in: Het Volksbelang, 60, nr. 36 (6 september 1947), geconsulteerd 23.3.2026.

7.   John Van De Maele, ‘Henri en Jan Alfons Moens, twee landbouwers en nijveraars die lang het gemeentelijk beleid van Herdersem meebepaalden’, in: Jaarboek De Faluintjes (2025): 302.

8.   Laeremans, ‘Legendarische speler Raymond Boulonne blikt terug’. 

9.   Van De Maele, ‘Henri en Jan Alfons Moens’, 302. 

10. Recht en Vrijheid, ‘Het Vicosefabriek ligt stil!,’ in: Recht en Vrijheid, 14.11.1909, geconsulteerd 23.3.2026.

11. F. Dierickx, ‘In het heetst van de strijd... Verkiezingen te Herdersem,’ in: De Faluintjes, 19, nr. 4 (2006): 437.

12. ‘De derde internationale kaatspartij om den zilveren lauwerkrans op Hemelvaartsdag 25 mei 1911, te Sneek,’ in: Franeker courant, 28.5.1911, geconsulteerd op 16.3.2026.

13. ‘Belgische kaatsers stelden in Oosterlittens teleur,’ in: Leeuwarder courant, 17.6.1968, geconsulteerd op 16.3.2026.

14. ‘Historiek van het Belgische kaatsspel,’ in: Kaatsclub Op & Over Grimminge, geconsulteerd 1.4.2026.  ‘Hoe door een regenbui de olympische aspiraties van de kaatsbond in het water vielen’, in: Omrop Fryslân, 29.7.2024, geconsulteerd 1.4.2026. 

15. Laeremans, ‘Legendarische speler Raymond Boulonne blikt terug’. 

16. ‘Henri Moens (83): “Spel moet eens op de helling”’, in: Leeuwarder courant, 20.7.1968, geconsulteerd op 16.3.2026.

17.  Coppens, ‘Erfgoedcel Denderstreek lanceert mini-documentaire’. 

Uit onze collectie in de kijker

UITGELICHT

Datum
1947

Viering van 50 jaar Turnvereniging Sparta

Viering van 50 jaar Turnvereniging Sparta De optocht door de straten van Ninove (h: 238 mm, b: 177 mm) 17/8/1947

Datum
1908

Grand Prix van Dieppe 1908

Grand Prix van Dieppe 1908 Henri Cissac en Jules Schaube in hun Panhard-Levassor (h: 170 mm, b: 120 mm) 7/7/1908

Datum
1955

Het Willemsfonds Boom op reis naar Londen

Het Willemsfonds Boom op reis naar Londen Informele beelden tijdens het bezoek aan Londen (h: 90 mm, b: 63 mm), (h: 110 mm, b: 80 mm) 1955