Duitse persplannen [17-19 mei]
Op de avond van vrijdag 17 mei 1940 geeft de liberale Brusselse burgemeester Joseph Vandemeulebroek - zoals vooraf afgesproken - zijn stad geweldloos over aan de Duitsers.1 Rond half elf wappert de hakenkruisvlag aan de gevel van het stadhuis, de volgende dag nemen de Duitse troepen effectief de stad over. Bij de bevolking heerst een atmosfeer van verslagenheid, en ook wel van verrassing over de relatieve rust in de stad en het ‘correcte’ gedrag van de Duitse soldaten. Tegelijk lijken de Brusselaars zich snel en onderdanig aan te passen aan de nieuwe realiteit. Advocaat en La Libre Belgique-medewerker Paul Struye beschrijft op 19 mei in zijn oorlogsdagboek de situatie als volgt: ‘Une affiche du bourgmestre de Bruxelles recommande le calme à la population. Conseil bien inutile. Personne n’a envie de lever le petit doigt.’2
Van bij de inval in België zijn media en propaganda voor de Duitsers belangrijke aandachtspunten. Vóór 10 mei stond een groot deel van de Belgische pers immers negatief en zelfs vijandig ten opzichte van het Duitse Rijk en de nazi-ideologie. Een Duitse telling3 registreerde onder de 307 kranten en weekbladen die kort voor de Duitse inval verschenen, 126 titels die al dan niet onder Franse invloed een ‘hatelijke campagne’ voerden tegen Duitsland. Daarentegen zouden op dat moment 48 perstitels met het Duitse regime sympathiseren.
Een deel van deze titels kan om evidente ideologische redenen op Duitse steun rekenen, zoals Volk en Staat van het VNV of de Rex-krant Le Pays Réel. Zij kregen rechtstreekse subsidies vanuit het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarnaast zochten ook andere dagbladen de laatste jaren contact of toenadering tot Duitsland, of ze werden - al dan niet in ruil voor verdoken financiële steun4 - in min of meerdere mate beïnvloed5 vanuit Duitse hoek. Ook vlotte en zelfs vriendschappelijke contacten tussen Belgische journalisten en de persafdeling van de Duitse ambassade kwamen voor. Vanaf het najaar van 1939 bestookte Wilhelm Klein, persattaché van deze ambassade, de Belgische kranten ook dagelijks met een ‘Presse- und Informationsdienst’.6
De editorialen van Het Laatste Nieuws reageerden de laatste maanden regelmatig tegen deze diverse vormen van buitenlandse beïnvloeding van de Belgische pers.
0nder het bewind van Hitler en zijn minister voor Volksvoorlichting en Propaganda Joseph Goebbels, had in Duitsland een strak geregisseerde en door diverse staatsmaatregelen tot spreekbuis van het regime geüniformeerde of ‘gelijkgeschakelde’ pers, efficiënt bijgedragen aan de verspreiding van het nationaal-socialisme. Bijgevolg willen de Duitsers ook in België de pers inzetten om de te volgen ideologische weg te tonen, de bevolking op te voeden én voor zich te winnen. Een verslag uit augustus 1941 beschrijft ‘de weg naar verbetering van de situatie in de Belgische pers’ als een traject met een dubbel doel: enerzijds de ‘Franse invloed verminderen’ door Fransgezinde kranten uit te schakelen en anderzijds ‘een pers te creëren die duidelijk door de twee volksgroepen gevormd, een eigen karakter [heeft].’7
Ook de succesvolle geallieerde propaganda uit de Eerste Wereldoorlog was een interessante les voor de Duitsers.
In augustus 1938 richtte de leiding van de Duitse Wehrmacht de zogenaamde Propaganda-Kompanien (PK) op, waarin soldaten - in het burgerlijk leven vaak journalisten, schrijvers en beoefenaars van aanverwante beroepen - als militaire reporters optreden. Daarnaast voorzag de Abteilung Wehrmachtpropaganda van het Oberkommando der Wehrmacht vanaf januari 1940 een specifiek op België en Nederland gerichte Propaganda-Staffel B8, met als doel de propaganda-activiteiten in de veroverde gebieden op te nemen.
Bij de invasie van België kiezen de Duitsers voor een ‘zachte’ aanpak tegenover de bevolking. Ze willen zich een positief imago aanmeten, vertrouwen inboezemen en tonen dat samenwerken aan een nieuwe maatschappij mogelijk is. Het staat (bewust) sterk in contrast met de herinneringen van veel Belgen aan de Duitse invasie en bezetting van 1914-1918, maar ook met de recente nieuwsberichten over het Duitse en Russische leger in Polen en Finland, en zelfs met bepaalde episodes van de huidige invasie, zoals omgekomen burgers en zelfs vluchtelingen bij bombardementen door de Luftwaffe.
le pays réel van 14 februari 1937 (fragment).
Fotografen van de Duitse Propaganda-Kompanien (Het Laatste Nieuws, 17 juli 1940, p. 1).
Nu Brussel aan de Duitse troepen overgedragen is, behoort een normalisatie van de perssituatie tot hun prioriteiten. Wanneer de Wehrmacht op de avond van 17 mei de stad bereikt, verschijnt er immers geen enkele Brusselse krant meer. Al op 18 mei leggen enkele Duitse officieren beslag op de installaties van La Nation Belge, die snel ingeschakeld worden om de Duitse soldatenkrant West-Front te drukken. Maar dit is niet de aanpak die de Duitsers nastreven om de Belgische pers te herlanceren.
De journalisten Paul Delandsheere en Alphonse Ooms melden in hun (tijdens de oorlog dag op dag geschreven) kroniek9 van de nazi-bezetting van België, dat enkele Duitse officieren op het Brusselse stadhuis al op zondagnamiddag 19 mei vragen om in contact te komen met drukkers. Ze willen zo snel mogelijk een echte Belgische krant laten verschijnen, door Belgen geschreven en uitgegeven. En om het grote publiek te bereiken, liefst nog een voortzetting van vertrouwde vooroorlogse perstitels.
De daaropvolgende dagen installeert de bezetter zich in de Belgische hoofdstad. België komt, zoals al voor de inval bepaald, samen met de Franse departementen Nord en Pas-de-Calais onder een militair bestuur of Militärverwaltung. Die moet - zonder te veel moeite en inzet van eigen mensen - samen met de op post gebleven lokale autoriteiten, het gebied besturen, er de orde bewaken en het inschakelen voor de Duitse oorlogseconomie. Op 1 juni treedt generaal Alexander von Falkenhausen aan als Militärsbefehlhaber für Belgien und Nord-Frankreich. Hij werd op 31 mei benoemd, na een kleine twee weken dezelfde functie in Nederland10 te hebben uitgeoefend. De 61-jarige von Falkenhausen is een militair ‘oude stijl’ en geen liefhebber van het naziregime. Hij is rechtstreeks ondergeschikt aan de opperbevelhebber van het Heer, de Duitse landmacht. Bodo von Harbou en Eggert Reeder staan von Falkenhausen bij als bevelhebbers van respectievelijk de Kommandostab (militaire aangelegenheden) en de Verwaltungsstab (burgerlijke aangelegenheden), de twee takken van de Militärverwaltung.
Binnen de Militärverwaltung worden als onderliggende, hiërarchisch gestructureerde besturen zowel Oberfeldkommandanturen (gevestigd in Brussel en andere grote steden), Kreis- of Feldkommandanturen (per provincie of groep arrondissementen) als Ortskommandanturen (lokaal niveau) opgericht. De Brusselse Oberfeldkommandantur of OFK 672 is al vanaf 18 mei actief, en ook de leden van de Propaganda-Staffel B die zich in Brussel vestigen, gaan onmiddellijk na de bezetting van de stad aan het werk. Na de oprichting van de Militärverwaltung krijgt de Propaganda-Staffel B een plek binnen Reeders Verwaltungsstab. In de loop van november 1940 wordt ze omgedoopt tot de Propaganda-Abteilung Belgien, ook wel bekend als de PAB of kortweg de PA.
Ondertussen bij Jacques Vink [17-20 mei]
Net zoals bij het grootste deel van de bevolking zorgt de Duitse bezetting ook in het Brusselse hoofdkwartier van Philips11 - in de Anderlechtstraat, op anderhalve kilometer van Het Laatste Nieuws –voor verhoogde spanning, al doet afgevaardigd beheerder Jacques Vink al enkele dagen zijn best om zijn personeelsleden gerust te stellen.12 Hij roept op vertrouwen te hebben en niet ondoordacht te handelen; de bezetting van Brussel zal vreedzaam verlopen, verzekert hij. Toch kiezen vele Philipsmedewerkers ervoor om te vluchten. Voor wie blijft, is het ordewoord duidelijk: het werk moet hervat worden. Op maandag 20 mei bekijkt Vink met de overgebleven en nieuw aangestelde verantwoordelijken op welke manier dit het best gebeurt. In de Leuvense fabriek zal alleszins eerst stevig moeten worden ingezet op herstelwerken, aangezien bombardementen en beschietingen zeer zware schade veroorzaakt hebben.
De verslaggever van deze gebeurtenissen bij Philips vat de richtlijnen van Vink tijdens deze periode samen als ‘Confiance et Travail’.
Philips Leuven (Het Laatste Nieuws, 1 september 1937, p. 20).
Jacques Vink (Het Laatste Nieuws, 11 december 1932, p. 3).
Het duurt niet lang voor Vink bij Het Laatste Nieuws betrokken raakt. In het Philipsgebouw krijgt hij een eerste, onverwacht, bezoek van een enigszins verwilderd uitziende Cypriaan Verhavert.13 De 63-jarige redacteur, naar eigen zeggen ‘een van de zeldzame journalisten die Brussel in mei-juni 1940 niet hebben verlaten’14, was op de vlucht geslagen toen Duitse soldaten de gebouwen van de krant naderden, ervan overtuigd dat de Duitsers ‘de journalisten zouden doodschieten’.15
Op zaterdag 18 mei16 krijgt Vink dan weer bezoek van Joris Van Acker, chef publiciteit van Het Laatste Nieuws en leider van het comité aan wie de vertrekkende hoofdboekhouder Jan Hereng drie dagen eerder de bewaking van de gebouwen en de zorg voor het personeel delegeerde.
Van Acker kent Vink enkel van naam. De status van Vink als toekomstige schoonvader van Hostes oudste dochter én als bewoner van Hostes villa17, lijken Van Acker echter een voldoende basis voor een gesprek. Volgens Van Acker doet Vinks verblijf op de Natiënlaan hem ‘aannemen’ dat Hoste Vink ‘tevens het behartigen van andere zaken/belangen had toevertrouwd.’18 Al is het niet uitgesloten dat Hoste bij zijn vertrek de naam van Vink heeft achtergelaten als contactpersoon19 in geval van probleemsituaties.
Cypriaan Verhavert
Met zijn 63 jaar is Cypriaan Verhavert - geboren op 18 maart 1877 in Kester - bij de start van de oorlog de oudste redacteur van Het Laatste Nieuws. Op redactiesecretaris August Woulff na, heeft hij - met zijn indiensttreding op 15 mei 1912 - ook de langste staat van dienst. Hij staat bekend om zijn stevige karakter.
Op een opleiding tot pasteibakker na, is Verhavert volledig autodidact: door zelfstudie, diverse cursussen, engagementen in culturele verenigingen en een gevarieerde loopbaan (hij was onder andere actief als kantoorbediende en als wijkagent bij de Brusselse politie) werkte hij zich op tot schrijver en journalist.
Tijdens het interbellum levert hij Het Laatste Nieuws zeer regelmatig zowel volkse als erudiete, dikwijls nostalgisch getinte, stukken over volks- en verenigingsleven, geschiedenis, monumenten, taalgebruik, vervoerskwesties, evenementen, stadszichten, prominente figuren en tradities in Brussel. In beperkte mate schrijft hij gelijkaardige artikels over andere steden.
Het publiek kent Verhavert ook als auteur van talrijke boeken over Brussel (waarvan hij er enkele zelf uitgeeft onder de naam ’t Spaeverke) en als veel gevraagde gast bij diverse verenigingen in Brussel en daarbuiten, om zowel lezingen als rondleidingen te geven. Als ‘letterkundige’ en ‘folklorist’ zetelt hij in tal van verenigingen en commissies. In november 1933 wordt hij voor zijn ’diensten aan de Letteren’ benoemd tot Ridder in de Kroonorde. In 1940 is hij lid van het Willemsfonds Brussel en van de Algemeene Belgische Persbond.20
Cypriaan Verhavert (Het Laatste Nieuws, 16 mei 1942, p. 2).
Vink en Van Acker [18-20 mei]
Wanneer hij in 1945 tijdens een verhoor over zijn bezoek aan Jacques Vink vertelt, spreekt Joris Van Acker over een allesbehalve vriendelijke ontvangst. ‘Ha, eindelijk bent U daar, ik dacht dat U nooit zou komen. Ik heb hier reeds het bezoek gekregen van een zekere Verhavert en van U hoorde ik niets’, zou Vink hem ‘woordelijk’ gezegd hebben. Waarop Van Acker zich verontschuldigde en verklaarde dat hij ‘op “Het Laatste Nieuws” veel tijd had verloren door het opbergen of vernietigen van documenten die comprometteerend [sic] konden zijn voor den heer Hoste en voor derden’21, een taak waaraan hij begonnen was toen de Duitsers de stad bereikten.
Vink en Van Acker maken kennis en bespreken (ook tijdens een tweede gesprek rond 20 mei) onder andere de zakelijke belangen van Julius Hoste, de inbeslagname van de installaties van La Nation Belge, de algemene toestand van de Belgische pers, en wat met Het Laatste Nieuws moet gebeuren. Concrete plannen om de krant te laten herverschijnen zijn er volgens de naoorlogse verklaringen van beide heren op dat moment echter nog niet. Ze zijn allebei op de hoogte van het voornemen van Hoste om niet onder Duitse censuur te verschijnen.
Het is ook allemaal nieuw voor Vink: bij Het Laatste Nieuws is hij nooit betrokken geweest. Ook niet bij journalistiek in het algemeen, een domein waar hij, naar eigen zeggen, ‘ook geen benul’22 van heeft. Op het proces-Het Laatste Nieuws eind 1945 verklaart23 hij zelfs dat hij bij het uitbreken van de oorlog de krant nog nooit gelezen had.
De motivatie van Van Acker voor deze gesprekken moet deels gezocht worden in de opdracht die hij op 15 mei van Hereng gedelegeerd kreeg. Daarnaast is er ook het feit dat bij inactiviteit van Het Laatste Nieuws, Van Acker zonder werk zit en het dus zonder zijn hoge basisloon van vijfduizend frank24 per maand én zijn extra inkomsten uit nevenactiviteiten voor adverteerders25 moet stellen. Geen evidentie voor iemand die tussen 21 en 27 mei voor meer dan vijfhonderd frank - voor een jonge redacteur op de krant een weekloon26 - aan onkosten (voornamelijk lunch- en taxikosten) indient.27
Ook niet onbelangrijk: op maandag 20 mei vaardigt de bezettende overheid haar verordening ‘over de behoorlijke leiding van zaken en bestuur van ondernemingen’28 uit. Deze verordening bepaalt dat, ‘om de verzorging der bevolking in de bezette gebieden te waarborgen’, alle bedrijven - tenzij om ‘dwingende redenen’ - moeten verder werken. Van de ‘verantwoordelijke leiders’ wordt verwacht ‘hun zaken behoorlijk te besturen en voort te zetten’. Zo niet, kunnen ‘bestuurscommissarissen’ (voorlopige bestuurders) aangesteld worden, die het beheer van deze bedrijven overnemen.
Op dezelfde dag verspreidt de stad Brussel een bericht van burgemeester Vandemeulebroek waarin hij oproept tot ‘het onmiddellijk hernemen der handelszaken.’ In het vervolg van het korte bericht zegt hij te hopen dat ‘de magazijnen, tooneelzalen en kinema’s, alsook alle andere handels- en nijverheidsinrichtingen hunne deuren zoo haast mogelijk zullen openen, met een maximum van werkend personeel’.29 Ook de Brusselse scholen heropenen op 20 mei.
Hoofding van een nummer van het Verordnungsblatt des Militärbefehlshabers in Belgien und Nordfrankreich uit 1940.
De pers op de Oberfeldkommandantur [21-22 mei]
Dinsdag 21 mei in de voormiddag. Tijdens een vergadering tussen Duitse militairen en Vandemeulebroek is enig aandringen van de Duitsers nodig om de burgemeester een uitnodiging aan de Brusselse kranten te laten opstellen.30 Uiteindelijk geeft Vandemeulebroek toe. In zijn brief gedateerd op diezelfde 21 mei, schrijft hij aan de persverantwoordelijken dat generaal Sieglin hen via de ‘Kommandantur’ wenst te ontbieden om hun medewerking te vragen voor de publicatie van hun kranten. Vandemeulebroek geeft ook mee dat hij ingestemd heeft om tussenpersoon te spelen, maar ‘à condition formelle que mon concours n’ait aucune influence, ni ne comporte aucune suggestion sur la décision que vous prendrez.’31 Hij legt zijn autoriteit als burgemeester dus niet in de weegschaal, de bestemmelingen zijn ‘seul juge de la réponse à faire’.
Diezelfde dag nemen Duitse militairen het NIR-gebouw aan het Flageyplein in. Aangezien de installaties enkele dagen voordien door het vertrekkende radiopersoneel gesaboteerd werden, hebben de Duitsers uiteindelijk een kleine tien dagen nodig om hun nieuwe Sender Brüssel/Zender Brussel/Radio Bruxelles uitzendklaar te krijgen.32
Joseph Vandemeulebroek (Het Laatste Nieuws, 29 november 1939, p. 1).
De vergadering waarvoor burgemeester Vandemeulebroek de persuitgevers uitnodigde, vindt al de volgende morgen om tien uur plaats, in het gebouw van de Oberfeldkommandantur. Die heeft zich in de Wetstraat nummer 6 gevestigd, waar tot voor kort het Belgische ministerie van Binnenlandse Zaken zetelde. De aanwezigen krijgen er een uiteenzetting van dr. Otto Merstedt, Sonderführer Z, die recent via Luik in Brussel aankwam, en de dag voordien ook al aanwezig was op de vergadering met de Brusselse burgemeester. Merstedt maakt duidelijk dat de Brusselse Oberfeldkommandantur de kranten zo snel mogelijk wil zien herverschijnen. Maar hij moet ook vaststellen dat dit met de opgedaagde personen niet eenvoudig zal zijn. ‘Er was slechts één bevoegde persoon aanwezig, namelijk de uitgever van de “Nation Belge”’33, meldt hij in zijn verslag. Daarnaast verschenen nog ‘twee juristen als wettelijke vertegenwoordigers die wegens gebrek aan gespecialiseerde kennis niet wisten wat ze moesten zeggen’, ‘een redacteur van de “Standaard”’ - het betreft de losse medewerker (en kunstenaar) Victor Servranckx34 - en ‘voor zowel “Libre Belgique“ als “Dernière Heure“ een zetter’.35
Veel verantwoordelijken en redacteurs zijn immers op de vlucht, anderen kiezen bewust voor terughoudendheid. Zo stuurt36 Marie Huyghe, de eigenares van Het Nieuws van den Dag, haar echtgenoot Georges Duplat - een van de twee juristen uit het verslag - naar de Kommandantur. Hoewel achteraf het verhaal de ronde doet dat een vertegenwoordiger van Het Laatste Nieuws op de vergadering aanwezig was, maakt het verslag van Merstedt daar geen melding van. In hun naoorlogse getuigenissen zeggen zowel Joris Van Acker als Jacques Vink niet te weten wie Het Laatste Nieuws er kan vertegenwoordigd hebben.
Terug naar de inhoud van de vergadering: ondanks de tegenvallende opkomst eindigt ze met het verzoek van de Duitsers aan de aanwezigen ‘om zo snel mogelijk voorstellen in verband met het herverschijnen in te dienen‘37, wat de aanwezigen volgens het verslag Merstedt beloven. Maar het is wel duidelijk dat een andere methode aangewezen is om de Brusselse kranten tot actie aan te zetten. De daaropvolgende uren en dagen gaan afgevaardigden van het Duitse bezettingsbestuur zelf langs bij verschillende kranten om te proberen schot in de zaak te krijgen.
De uitnodiging van Brussels burgemeester Joseph Vandemeulebroek aan de uitgever van Het Nieuws van den Dag, 21 mei 1940 (afschrift naar een gezette kopie uit 1944, bewaard in het Letterenhuis, Archief Gaston Durnez).
Brussel, het gebouw van de Wetstraat nummer 6 in 2024.
De Sonderführers
Otto Merstedt draagt, zoals andere Duitse functionarissen waarmee de Belgische persverantwoordelijken in contact komen, de titel van Sonderführer, te vertalen als speciaal leider. Deze titel wordt vanaf 1937 binnen de Wehrmacht ingevoerd om in geval van mobilisatie burgers met een specifieke expertise (denk aan bijvoorbeeld tolken, ingenieurs, artsen, fotografen en journalisten) in het militaire apparaat te integreren, ook al hebben ze geen militaire gevechtstraining gekregen. Een bijkomende letter (R, B, K, Z, O, G) geeft de equivalentie van hun functie binnen de militaire hiërarchie aan. Zo komt de functie van Merstedt, Sonderführer Z, overeen met de rang van luitenant. Hun politieke achtergrond is divers en gaat van NSDAP-propagandisten tot tegenstanders van het naziregime.38
Duitse verwachtingen [21-22 mei]
Joris Van Acker verneemt naar eigen zeggen de Duitse persplannen op 21 mei39 (de dag dat Vandemeulebroek zijn brief opstelt), door een ontmoeting met Bastiaan Veth, een 48-jarige Nederalndse landbouwingenieur en handelaar die de voorbije jaren als gelegenheidsmedewerker40 land- en tuinbouwkronieken aan Het Laatste Nieuws leverde. Veth woonde begin jaren ’20 enkele jaren in Duitsland en spreekt vermoedelijk vlot Duits.
Hoe hij aan die informatie komt, is onduidelijk, maar Veth weet Van Acker te vertellen dat de Duitsers twee kranten zeker zouden willen zien herverschijnen: Le Soir en Het Laatste Nieuws, wat niet onlogisch is aangezien beide kranten, met hun oplages van rond de driehonderdduizend exemplaren, vóór de Duitse inval de meest verspreide Belgische perstitels waren. Van Acker geeft aan Veth de opdracht bij de bezetter verdere informatie in te winnen. De volgende dag ondertekent Veth41 een ontvangstbewijs42 voor duizend frank vanwege Het Laatste Nieuws, een bedrag dat Van Acker in de boekhouding43 opneemt als ‘steun’.
Bastiaan Veth, ca. 1927 (Collectie Algemeen Rijksarchief (ARA), archief Ministerie van Justitie. Bestuur van de Openbare Veiligheid. Dienst Vreemdelingenpolitie. Individuele dossiers geopend tussen 1913 en 1930 (inventariscode F 1650), dossier nr. 1.276.439: Bastiaan Marius Veth (pasfoto uit ‘Bulletin de renseignements’ (Commune d’Ixelles), 19 januari 1927).
De verduidelijking over de Duitse persbedoelingen komt snel. Nog op 22 mei, de dag van de Kommandanturvergadering, krijgt Van Acker op Het Laatste Nieuws bezoek van een afgevaardigde van de Propaganda-Staffel, de Duitse persofficier Mayaux, die vlot Frans44 spreekt. Mayaux verklaart de opdracht te hebben de Vlaamse pers opnieuw te doen uitgeven en dringt bij Van Acker aan45 om Het Laatste Nieuws te laten herverschijnen. Van Victor Servranckx - die voor De Standaard op de Kommandantur aanwezig was - heeft hij te horen gekregen dat Het Laatste Nieuws bedrijfsklaar is en onmiddellijk kan drukken.
Mayaux heeft ook een lijst met voorwaarden mee. Die luiden, volgens een op Het Laatste Nieuws opgemaakt verslag, als volgt: ‘a) de Duitsche overheid bemoeit zich niet met de binnenlandsche politiek van het land; b) het blad moet niet pro-Duitsch zijn. Een anti-Duitsche houding zou echter niet worden geduld. c) de heele neutrale pers kan geciteerd worden. Werden met name genoemd: V.S.A., Zwitserland, Zweden, Italië, Roemenië; d) dagelijks [moet] het officieele communiqué van het opperbevel gegeven worden; e) geen woord over de militaire aangelegenheden.’46
Naar hij na de oorlog verklaart, probeert Van Acker terughoudend te blijven: ‘Ik antwoord dat de zaak niet mijn eigendom is en ik geen volmacht bezit om de krant uit te geven. Ik probeer tijd te winnen door den nadruk te leggen op het feit, dat ons lezerspubliek zich in de provincie bevindt en wij, gezien het volkomen gemis aan transportmiddelen, dit toch niet zouden kunnen bereiken.’47 Het ontbreken van een mandaat om de krant uit te geven, hoeft volgens Mayaux geen probleem te zijn, hij geeft aan dat de militaire overheid Van Acker een schriftelijk bevel kan geven. Voor het transportprobleem - onder andere geen treinen en een tekort aan voertuigen en benzine - komt voorlopig geen oplossing uit de bus.
Hoewel Van Acker heel goed weet dat Hoste voor zijn vertrek verklaarde dat Het Laatste Nieuws niet onder Duitse censuur zou verschijnen, trekt hij opnieuw naar Vink om de nieuwe situatie te bespreken. Vink, onzeker over wat er moet gebeuren en twijfelend over de politieke wenselijkheid van een heropstart, besluit om te proberen ‘een serie personaliteiten’48 te raadplegen.
Victor Servranckx (Het Laatste Nieuws van 24 juli 1930, p. 8).
Ondertussen in Antwerpen [22 mei]
Ook in Antwerpen49 worden ondertussen, net als in andere steden, vertegenwoordigers van de plaatselijke kranten op het stadhuis ontboden met als doel een voorlopige regeling rond hun heruitgave te voorzien. Victor Resseler, directeur van de Antwerpse redactie van Het Laatste Nieuws, wordt samen met verantwoordelijken50 van Gazet van Antwerpen, De Nieuwe Gazet, Het Handelsblad, Le Matin, De Dag en La Métropole op 22 mei op het Antwerpse stadhuis ontvangen: eerst door waarnemend burgemeester Leo Delwaide (die de gevluchte burgemeester Camille Huysmans vervangt), daarna door een Duitse Sonderführer die - volgens Victor Resseler in een nota - ‘mooie beloften51 doet, zonder dat er wordt op ingegaan’.
Volgens het Duitse verslag van de vergadering krijgen de aanwezigen onder andere te horen dat het ‘alle belangen’ zou dienen als de kranten opnieuw zouden verschijnen, dat de Nederlandse kranten ‘over het algemeen weer verschijnen’, dat Brusselse kranten de daaropvolgende dagen van de pers zullen komen en dat het herverschijnen van Antwerpse dagbladen voor het informeren van de bevolking (rantsoenering, mededelingen van de burgemeester enzovoort) ‘van het grootste belang’ is. De Antwerpse persverantwoordelijken proberen echter tijd te winnen en zeggen de zaak te zullen onderzoeken. Niet gelovend in een heropstart van de pers, bezorgt Resseler in het verlengde van de vergadering naar eigen zeggen ‘aan dozijnen journalisten’ werk ‘in tijdelijken stadsdienst’.52 Zo komt bijvoorbeeld Jef De Potter, journalist op het Antwerpse kantoor van Het Laatste Nieuws, in dienst als hulp-politieagent.53
Victor Resseler
Net als Julius Hoste jr. is de op 29 april 1877 in Antwerpen geboren Victor Resseler54 een drukbezet figuur die uitgeversactiviteiten en journalistiek combineert met politiek en een sterk engagement in het literair-culturele en liberale verenigingsleven. Als drukker-uitgever heeft hij onder andere het tijdschrift De Week (1909-1912), het Lectura-fonds (vanaf 1919) en het tijdschrift Het Volksbelang (1925-1934) op zijn actief. In de politiek is hij - na een jeugd in het anarchisme - actief binnen het Liberaal Vlaams Verbond (dat hij in 1913 mee oprichtte en waarvan hij ondervoorzitter werd), de Liberale Volkspartij Help U Zelf (waarvan hij voorzitter is sinds het begin van de jaren 1930) en de Liberale Partij van het arrondissement Antwerpen (waarvan hij secretaris is sinds 1936). Sinds 1938 zetelt hij als liberaal gemeenteraadslid in Antwerpen.
Zijn medewerking aan Het Laatste Nieuws bouwt hij geleidelijk op. Na een eerste periode als losse medewerker vanaf 1906, wordt Resseler in 1912, als gevolg van zijn ‘vriendschappelijke verhouding’55 met Julius Hoste jr., Antwerps correspondent van de krant, om vanaf 1 januari 1919 de leiding te krijgen over het Antwerpse kantoor van Het Laatste Nieuws. Net daarvoor was hij vanaf november 1918 kortstondig actief als hoofdredacteur van de Antwerpse liberale krant De Nieuwe Gazet. Tussen 1932 en mei 1940 combineert hij zijn functie op Het Laatste Nieuws ook met het correspondentschap voor de Amsterdamse liberale krant Algemeen Handelsblad. Als directeur van het Antwerpse kantoor geeft hij leiding aan de Antwerpse personeelsleden (redacteurs Jef De Potter en Jozef De Groodt en administratief medewerker Jean Houwelyckx), en coördineert hij de berichtgeving vanuit Antwerpen naar de hoofdzetel in Brussel.
Sinds 1900 is Resseler gehuwd met Fanny Delvaux, als dichteres bekend onder het pseudoniem Siska van Daelen. Via de huwelijken van zijn zussen Alida en Jeanne is hij de schoonbroer van zowel zijn jeugdvriend Lode Baekelmans, bekend als schrijver en conservator, als van de Vlaams-nationalistische journalist Herman van Puymbrouck.
Resseler is in 1940 lid van het LVV, het Willemsfonds (Antwerpen) en de Algemeene Belgische Persbond.
Victor Resseler, [eind jaren 1930] (Familiearchief Walter Resseler).
Duitse blik op de Brusselse pers [22-25 mei]
Het eerste bezoek van Sonderführer Mayaux aan Het Laatste Nieuws was geen groot succes, en ook de rest van de Duitse ronde langs de Brusselse kranten levert geen onmiddellijke resultaten op.56 Bij de katholieke De Standaard, waar geen bestuurders aanwezig zijn57, verklaren ze zich volgens het verslag van Merstedt wel ‘bereid onmiddellijk te verschijnen als vooraanstaande persoonlijkheden van de Vlaamse katholieke partij daarmee instemmen’.58 Bij de Rex-krant Le Pays Réel liggen praktische bezwaren een onmiddellijke herverschijning in de weg. De afgesloten gebouwen van Le Soir en het liberale La Dernière Heure ‘zijn door alle gezaghebbende personen verlaten’59, maar maken bij een controlebezoek wel indruk door de aanwezigheid van een hoogtechnologisch machinepark van Amerikaanse oorsprong, ‘zoals in heel Duitsland niet beschikbaar is’.60 ‘Met de andere Brusselse kranten kon geen contact gelegd worden, aangezien er niemand te vinden was’61, schrijft Merstedt in het slotdeel van zijn verslag. Prioritair lijkt hem om ‘zo snel mogelijk een georganiseerde berichtendienst door de DNB’ - het persagentschap Deutsches Nachrichtenbüro - in te richten. Het is immers de bedoeling om in te gaan tegen de ‘gruwelberichten’ die onder de bevolking circuleren en ‘die door de vijandige omroepen nog dagelijks worden vermenigvuldigd’. Daartoe ‘zouden de kranten, in het belang van de bevolking, een dagelijks bericht over zulke berichten en hun weerlegging moeten publiceren.62
Maar zo ver is het dus nog niet. ‘Om in Brussel überhaupt ooit een krant te laten verschijnen’63 en in de hoop hierdoor andere kranten uit concurrentieoverwegingen tot actie aan te zetten, geeft Merstedt aan een collega, Sonderführer Werner Sinn, de opdracht om de publicatie van La Nation Belge op te starten. Op 18 mei waren Duitse officieren, onder wie Sinn en een zekere kapitein Lehmann de gebouwen van de krant op het De Brouckèreplein al binnengevallen om beslag te leggen op haar installaties, een dag later werd de inbeslagname voor onbepaalde duur door het bezettingsbestuur bevestigd.64 Alle praktische voorwaarden om de publicatie van La Nation Belge mogelijk te maken, inclusief papiervoorraad, zijn aanwezig. Vanaf 21 mei rolt de Duitse soldatenkrant West-Front er al van de persen.
Sinn neemt zijn intrek in de bureaus, en werft, terwijl hij feitelijk de leiding in handen houdt, enkele Belgen aan om de krant formeel te leiden en samen te stellen. In een eerste fase combineert publiciteitsagent Maurice Pilette (°1893) die zich al op 18 mei op de Duitse ambassade ging aanbieden, het directeur- en hoofdredacteurschap. Joseph Hanon (°1905), bij La Nation Belge betrokken vanaf 19 mei, treedt op als ‘administrateur-gérant’ en spant zich in om de vooroorlogse arbeiders te laten terugkomen.
Op 22 mei ontzegt Sinn het vooroorlogse directie- en administratieve personeel formeel de toegang65 tot de gebouwen. Van een censuursysteem is nog geen sprake66, en gezien de positie van Sinn is dit ook niet nodig. Het snel samengestelde eerste nummer is gedateerd op 23 mei67 en verschijnt op twee pagina’s68 en vijfduizend exemplaren. Een Belgische redacteur zorgt voor het schrijven van een deel van de artikels en het vertalen van een ander deel uit het Duits, terwijl ook de heer Stich van DNB Brussel voor ondersteuning zorgt. Tegen 25 mei werkt een nieuwe achtkoppige redactie voor de krant, tegen 1 juni zijn de redacteurs - die bijna allemaal van buiten de journalistiek komen69 - met een twintigtal.
‘Wij, Presseoffizier, bevestigen dat wij beslag hebben gelegd op de bureaus van La Nation Belge voor een onbepaalde periode. Bijgevolg verbieden wij formeel aan alle personeelsleden van de directie en de administratie in dienst vóór de bezetting van het Duitse leger, de toegang tot de lokalen van La Nation Belge.’70
Sonderführer Werner Sinn, 22 mei 1940.
De krant, die voor de oorlog duidelijk een anti-Duits profiel had, probeert een schijn van continuïteit hoog te houden, met behoud van de opmaak, de nummering en voor de eerste twee nummers ook de ondertitel71 ‘Journal quotidien d’Union Nationale’. In het eerste nummer laat de anti-Engelse toon van enkele artikels echter al weinig aan de verbeelding over, net als de publicatie - centraal onder de hoofding - van het Duitse legerbericht waarin de Duitse acties tegen ‘de vijand’ worden geschetst, en van dreigende berichten van de Duitse legerleiding ‘aan de bevolking van de bezette landen’.72 Verder bevat deze editie ook een aantal berichten van burgemeester Vandemeulebroek aan de bevolking over onder andere de avondklok en het hernemen van het openbaar leven.73 Paul Struye denkt er in zijn dagboek het zijne van:
Het eerste nummer van de nieuwe La Nation Belge (23 mei 1940, p. 1 - Collectie KBR DIGIT 1.000 a; FS XLV 154-158; FS XLVIII 3917 D; J.B. 1.000 a; MIC PERM 470; MIC PERM 500/D19).
‘Les occupants ont fait paraître sur les presses et sous le titre de Nation Belge une feuille violemment antianglaise […]. Faire paraître un journal, soit. S’approprier le titre de la N.B. est indéfendable.’74
(Paul Struye, dagboek, 24 mei 1940).
De pro-Duitse en anti-Engelse toon van de krant, die er met de tijd niet op verbetert, levert haar bij de bevolking al snel de bijnaam ‘La Nation Boche’ op. Een bijkomend probleem voor de Duitsers is dat het nieuws dat Sinn de werkelijke leiding van de krant in handen heeft, zich in Brussel zeer snel verspreidt, zowel in persmiddens als bij het grote publiek. Merstedt beslist in te grijpen en geeft ‘daarom al op vrijdag 24 mei aan Sonderführer Sinn de opdracht zijn activiteiten zoveel mogelijk te beperken tot censuur en assistentie en de eigenlijke redactie aan de Belgische redacteur over te laten.'75
Afschrift (fragment) naar het ‘Tätigkeitsbericht des Sonderführer Dr. Otto Merstedt über die Zeit des Einsatzes von 10.-25.Mai 1940’ (fotokopie van origineel, bewaard in Letterenhuis, Archief Gaston Durnez, doos 101 (door Durnez gefotokopieerd uit het toenmalige NCWO II (nu Cegesoma), ref. Propaganda Abteilung Belgien, II)).
De oplage van La Nation Belge wordt snel opgetrokken naar 15.000 exemplaren en stijgt de daaropvolgende weken - ondanks haar reputatie - tot 150.000, met dank aan het feit dat ze tot midden juni als enige Franstalige Brusselse krant verschijnt. Maar het imago van de krant blijft een groot probleem: zelfs een ‘specialen verslaggever’ van de Nederlandse krant Het Vaderland schrijft76 in de editie van 10 juni, na een reis door Brussel en de Vlaamse provincies, dat ‘de Nation’ ‘zeer fascistisch en voor 100 percent Duitsch’ is, met koppen ‘over “ons” zegevierend leger’. Uiteindelijk stopt de Duitse bezetter eind september zelf de krant, onder andere als gevolg van fraude en amateurisme binnen het beheer, én omdat haar inhoud te propagandistisch was en dus niet effectief. Maar voor de Duitsers was het al zeer kort na de herlancering van La Nation Belge duidelijk dat het met andere kranten anders moet.
Dit artikel past in een reeks gewijd aan Het Laatste Nieuws net voor, tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog. Bezit u archiefmateriaal van personen die in deze periode voor Het Laatste Nieuws werkten (bijvoorbeeld brieven, foto’s, dagboeken, memoires) of promotiemateriaal van de krant, en mag dat geraadpleegd worden voor historisch onderzoek? Neem graag contact op met sebastien.baudart@liberas.eu.
Alle mogelijke opmerkingen kunnen eveneens gemeld worden op hetzelfde adres.
Bronnen, noten en/of referenties
1. Tenzij anders aangegeven, zijn alle onderdelen over de algemene oorlogscontext, het militaire bestuur en de Duitse propagandaplannen gebaseerd op CegeSoma, ‘Jahresbericht der Propaganda-Abteilung Belgien beim Militärbefehlshaber in Belgien und in Nordfrankreich’, augustus 1941; CegeSoma, GRMA T-501 rol 102: Nota “Organisation der Militärverwaltung in Belgien”, 4 juni 1940; Alain Colignon, ‘Première Page, Cinquième Colonne’, in: Jours noirs (Jours de Guerre 8), ed. Francis Balace (Bruxelles: Crédit Communal, 1992) 6-31; Els De Bens, De Belgische dagbladpers onder Duitse censuur (1940-1944) (Antwerpen: Nederlandsche boekhandel, 1973); Els De Bens, ‘La presse au temps de l’occupation de la Belgique (1940-1944)’, in: Revue d'histoire de la Deuxième Guerre mondiale, 20, nr. 80 (oktober 1970): 1-28; Albert De Jonghe, Hitler en het politieke lot van België 1 (Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel, 1972); Paul Delandsheere en Alphonse Ooms, La Belgique sous les nazis. Tome I – 1940-1941 (Bruxelles: L’Edition Universelle, [1945]) 34 e.v.; Louis Fortemps en Roel Vande Winkel, ‘The German Military Propaganda Department Belgium (Propaganda-Abteilung Belgien) vis-à-vis “Cultures of Spectacle” in Occupied Belgium (1940-1944)’, in: BTNG/RBHC, LIII (2023), nr. 1-2: 170-200; Jules Gérard-Libois en José Gotovitch, L’an 40. La Belgique occupée (Bruxelles: CRISP, 1971); José Gotovitch en Francis Balace, ‘Militärverwaltung’, in: Jours de guerre 5. Jours de chagrin I, ed. Francis Balace (Bruxelles: Crédit communal, 1991) 80-101; Chantal Kesteloot, 1940-1944. Bruxelles sous l’Occupation (Bruxelles: Editions Luc Pire/Cegesoma, 2009) 32, 44; Johannes Schmid, ‘Comment gérer l’occupation de la Belgique? La propagande allemande en 1940’, in: La guerre de 1940. Se battre, subir, se souvenir, eds. Stefan Martens en Steffen Prauser (Villeneuve d'Ascq: Presses universitaires du Septentrion, 2014) 165-178; Paul Struye (ed. Thierry Grosbois), Journal de Guerre (Bruxelles: Editions Racine, 2004) 46 e.v.; Roel Vande Winkel, ‘Gelijkgeschakelde stemmen’, in: Tegendruk. Geheime pers tijdens de Tweede Wereldoorlog (Gent/Brussel: Amsab-ISG/SOMA, 2004) 48-65; Pierre Van Outryve d'Ydewalle, De memoires 1912-1940 (Tielt: Lannoo, 1994) 259; Jan Velaers en Herman Van Goethem, Leopold III. De koning, het land, de oorlog (Tielt: Lannoo, 1994) 329 e.v.; Dave Warnier, ‘Mei 1940: De Achttiendaagse Veldtocht’, in: Oorlog, bezetting, bevrijding. België 1940-1945, eds. Wannes Devos en Kenny Gony (Tielt: Lannoo, 2019) 65-78.
2. Struye, Journal de Guerre, 49 (19 mei 1940).
3. CegeSoma, ‘Jahresbericht der Propaganda-Abteilung’, augustus 1941, 7.
4. Rechtstreekse financiële steun of onder de vorm van aankoop van advertentieruimte voor Duitse bedrijven. Volgens Els De Bens kregen onder meer Volk en Staat, La Métropole, De Nieuwe Gazet, L’Etoile Belge en L’Indépendance Belge steun, wat betekent dat ook kranten met een anti-Duitse reputatie op dergelijke steun konden rekenen. Ook onder andere Frankrijk en Engeland verleenden financiële steun aan bepaalde kranten (De Bens, De Belgische dagbladpers, 82, 137-138).
5. Dirk Martin, ‘De Belgische pers en Duitsland 1936-1940’, in: Tijdschrift voor diplomatie, 6, nr. 11 (juli 1980): 763-771.
7.Der Weg zur Bereinigung der Presseverhältnisse in Belgien war somit vorgezeichnet: Es galt, durch Ausschaltung der vorgenannten Blätter den französischen Einfluss zurückzudämmen und in Belgien eine Presse zu schaffen, die, klar von den beiden Volksgruppen geformt, einen eigenen Charakter hatte.’ (CegeSoma, ‘Jahresbericht der Propaganda-Abteilung’, augustus 1941, 8).
8. De letter ‘B’ verwijst oorspronkelijk niet naar België, maar naar de voor de invasie van België en Nederland verantwoordelijke legergroep B.
9. Delandsheere en Ooms, La Belgique sous les nazis I, 37.
10. In Nederland wordt vanaf 29 mei 1940 een burgerlijk bestuur of Zivilverwaltung geïnstalleerd.
11. Voor foto’s van het Brusselse Philipshoofdkwartier, zie https://flic.kr/p/3aoJS.
12. Voor de gebeurtenissen bij Philips: Adrien Brysse, Philips in België (eigen beheer, s.d.) 13 e.v. Met dank aan Adrien Brysse voor het bezorgen van het document.
13. Tenzij anders vermeld, zijn de onderdelen over de stappen van en de contacten tussen Jacques Vink en Joris Van Acker gebaseerd op getuigenissen van Vink en Van Acker tijdens het onderzoek en het proces-Het Laatste Nieuws (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10: transcriptie van verhoor van Cyriel Baeyens en Joris Van Acker op het proces-Het Laatste Nieuws, 20 november 1945; verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945) en op ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: brief van Cypriaan Verhavert aan Marcel Stijns, 30 september 1944.
14. Letterenhuis, Archief Lode Vanhaelst, briefje ‘Kommentaar op de verklaringen van R. Tack voor den vriend L. Van Haelst’, 7 november 1946.
15. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: brief van Cypriaan Verhavert aan Marcel Stijns, 30 september 1944.
16. Zowel Van Acker als Vink twijfelen in hun getuigenissen tussen 17 en 18 mei. Op het proces-Het Laatste Nieuws vermeldt Vink 18 mei. Op basis van de andere gebeurtenissen (onder andere het feit dat de Duitsers pas op de avond van 17 mei in Brussel aankomen) gaat het waarschijnlijk om 18 mei.
17. Vink en Van Acker wonen vanaf dan in dezelfde buurt: Van Ackers woning in de Keverslaan is maar een 350-tal meter verwijderd van de villa van Julius Hoste in de Natiënlaan.
18. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: PV van het verhoor van Joris Van Acker op 6 juni 1945.
19. Aan de redacteurs die net als hij vanuit Oostende naar Frankrijk reizen, geeft hij onder andere het adres mee van de Philipsvestiging in Parijs.
20. Zie Sébastien Baudart, ‘HLN 1939-1945 | Beeld van een oorlogsredactie’ [in voorbereiding].
21. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: PV van het verhoor van Joris Van Acker op 13 juni 1945.
22. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: PV van het verhoor van Jacques Vink op 19 juli 1945.
23. Verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945.
24. Deskundig verslag door Nestor Eemans ter voorbereiding van het proces-Het Laatste Nieuws, 10 juni 1945: 33 (in o.a. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws en Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10).
25. Zie Sébastien Baudart, ‘50 jaar HLN | Hoste en zijn krant’, in: Liberas Stories, geraadpleegd 23.1.2026. [link]
26. Zie Sébastien Baudart, ‘50 jaar HLN | Een krant en haar redactie’, in: Liberas Stories, geraadpleegd 23.1.2026. [link]
27. Liberas, Archief Jan Baptist Hereng (archief nr. 1847), nr. 3: Onkostenlijst van Joris Van Acker, 27 mei 1940.
28. Voluit ‘Verordening over de behoorlijke leiding van zaken en bestuur van ondernemingen en bedrijven in de bezette streken van Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk van 20 Mei 1940’, in het Duits, Nederlands en Frans, gepubliceerd in het Verordnungsblatt des Militärbefehlshabers in Belgien und Nordfrankreich für die besetzten Gebiete Belgiens, Luxemburgs und Nordfrankreichs, herausgegeben vom Militärbefehlshaber (Militärverwaltungschef), 1940, nr. 2 (17 juni 1940): 30-31.
29. Uit Het Algemeen Nieuws, 25 mei 1940: 1. Voor de Franstalige versie, zie La Nation Belge, 23 mei 1940: 1.
30 .Tenzij anders aangeduid, is dit deel gebaseerd op: Letterenhuis, Archief Het Nieuws van den Dag/familie Duplat, naoorlogs dossier ter verdediging van het beleid van de krant tijdens de oorlogsjaren, 1944: uitnodiging van Joseph Vandemeulebroek aan de uitgever van Het Nieuws van den Dag, 21 mei 1940, en ‘Note concernant la publication du “Nieuws van den Dag” pendant l’occupation, 10 oktober 1944 (in Letterenhuis, Archief Gaston Durnez, doos 79: Het Nieuws van den Dag); Letterenhuis, Archief Gaston Durnez, doos 101, ‘Tätigkeitsbericht des Sonderführer Dr. Otto Merstedt über die Zeit des Einsatzes von 10.-25.Mai 1940’ (door Durnez gefotokopieerd en deels getranscribeerd uit het toenmalige NCWO II (nu Cegesoma), referentie Propaganda Abteilung Belgien, II), hierna aangeduid als ‘Tätigkeitsbericht Merstedt’. Zie ook CegeSoma, Documents et rapports du service de documentation central de l'Auditorat-général ('documents Jans') (inventariscode FICINV_1209), nr. 68 voor dit document in een Nederlandse vertaling.
31. ‘op de formele voorwaarde dat mijn medewerking geen enkele invloed zou hebben, noch enige suggestie zou inhouden op de beslissing die u zal nemen’.
32. Céline Rase, Interférences. Radios, collaborations et répressions en Belgique (1939-1949) (Namur: Presses Universitaires de Namur, 2021) 3.
33. Uit het verslag blijkt niet duidelijk wie hiermee bedoeld wordt. Logischerwijs gaat het om een van de, na de inbeslagname van de krant door de Duitsers aangestelde, nieuwe verantwoordelijken. Merstedt kwam pas op 19 of 20 mei in Brussel aan en was mogelijk nog niet volledig op de hoogte van de eerdere gebeurtenissen op La Nation Belge.
34. Gaston Durnez, De Standaard. Het levensverhaal van een Vlaamse krant. 1914-1948 (Tielt: Lannoo, 1985) 459.
35. ‘Anwesend war indes nur eine verhandlungstätige Persönlichkeit, nämlich der Herausgeber der “Nation Belge“. Die übrigen Personen waren zwei Rechtsanwälte als juridische Vertreter die mangels Fachkenntnissen nicht zu sagen wussten; ein Redakteur des “Standaard“ und je ein Setzer für “Libre Belgique” und “Dernière Heure”. (‘Tätigkeitsbericht Merstedt’)
36. Letterenhuis, Archief Het Nieuws van den Dag/familie Duplat, naoorlogs dossier ter verdediging van het beleid van de krant tijdens de oorlogsjaren, 1944: ‘Note concernant la publication du “Nieuws van den Dag” pendant l’occupation, 10 oktober 1944 (in Letterenhuis, Archief Gaston Durnez, doos 79: Het Nieuws van den Dag).
37. ‘Die Besprechung endete mit dem Ersuchen an die Erschienen, möglichst bald Vorschläge über das Wiedererscheinen zu unterbreiten; was versprochen wurde.’ (Tätigkeitsbericht Merstedt)
38. Gaston Durnez, De Standaard, 470-472; Fortemps en Vande Winkel, ‘The German Military Propaganda Department Belgium’, 174; ‘Sonderführer’, in: fr.wikipedia.org, de.wikipedia.org en en.wikipedia.org, geraadpleegd 2.2.2026.
39. Tenzij anders vermeld is dit onderdeel gebaseerd op getuigenissen van Jacques Vink en Joris Van Acker tijdens het onderzoek en het proces-Het Laatste Nieuws (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10: transcriptie van verhoor van Cyriel Baeyens en Joris Van Acker op het proces-Het Laatste Nieuws, 20 november 1945; verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945), een nota (‘rapport’) van Joris Van Acker, 10 september 1944 (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker, en Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4) en Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Cyriel Baeyens: nota van Cyriel Baeyens, 14 november 1944.
40. Algemeen Rijksarchief (ARA), archief Ministerie van Justitie. Bestuur van de Openbare Veiligheid. Dienst Vreemdelingenpolitie. Individuele dossiers geopend tussen 1913 en 1930 (inventariscode F 1650), dossier nr. 1.276.439: Bastiaan Marius Veth; Het Laatste Nieuws, 1935-1940.
41. Het is niet onmogelijk dat Van Acker Veth vanwege Het Laatste Nieuws naar de persvergadering op de Oberfelfkommandantur stuurde, maar daar zijn geen duidelijke aanwijzingen of bewijzen voor gevonden.
42. Liberas, Archief Jan Baptist Hereng (archief nr. 1847), nr. 3: ontvangstbewijs voor betaling van Het Laatste Nieuws aan B. Veth, 22 mei 1940.
43. Balans van Het Laatste Nieuws, 28 mei 1940 (in ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker), en Liberas, Archief Jan Baptist Hereng (archief nr. 1847), nr. 3).
44. E. de V., ‘Kollaboratie en kollaboratiepers in 1940-1945’ (interview met Jan Brans), in: ’t Pallieterke, 30, nr. 2 (10 januari 1974): 10-11.
45. Van getuigenis tot getuigenis varieert het werkwoord van ‘verzoeken’ tot ‘eisen’.
46. Voorwaarden geciteerd in ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Cyriel Baeyens: nota van Cyriel Baeyens, 14 november 1944.
47. Nota (‘rapport’) van Joris Van Acker, 10 september 1944 (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker, en Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4). Variant in ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: PV van verhoor van Joris Van Acker op 6 juni 1945: ‘Ik antwoordde hem dat mijn taak op het blad zuiver conservatoir was, en dat ik geen enkel mandaat bezat om het blad te doen herverschijnen. Bovendien liet ik hem opmerken dat, aangezien de groote meerderheid van onze lezers zich in de provincie bevond en het bijgevolg, gezien het volledig gemis aan transportmiddelen, het waanzin zou geweest zijn het blad opnieuw te laten verschijnen.’
48. Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: PV van het verhoor van Joris Van Acker op 6 juni 1945.
49. Het deel over de gebeurtenissen in Antwerpen is gebaseerd op CegeSoma, Documents et rapports du service de documentation central de l'Auditorat-général ('documents Jans') (inventariscode FICINV_1209), nr. 68 (verslag ‘Vergadering ten Stadhuize met betrekking tot het heruitgeven van de Antwerpse dagbladen’, 22 mei 1940); Centre Jean Gol, Archief Epuratiecomité Liberale Partij, dossier Victor Resseler: verslag getuigenis Victor Resseler voor het epuratiecomité van de Liberale Partij, 7 mei 1945; Letterenhuis, R 394 (Victor Resseler), map H: Handgeschreven nota’s over Het Laatste Nieuws in mei-juni 1940. Voor de identificatie van de betrokken persverantwoordelijken: Annuaire Officiel de la Presse Belge / Officieel Jaarboek van de Belgische Pers 1937-1938 (Brussel: Algemeene Belgische Persbond, [1937]); Tibo Minsart en Gaston Durnez, ‘De Dag’, in: encyclopedievlaamsebeweging.be, geraadpleegd 30.1.2026.
50. De heer Joossens (persagentschap Sipro), Alfred Somville (directeur van de Gazet van Antwerpen), de heer Huybrecht (De Nieuwe Gazet), Jan Van Menten (hoofdredacteur van Het Handelsblad), de heer [René of Walter] Van der Schoepen (Le Matin), Edmond Van Tassel en Clovis Baert (respectievelijk administratief directeur en hoofdredacteur De Dag) en Charles Penninck (directeur van La Métropole).
51. De door de Duitsers voorgelegde voorwaarden volgens het Deskundig verslag over Het Algemeen Nieuws door Paul Van Molle, s.d. (Letterenhuis, Archief Gaston Durnez, doos 101 (Het Algemeen Nieuws)): ‘1. Volgende vermelding diende in blokletters in de eerste uitgave aangebracht: De pers te Antwerpen verschijnt tijdens den duur der bezetting van Antwerpen door de duitsche overheid zonder censuur vooraf. Deze tegemoetkoming onderstelt een absoluut loyale houding vanwege de verantwoordelijke uitgevers en redacteurs. 2. Het is verboden artikels in te lasschen die het duitsch aanzien of de duitsche politiek schaden. Mogen verder niet opgenomen worden: Alle mededeelingen die de Duitsche Wehrmacht betreffen, Alle mededeelingen over het verkeer te land, te water en in de lucht, Beschrijvingen van krijgsverrichtingen, Meldingen uit fransche of engelsche bron evenals uit duitschvijandige bron in het binnenland, weerberichten. Moeten opgenomen worden: het dagbericht van het duitsch opperkommando, Alle mededeelingen van den draadloozen dienst “Deutschland-sender”, Bekendmakingen en meldingen van de militaire overheid, Indien ze dat wenschen mogen de bladen frontberichten inlasschen overgenomen uit duitsche bladen.’ (Omwille van de leesbaarheid werden extra leestekens ingevoegd)
52. Letterenhuis, R 394 (Victor Resseler), map H: Handgeschreven nota’s over Het Laatste Nieuws in mei-juni 1940.
53. Cegesoma, Dossiers van de inlichtings-en actiediensten ('SRA') van de Staatsveiligheid (BE-A0547_2674_AA1333), doos 1.474, dossier 43.241: Victor Resseler: nota van V.N.E. 4 [Jean Houwelijckx] over de oorlogsgebeurtenissen bij Het Laatste Nieuws, 5 juli 1945.
54. Zie Sébastien Baudart, ‘HLN 1939-1945 | Beeld van een oorlogsredactie’ [in voorbereiding].
55. Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4, dossier m.b.t. de redactie van Het Laatste Nieuws: brief van Victor Resseler aan Adolf Peremans, 15 juli 1943.
56. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op ‘Tätigkeitsbericht Merstedt’; CegeSoma, ‘Jahresbericht der Propaganda-Abteilung Belgien beim Militärbefehlshaber in Belgien und in Nordfrankreich’, augustus 1941; La Nation Belge, 23 mei 1940 e.v.; Belgische pers over het proces-La Nation Belge (La Cité Nouvelle, La Dernière Heure, La Lanterne, La Libre Belgique, La Métropole, La Meuse, La Nation Belge, Le Peuple, Le Soir, Volksgazet), 13 november - 5 december 1946; Le Huron, ‘Pour reprendre contact’, in: La Nation Belge, 6 september 1944: 1-2; De Bens, De Belgische dagbladpers; Laurent de Hepcée, ‘Le Soir volé. Fer de lance de la collaboration intellectuelle’ (Licentiaatsverhandeling geschiedenis, Université Catholique de Louvain, 1999).
57. Durnez, De Standaard, 459.
58. ‘Der flämische Standaard erklärte sich bereit, sofort zu erscheinen, wenn auch maßgebliche Persönlichkeiten der flämisch-katholischen Partei damit einverstanden sind.’ (‘Tätigkeitsbericht Merstedt’)
59. ‘Die beiden grossen Zeitungen “Le soir“ und “Dernière Heure“, sind von allen maßgeblichen Persönlichkeiten verlassen und die Räume vorschlossen.’ (‘Tätigkeitsbericht Merstedt’)
60 .‘[…] wie sie wohl in ganz Deutschland nicht vorhanden ist.’ (‘Tätigkeitsbericht Merstedt’)
61. ‘Mit den übrigen Brüsseler Zeitungen konnte keine Fühlung genommen werden, da von ihnen Niemand ausfindig gemacht werden konnte.’ (‘Tätigkeitsbericht Merstedt’)
62. ‘Die wichtigste Frage für die Brüsseler Presse ist die möglichst baldige Sicherung eines geordneten Nachrichtendienstes durch des DNB. Ein solcher ist zur Zeit nur in der dürftigsten Art vorhanden. Zur Abwehr der in der Bevölkerung vorhandenen unverstellbaren Gräuelnachrichten, die durch die feindlichen Sender noch täglich vermehrt werden, sollten die Zeitungen, und zwar auch im Interesse der Bevölkerung eine tägliche Notiz über solche Sreuelmeldungen[?] und ihr Widerlegung bringen.’ (‘Tätigkeitsbericht Merstedt’)
63. ‘Um in Brüssel überhaupt einmal eine Zeitung erscheinen zu lassen […].’ (‘Tätigkeitsbericht Merstedt’)
64. De operatie gaat dus vooraf aan de eerder vermelde verordening van 20 mei ‘over de behoorlijke leiding van zaken en bestuur van ondernemingen en bedrijven in de bezette streken van Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk.’ Els De Bens vermeldt in haar boek, op basis van een verklaring van majoor Gerhardus, leider van de Propaganda-Abteilung Belgien (februari 1968), dat de inbeslagname waarschijnlijk al voor de invasie van België voorzien was (De Bens, De Belgische dagbladpers, 329).
65. De Bens, De Belgische dagbladpers, 329, op basis van een nota van Werner Sinn, 22 mei 1940, ten tijde van haar onderzoek bewaard op het Brusselse Auditoraat-Generaal.
66. De Bens, De Belgische dagbladpers, 115.
67. Volgens het verslag van Otto Merstedt verscheen het nummer al op 22 mei, wat in de lijn ligt van de vooroorlogse gewoonten van de Brusselse pers om avondedities te dateren op de volgende dag.
68. Een enkele pagina met artikels en berichten, de tweede pagina bestaat integraal uit reclame en advertenties.
69. Volgens Els De Bens was één redacteur voor de oorlog al actief als beroepsjournalist: Jules Watelet, die tijdens de maand juli 1940 hoofdredacteur wordt van La Nation Belge (De Bens, De Belgische dagbladpers, 329; Belgische pers over het proces-La Nation Belge, 13 november - 5 december 1946).
70. De Bens, De Belgische dagbladpers, 329, op basis van een nota van Werner Sinn, 22 mei 1940, ten tijde van haar onderzoek bewaard op het Brusselse Auditoraat-Generaal.
71. Vanaf het derde nummer (van 25 mei) verandert de ondertitel kortweg in ‘Journal quotidien’.
72. ‘l’ennemi’ en ‘Aux habitants des pays occupés’ (La Nation Belge, 23 mei 1940: 1).
73. La Nation Belge, 23 mei 1940.
74. Struye, Journal de guerre, 56 (24 mei 1940).
75. ‘Ich befahl da her schon am Freitag den 24.Mai Sonderführer Sinn, seine Tätigkeit möglichst auf die Zensur und auf Hilfeleistungen zu beschränken und die eigentliche Redaktion dem belgischen Schriftleiter zu überlassen.’ (‘Tätigkeitsbericht Merstedt’)
76. ‘Hoe het er in België uitziet en hoe er de stemming is. De schade aan de steden. Een volk zonder leiding (Van een specialen verslaggever)’, in: Het Vaderland, 10 juni 1940: 5.