De Gentse hoogleraar Louis Varlez en zijn neef Lucien Brunin zijn op de terugweg van een internationale conferentie van het Institute of Pacific Relations in het Japanse Kyoto, en hopen in China een aantal kennissen te ontmoeten. De twee wereldreizigers zijn sedert half juli 1929 onderweg en hebben al twee oceanen overgestoken en het Amerikaanse continent doorkruist. Tot nog toe is hun reis redelijk vlot verlopen, maar eens op het Aziatische vasteland verandert de situatie.
In de chaotische politieke situatie waarin China verkeert, is de controle over het spoorwegnet cruciaal. En de trein is precies het vervoermiddel bij uitstek voor Varlez en Brunin: in een ideale wereld comfortabel en snel, maar, zoals blijkt uit dit verhaal, ook heel kwetsbaar.
Van Korea sporen beide mannen door Mantsjoerije en kunnen ze nog net Beijing bereiken alvorens de spoorlijn naar het noorden door militairen wordt ingepalmd. Op hun verdere treinreis naar de toenmalige Chinese hoofdstad Nanjing, waar Varlez zijn vriend, de minister van Buitenlandse Zaken Zhengting Wang, hoopt te zien, loopt het echter grondig fout.
Onderweg naar Nanjing wordt de trein opgehouden. De spoorweg tussen Chuzhou en Pukou is door Chinese bandieten afgesneden. Wie dat precies zijn, is niet meteen duidelijk, maar Varlez vreest wel het ergste. Gijzeling van buitenlandse reizigers is sedert jaren een bron van inkomsten geworden en hij kent maar al te goed het verhaal van amper 7 jaar geleden, toen op diezelfde spoorlijn een ganse trein werd gekaapt. De Chinese reizigers werden toen vermoord, terwijl de westerlingen maandenlang in de bergen werden vastgehouden tot losgeld was betaald. Zo’n vaart loopt het ditmaal gelukkig niet, maar de reis naar Nanjing gaat toch niet door.
Brunin van zijn kant heeft gemerkt dat het militaire escorte van wat hij “de noorderlingen” noemt - de nationalistische soldaten, met blauwe armbanden met het portret van Sun Yat-sen - in alle stilte de trein had verlaten, terwijl “zuiderlingen” - de communisten met rode armbanden - waren opgestapt. Alles verloopt weliswaar vreedzaam, maar geruststellend is dit toch niet. Tot ergernis van de reizigers begint de trein dan ook nog terug te keren, noordwaarts, richting Beijing. Verder rijden naar Nanjing wordt te riskant geacht en alle locomotieven zijn kostbaar.
In de vroege ochtend van 4 december worden de reizigers wakker in een stilstaande trein in het station van Tsinan Fu (het huidige Jinan), een 400 km ten zuiden van Beijing. De alerte Brunin verneemt van enkele Engelsen op het perron dat er vanuit Tsinan Fu een spoorweg naar de havenstad Tsingtao (Qingdao) loopt, vanwaar ze per boot naar Shanghai kunnen varen om vervolgens naar Nanjing te rijden. Maar dan moeten ze wel snel uit de trein geraken en enkele kilometers naar een ander station lopen. Weliswaar een omweg, doch alles lijkt beter dan weer in Beijing te belanden.
Zonder dralen maken beide mannen zich klaar, verzamelen hun valiezen en in een mum van tijd staan ze op het besneeuwde perron. Het was dus toch een goed idee geweest om zich niet om te kleden voor het slapen. Een Franse medereiziger, een antiquair die Brunin op de trein leerde kennen, is echter compleet verrast als een Chinese treinbediende zijn reiskoffers op het perron gooit. De trein begint weer te rijden maar de Fransman kan nog net - in pyjama en op pantoffels - op het perron springen. De drie reizigers bemachtigen een aantal riksja’s en in karavaan trekken ze naar het andere station. De Fransman in pyjama wordt ingeduffeld met wat extra bagage. Varlez denkt ongetwijfeld aan de staat van zijn Chinees porselein dat hij in een enorme koffer heeft ingepakt.
Na een kort bezoek aan Tsingtao, waar Duitsland tot 1914 een marinebasis had gevestigd maar dat nu opnieuw onder Chinees bestuur staat, bereiken ze per schip Shanghai. De sfeer is er grimmig. De florerende wijk van de westerse en Japanse concessies, gebouwd als een Europese stad, is strikt gescheiden van de Chinese stad, die als een no-go-zone voor westerlingen wordt beschouwd.
Tijdens het verblijf van Varlez en Brunin wordt bovendien gevreesd voor oproer, en geruchten over schietincidenten en plunderingen verhogen de spanning nog. De Chinese Communistische Partij was in 1921 in Shanghai in het leven geroepen en heeft er altijd wel een voet aan de grond gehouden. De recente beurscrash in oktober 1929 werd door de communisten gezien als het bewijs dat het kapitalisme zijn laatste momenten beleefde, en dat de tijd voor actie door “het revolutionaire leger van het proletariaat” was aangebroken.
De beide reizigers verstoppen zich in de Internationale Wijk en hopen dat de kanonnen van de westerse oorlogsschepen in de haven de situatie onder controle kunnen houden. Het is niet meteen het gedroomde Shanghai, “de stad der geneugten” of “de Parel van het Oosten” voor onze vrienden, maar een potentieel kruitvat waar een staat van beleg is afgekondigd en al om 4 uur in de namiddag de avondklok wordt geblazen. Dat ze ongewild toch eens in Chinatown zijn afgedwaald omdat de bestuurders van hun riksja’s zich hebben vergist van bestemming, wordt door de plaatselijke westerlingen als een heroïsche, zij het levensgevaarlijke daad gezien.
Maar verder reizen naar Nanjing is niet mogelijk: ook vanuit Shanghai is de spoorweg onderbroken. Anderzijds ziet Varlez het echt niet zitten om het hem aangeboden regeringsvliegtuig naar Nanjing te nemen. Zijn arts heeft hem omwille van zijn hart het vliegen afgeraden, en dat je bovendien nog uit de lucht kan worden geschoten, sluit deze laatste optie helemaal uit. Uiteindelijk blijft er niets anders over dan verder te reizen naar Hong Kong, per boot.
Het Chinese avontuur van Varlez en Brunin eindigt met een kort verblijf te Hong Kong. In een maand tijd hebben ze, ondanks alle perikelen, ruim 3.300 km afgelegd tussen Mukden (Shenyang) en Hong Kong. Na Hong Kong zetten ze hun reis per boot voort richting Frans-Indochina (het huidige Vietnam). Treinen rijden niet altijd zoals gewenst, dat is nu wel duidelijk, maar zeereizen hebben hun eigen problemen. Een uiterst woelige zee maakt zowat iedereen zeeziek, inclusief de kudde schapen aan boord.
China komt in nog woeliger waters terecht. De burgeroorlog blijft aanslepen, Japan valt Mantsjoerije binnen in 1931 en zes jaar later breekt de catastrofale oorlog tussen China en Japan uit (1937-1945). De Japanse bezetting, de miljoenen burgerdoden onder de Chinese bevolking en het economisch verval van het land, worden later alleen nog overtroffen in de decennia na de communistische machtsovername in 1949.
Deze bijdrage maakt deel uit van de reeks ‘Reiskofferverhalen’, waarin Liberas aan de hand van archiefstukken zoals brieven, reisverslagen, foto’s en krantenartikels historische reizen en persoonlijke blikken op de wereld opnieuw tot leven brengt.
Bronnen, noten en/of referenties
Lucien Brunin, Un tour du monde 1929-1930. Gent, 2013.
Le grand voyage de Louis Varlez 7 juillet 1929-27 avril 1930. Lettres et photos rassemblées et commentées par Martine Nowé-Varlez. Edité par Michel Nowé. Gent, 2018.
Frank Dikötter, Morgenrood boven China. Hoe de communisten een kwart van de mensheid voor zich wonnen. Het Spectrum, 2026.