Belgisch mandaatgebied
Na de Eerste Wereldoorlog krijgt België het mandaat over de voormalige Duitse kolonie Ruanda-Urundi (de huidige landen Rwanda en Burundi). Het mandaatgebied krijgt in Belgische koloniale kringen minder aandacht dan Congo. Er is politiek gezien minder interesse en ook de zakenwereld vindt in de beginjaren maar moeilijk zijn weg naar het Grote Merengebied. De Belgen oefenen er indirect bestuur uit, waarbij lokale (vooral) Tutsi-chefs er onder Belgische voogdij de macht uitoefenen.1
Liberale aanwezigheid in Burundi
In 1962 worden de Belgische mandaatgebieden onafhankelijk. Enkele Belgen blijven in Burundi aanwezig. In 1965 richten ze een Belgische school op in de voormalige hoofdstad Bujumbura. Met de opkomst van liberale NGO’s zoals Delipro in de jaren zestig en Livos in de jaren tachtig sijpelt ook de verzuiling via ontwikkelingssamenwerking binnen bij de expats. Een groot deel van de Belgen in Burundi heeft tot dan een voornamelijk Katholieke (en dus CVP) houding.2 Tussen 1981 en 1988 is ook de verantwoordelijkheid voor ontwikkelingssamenwerking in liberale handen: Jacqueline Mayence-Goossens, François-Xavier de Donnea en André Kempinaire zijn achtereenvolgend staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking.
De PVV in Burundi
Dat enkele liberale Vlamingen besluiten om in Burundi een PVV-afdeling op te richten is niet zo verwonderlijk. De komst van de liberale NGO’s, Belgisch diplomatiek personeel met liberale ingesteldheid en de liberale kabinetten voor ontwikkelingssamenwerking zorgen voor een goede voedingsbodem. De grootte van de afdeling mag natuurlijk niet overschat worden. Het ledenaantal schommelt meestal rond een tiental. De communicatie tussen de afdeling en de nationale partij verloopt dikwijls heel moeizaam. Vooral het verkrijgen van lidkaarten is elk jaar een waar huzarenstukje. De PVV in Burundi onderhoudt vooral contacten met de Belgische ambassade en met de liberale kabinetten voor ontwikkelingssamenwerking.
De activiteiten zijn dan ook niet meteen gericht op het uitdragen van de politieke PVV-boodschap onder de Belgen in Burundi of om kandidaten voor te dragen voor verkiezingen, maar vooral op het dienstbetoon voor haar leden. De nominatie van liberaal gezinde Belgen voor vrijgekomen functies in de Belgische school in Bujumbura of functies binnen de ambassade verloopt net zoals in België via de klassieke ideologische structuren. De conflicten tussen CVP’ers en PVV’ers worden op die manier over de landsgrenzen heen uitgedragen. Een minder sterk aanwezige breuklijn (bij de liberalen althans) is het communautaire. Met de PRL-afdeling bestaan er goede contacten en er worden regelmatig gezamenlijke acties georganiseerd. Ook op syndicaal vlak wordt dit doorgezet. Het VSOA/SLFP, de PRL en de PVV onderhouden onderling goede contacten en veel van de betrokkenen zijn lid van elkaars vereniging.3 Rik Rammeloo, voorzitter van PVV-Burundi, tracht wel om zijn partij in België in te lichten over hoe ontwikkelingssamenwerking op het terrein in zijn werk gaat. In 1982 en 1984 schrijft hij twee nota’s over zijn visie omtrent het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid.
De PVV in het ganse continent
De PVV-afdeling in Burundi was niet de enige afdeling in Afrika. Ook in Congo en in verschillende landen aan de Afrikaanse westkust was er een lokale PVV-werking actief. De PVV-federatie Overzee is het overkoepelende orgaan voor deze afdelingen. Helaas is slechts zeer weinig geweten over de activiteiten van de PVV-afdelingen die actief waren in Afrika.
Bronnen, noten en/of referenties
1. Ingeborg Vijgen, Tussen mandaat en kolonie. Rwanda, Burundi en het Belgische bestuur in opdracht van de Volkenbond (1916-1932) (Leuven: Acco, 2005): 239-53.
2. Liberas, Archief PVV Burundi (archief nr. 1939), 3, Brief van Rik Rammeloo aan Guy Verhofstadt, 29.3.1985.
3. Liberas, Archief PVV Burundi (archief nr. 1939), 2-3, Briefwisseling.