Naar Paul Veldekens [29 mei - 2 juni]

Het is al zondag 2 juni wanneer Jacques Vink, Joris Van Acker en Jan Hadermann namens Het Laatste Nieuws, samen met Georges Duplat namens Het Nieuws van den Dag, rond elf uur een bezoek brengen aan Paul Veldekens.1 en hem ‘het probleem van de pers’ voorleggen.2 Het bezoek is een idee van Duplat: hij en Veldekens kennen elkaar als collega-advocaten en ten tijde van de parlementsverkiezingen van 1921 stonden ze ook samen3 op de katholieke Kamerlijst.

De 51-jarige Veldekens is stafhouder bij de balie van het Hof van Cassatie, als hoogleraar verbonden aan de faculteit Rechten van de Katholieke Universiteit van Leuven en daarnaast ook actief als burgemeester van de Brusselse randgemeente Vlezenbeek. Een kleine twee weken daarvoor, op 20 mei, werd hij door de provincie Brabant aangesteld tot provinciaal commissaris om in enkele kantons de gevluchte burgemeesters te vervangen inzake praktische aangelegenheden zoals de voedselbevoorrading.

Als topadvocaat met veelvuldige gerechtelijke, industriële en politieke contacten - hij was na de Eerste Wereldoorlog zelfs even kabinetschef van minister van Binnenlandse Zaken Charles de Broqueville - heeft Veldekens de ambitie om een rol te spelen in bezet België. Naar zijn 43-jarige baliegenoot Paul Struye na een vergadering4 op 3 juni in zijn oorlogsdagboek schrijft, wil Veldekens van zijn balie graag ‘le cerveau pensant de la Belgique occupée’ maken, de centrale denktank die de ‘toekomstige heropbouw’5 zou voorbereiden én is hij ‘duidelijk overtuigd’6 van de Duitse overwinning. Veldekens, die zich zeer loyaal opstelt ten opzichte van de koning, werpt zich in deze verwarde dagen geleidelijk aan op als woordvoerder van de rechterlijke macht en bij uitbreiding de Belgische notabelen. Hij wil ook graag zelf een belangrijke rol spelen in het nieuwe België. 

Om de positie en drijfveren van Veldekens te kunnen inschatten, moeten we enkele dagen terug in de tijd, naar 29 mei, wanneer Veldekens zijn in België gebleven collega’s van de Cassatiebalie dringend bijeenroept voor een algemene vergadering van de Orde van Advocaten bij het Hof van Cassatie. Hij maakt er duidelijk dat de capitulatie van het Belgische leger de vorige dag, aan de hoogste, in het land gebleven, morele autoriteiten (zowel de rechterlijke, geestelijke, economische als de politieke) de plicht bezorgen om te ‘beraadslagen over de maatregelen die ze zouden kunnen nemen in het hoogste belang van het land’.7 In de loop van de maand juni komen hieruit twee juridische adviezen betreffende de positie van de regering-Pierlot en de positie van de koning voort. Daarnaast vertolkt Veldekens op de vergadering de visie dat het voorlichten van burgers en bedrijven over de draagwijdte van de wetgeving over leveringen aan de vijand niet aan de hoge magistraten toekomt (omdat zij later daarover misschien zullen moeten oordelen), maar aan de balie. De aanwezigen, die het unaniem eens zijn met deze visie, verzoeken Veldekens om ze aan de magistratuur voor te leggen.

Ook nog op haar vergadering van 29 mei besluit de Cassatiebalie dat het belangrijk is de omstandigheden van de capitulatie te achterhalen, en koning Leopold III de kans te geven zich te verdedigen tegen de beschuldigingen van verraad, die onder anderen de Franse en Belgische premiers Reynaud en Pierlot de vorige dag via de Franse radio geuit hebben. Indien mogelijk zouden de Cassatieadvocaten daarvoor graag een beroep doen op kardinaal Joseph-Ernest Van Roey8, de aartsbisschop van Mechelen, die in het verslag van de vergadering omschreven wordt als ‘de hoogste morele autoriteit van het land’9. Om dit te bereiken ontmoet Veldekens de kardinaal nog diezelfde dag rond 16 u.

Veldekens wil de ontmoeting tussen Van Roey en Leopold zo snel mogelijk laten doorgaan, wat dankzij de nodige netwerking ook lukt: al in de late namiddag van 31 mei ontvangt de pas uit West-Vlaanderen naar Laken gereisde krijgsgevangen koning - met persoonlijke toestemming van Hitler - de kardinaal. Nog op dezelfde avond brengt Van Roey bij Veldekens thuis (Charleroise Steenweg) verslag uit van zijn ontmoeting met de koning; de volgende morgen doet hij hetzelfde voor een beperkt juridisch en economisch gezelschap.

Het hele proces geeft aanleiding tot de herderlijke brief10 van Van Roey, die op de druk bijgewoonde zondagsmissen van 2 en 9 juni in de Belgische kerken wordt voorgelezen. In de brief neemt Van Roey op basis van zijn ontmoeting met Leopold diens verdediging op zich en roept hij de Belgen op tot eenheid en solidariteit rond de koning. ‘Volgens de inlichtingen is ze met enthousiasme ontvangen’11 en ‘gevoel van algemene instemming’12 schrijven Van Roey en Veldekens die dag tevreden in hun dagboeken naar aanleiding van het voorlezen van de boodschap in de Brusselse kerken. De bevolking schaart zich immers massaal achter de koning. De Duitsers van hun kant laten gebeuren: zowel het conflict tussen de regering-Pierlot en Leopold III als een stijgende populariteit van de koning komen hen immers goed uit. 

Paul Veldekens (Het Laatste Nieuws, 9 december 1938: 2)

Paul Veldekens (Het Laatste Nieuws, 9 december 1938: 2).

Kardinaal Van Roey (Het Laatste Nieuws, 18 juni 1940: 3)

Kardinaal Van Roey (Het Laatste Nieuws, 18 juni 1940: 3).

Veldekens en de perskwestie [2-5 juni]

Na zijn geslaagde actie rond de kardinaal en de koning krijgt Veldekens op 2 juni, naar aanleiding van het bezoek van Vink, Duplat, Van Acker en Hadermann, dus ook de perskwestie op zijn bord. De zaak interesseert hem, maar hij laat de delegatie weten dat hij het op dat moment nog te vroeg vindt om kranten te laten herverschijnen. Het lijkt hem beter de mogelijke komst van een burgerlijk bestuur af te wachten (er heerst na de installatie van het Duitse militaire bestuur immers nog onzekerheid over de Belgische bestuurstoekomst) en pas op dat moment ‘een loyaal Fransch en een loyaal Nederlandsch blad’13 te laten verschijnen. De zaak krijgt vanaf dan wel een nieuwe dimensie: Veldekens betrekt de Franstalige pers erbij én trekt de zaak gedeeltelijk naar zich toe.

De opportuniteit van de publicatie van Franstalige perstitels legt Veldekens al de volgende dag, 3 juni, voor op de vergadering van de Cassatiebalie.14 Paul Struye gaat op de rem staan, hij vindt het onaanvaardbaar om net als in Nederland kranten te laten verschijnen die verplicht worden Duitse persberichten op te nemen terwijl het hen verboden wordt hetzelfde te doen met persberichten van de geallieerden. De meerderheid van de vergadering volgt Struye, het verslag van de vergadering noemt de kwestie voorbarig én vermeldt ‘dat er geen reden is om de oprichting van kranten aan te moedigen die verplicht zouden zijn uitsluitend Duitse persberichten te publiceren’15, maar Veldekens lijkt hierdoor niet echt overtuigd. 

Op de middag van 4 juni trekt hij naar Alexandre Galopin16, sinds 1935 gouverneur van de Société Générale, de belangrijkste Belgische holding van dat moment, met activiteiten in alle takken van financiën en industrie. De zestigjarige Galopin, mijningenieur van opleiding, beschikt over een stevige status binnen de Belgische economische wereld en is onder andere ook regent van de Nationale Bank. In zijn dagboek omschrijft Struye hem als ‘Grand bourgeois’ en ‘eerlijk, gewetensvol, gematigd, patriottisch’, maar ook als ‘somber over de toekomst’.17 

Naast zijn positie bij de Société Générale is Galopin tevens de spilfiguur van het naar hem genoemde Galopin-comité18, dat bestaat uit vertegenwoordigers van grote financiële en industriële groepen. Het ontstond nadat de ministers Spaak en Gutt op 15 mei - een dag voor hun vertrek uit Brussel - Galopin, Max-Léo Gérard19 (voorzitter van de Bank van Brussel en liberaal gewezen minister van Financiën) en Fernand Colin (voorzitter van de Kredietbank) tijdens de afwezigheid van de regering belastten met de betaling van de ambtenarenlonen en sociale uitkeringen. Daarnaast kregen zij de bredere vertrouwensopdracht om als informele morele gids voor het bezette België op te treden.20 Spaak en Gutt verzochten hen namens de regering ook enkele andere figuren, die niet aanwezig konden zijn, bij hun activiteiten te betrekken.

Galopin wordt door de regering ook als contactpersoon voor Veldekens aangesteld: na de oorlog verklaart21 Veldekens hoe hij op diezelfde 15 mei rechtstreeks van Paul-Emile Janson, minister van Justitie, te horen kreeg dat de regering drie personen had aangesteld om tijdens de Duitse bezetting te fungeren als haar woordvoerders, als personen tot wie zich te richten in geval van problemen: Galopin, Gérard en Emile Van Dievoet22 (jurist en katholiek ex-minister van Justitie).

Tijdens een eerdere ontmoeting (28 mei) vertelde Galopin al aan Veldekens - in verband met de heropstart van de industrie - dat België ‘levend moet blijven’, maar dat limieten per geval te bekijken zijn.23 Op 4 juni legt Veldekens Galopin naast andere kwesties ook het persprobleem voor, maar Galopin is niet overtuigd: ‘eerder tegenstander - houdt zijn mening in beraad - gelooft dat kwestie voorbarig is’24, schrijft Veldekens in zijn dagboek.

De volgende morgen, 5 juni om 8 uur, trekt Veldekens naar een vooraanstaand magistraat, Raoul Hayoit de Termicourt25, advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie. Hayoit werkte enkele dagen eerder, samen met politici-juristen Albert Devèze en Joseph Pholien, voor koning Leopold een nota uit waarin ze de capitulatie van het Belgische leger vanuit grondwettelijk standpunt verdedigden. Veldekens en Hayoit hebben een algemeen gesprek over de gebeurtenissen, en ook de perskwestie komt ter sprake. Net als Galopin gelooft Hayoit echter dat de tijd daarvoor nog niet rijp is.26 Voorlopig vindt Veldekens dus geen verdere steun om een ‘loyale’ pers te laten heropstarten.

De rapportering van Het Laatste Nieuws vermeldt voor diezelfde 5e juni wel een ‘nieuw onderhoud met den h. Veldekens’, tijdens hetwelk deze een stand van zaken meegeeft.27

Het voorlopig bestuur [3 juni]

Ondertussen vergaderen op 3 juni Jacques Vink, Joris Van Acker, Jan Hadermann, Victor Hereng (boekhouder van Het Laatste Nieuws, waar hij ‘Hereng jr.’ genoemd wordt, om verwarring met hoofdboekhouder Jan Hereng te vermijden) en Philips-hoofdboekhouder Rombouts in het gebouw van Het Laatste Nieuws.28 Vijf belangrijke agendapunten komen uit het verslag van Rombouts naar voren. Ten eerste de vorming van een nieuw voorlopig bestuur, dat het door Jan Hereng op 15 mei aangestelde driemanschap Joris Van Acker - Frans Beckers - J. De Ruyter moet vervangen, ‘aangezien er sedertdien meerdere meer aangewezen personen zijn teruggekeerd’.

Van Acker krijgt het algemeen bestuur hiervan toegewezen, terwijl Hadermann verantwoordelijk wordt voor de redactie en Victor Hereng voor de administratie. Vink stelt zich ter beschikking als adviseur, terwijl Rombouts zowel belast wordt met de controle op de administratie als met het bijhouden van de hoofdboekhouding. Vink houdt via zijn hoofdboekhouder op deze manier een stevige controle op de administratieve en financiële aspecten van de zaak. De aanduiding van Hadermann - die naar Vink toe als belangrijker dan Frans Beckers geduid wordt - als vertegenwoordiger van de redactie, betekent dat Beckers uit het bestuurscomité verdwijnt.

Het tweede punt toont mooi aan waar de aandachtspunten van Vink zich in dit delicate heropstartingsproces bevinden. Hij stelt voor om een ‘presentielijst’ op basis van een ‘tikklok’ in te voeren voor het aanwezige personeel. Bezwaren van zowel Van Acker als Hadermann zorgen er echter voor dat dit punt verschoven wordt naar een latere datum, na het herverschijnen van de krant.

Een voorstel om met 100.000 frank die Jan Hereng op 15 mei achterliet de meer dan tweehonderd arbeiders gedurende enkele weken een kleine dagelijkse vergoeding te bezorgen, wordt als derde punt unaniem goedgekeurd (en volgens een naoorlogse getuigenis van Jan Hereng ook effectief uitgevoerd).

Als vierde punt behandelt de vergadering de begroting die Van Acker en Hadermann opstelden betreffende de kosten voor de eventuele heropstart van de krant. Daaruit blijkt ‘dat met een beperkt aantal personeel gewerkt zal moeten worden, terwijl de salarissen van dit personeel eventueel nog te herzien zullen zijn.’ Victor Hereng krijgt de opdracht om een ‘salarislijst’ op te maken.

De algemene financiële situatie komt als laatste aan bod. Aangezien niemand weet welke bedragen op de postcheque- en bankrekeningen staan, is Hereng jr. - die sinds 1 juni de kas beheert - een nieuw kasboek begonnen. Hij zal ook proberen zicht te krijgen op de rekeningstanden, en indien dit de moeite is, zullen Vink en Van Acker stappen zetten om aan het geld op deze rekeningen te geraken. Het verslag geeft echter zeer nuchter aan dat ‘het resultaat dient te worden afgewacht aangezien er niemand aanwezig is die voor H.L.N. een bankprocuratie heeft.’

Om toch te proberen aan geld te geraken, verzoekt de vergadering Hereng jr. ‘binnen 3 dagen een debiteurenlijst op te maken, waarin alle facturen en betalingen tot op heden [worden] verwerkt’, om daaropvolgend te proberen ‘zooveel mogelijk van deze vorderingen te incasseren.’ De verkoopsinspecteurs D. Meys (Brabant), Karel De Wette (Oost- en West-Vlaanderen) en Leon Hadermann (Antwerpen en Limburg), die instaan voor de contacten met de verkooppunten, worden aangezet29 om bij de verkopers aan te dringen hun achterstallige rekeningen bij Het Laatste Nieuws te vereffenen.

Jacques Vink (Het Laatste Nieuws, 9 april 1938: 3)

Jacques Vink (Het Laatste Nieuws, 9 april 1938: 3).

Karel De Wette, s.d.

Ondertussen op de Militärverwaltung [4 juni]

In een rapport30 van 4 juni geeft de Militärverwaltung een stand van zaken over de situatie in België. Daarin komt ook de pers aan bod. Sinds de Duitse intocht, toen de Belgische pers ‘vollständig’ stillag, zijn in Brussel dan wel La Nation Belge en Het Algemeen Nieuws verschenen, is de heropstart van Le Soir ‘in de nabije toekomst te verwachten’31, en zijn ook in Antwerpen en Gent kranten opnieuw verschenen. Toch beschrijft het rapport de herlancering van de pers als ‘sehr schwer’: een gevolg van de vlucht van de belangrijke persmensen (de opstellers verwachten dat slechts een klein deel zal terugkeren), maar ook van de verstoorde communicatie door het stilliggende telefoon- en treinverkeer met de provincies, en van de drukkerijen die zwaar verstoord zijn. Drie maatregelen zijn voorzien voor de volgende dagen: de heropstart van kranten vanuit economisch of cultureel belangrijke provinciesteden, de heropening van het persagentschap Belga ‘om de opgestarte kranten centraal van nieuws te voorzien’32, en het beperken van de omvang van de kranten om papier te besparen en zo een regelmatige verschijning op de lange termijn te garanderen. 

De balie van Cassatie, het ‘adres van de burgemeesters’ en het persstatuut van Veldekens [6 juni]

Veldekens en de perskwestie laten elkaar niet meer los; op donderdagmorgen 6 juni is ze zelfs de rode draad doorheen zijn afspraken, die om 8 uur starten met een vergadering met de ‘délégués de la presse’, zoals hij de gemengde Het Laatste Nieuws- en Het Nieuws van den Dag-delegatie in zijn dagboekaantekeningen noemt.33

Vervolgens komt om half negen de Cassatiebalie samen, die volgens Veldekens’ dagboek twee teksten goedkeurt: de sinds 4 juni door hemzelf en Struye voorbereide tekst van het ‘adres van de burgemeesters’34 (een loyaliteitsverklaring vanwege de Belgische burgemeesters aan de koning) en zijn voorstel van statuut voor de Belgische pers. Uit het verslag van de vergadering35 blijkt hoe Veldekens tijdens de bijeenkomst aangeeft ‘dat de kwestie van de publicatie van Franstalige kranten zich met een bijzonder dringend karakter stelt door de al in Gent en Antwerpen36 genomen initiatieven’.37 De aanwezigen vinden echter dat de kwestie prematuur blijft én dat ‘de essentiële voorwaarde van een aanvaardbaar regime zou zijn dat de kranten de vrijheid zouden krijgen om ofwel alle militaire persberichten, Duitse en geallieerde, te publiceren, ofwel geen enkele’.38 Deze voorwaarde neemt Veldekens op in de versie van zijn tekst die hij aan de delegatie van Het Laatste Nieuws bezorgt.

Ondertussen, zo getuigt Paul Struye in zijn dagboek, stort het publiek zich zonder enige schaamte op de edities van La Nation Belge:

‘Manque de dignité général. Quand la Nation Belge est mise en vente, on se jette dessus. On la lit ouvertement. On trouve tout naturel de l’acheter. Quelle différence avec 14!’39 

(Paul Struye in zijn dagboek, 6 juni 1940)

Na de vergadering van de Cassatiebalie heeft Veldekens een onderhoud met de 56-jarige Max Gevers40, Antwerps wisselagent en beursmakelaar, die tot voor kort ook meewerkte aan de Antwerpse katholieke krant La Métropole. Gevers is vergezeld door zijn vriend Henri Van Ostaeyen41, advocaat, burgemeester van Brecht en bestuurder van La Métropole, en door juffrouw Delwaide, een van de zussen van Antwerps waarnemend burgemeester Leo Delwaide (die ook een vriend is van Gevers). Gevers en Van Ostaeyen waren eind mei de initiatiefnemers van het ‘adres van de burgemeesters’; Gevers kwam op 4 juni in opdracht van Van Ostaeyen al twee keer langs bij Veldekens met de vraag het ‘adres’ op te stellen, waarop Veldekens een ontwerp liet opstellen door Paul Struye. Samen met juffrouw Delwaide keuren ze nu de door de balie aangenomen tekst goed en zorgen ze voor een Nederlandstalige versie. Vanaf 14 juni zal Gevers het land rondreizen om dit ‘adres’ door de Belgische burgervaders te laten ondertekenen. 

Maar tijdens dit gesprek komt ook het persprobleem ter sprake. Volgens Veldekens geeft Gevers aan om ‘persoonlijke redenen’42 buiten La Métropole te moeten blijven. In Gevers’ dagboek kunnen we dan weer lezen hoe deze de uiteenzetting van Veldekens over de perssituatie samenvat. Veldekens maakt volgens Gevers geen verschil tussen La Nation Belge en Het Algemeen Nieuws: er verschijnt op dat moment enkel een ‘presse purement allemande’, de volledige Belgische publieke opinie wordt door Duitsers geleid. Vertrekkend van deze vaststelling vraagt Veldekens zich af of het dan niet wenselijk zou zijn om een Belgische pers te zien herverschijnen volgens het Nederlandse model, namelijk op basis van een met de Duitsers te bespreken statuut? Het zou toelaten werklozen aan het werk te zetten en een niet-Duits contact met het publiek te onderhouden.

Veldekens wil wel graag een ‘liberaler’ en ‘minder exclusief’ statuut dan het strikte Nederlandse, wat Van Ostaeyen volgens Gevers zeer sceptisch doet reageren. Wanneer Veldekens zijn ontwerpstatuten voorlegt, merkt juffrouw Delwaide volgens Gevers op dat dit de situatie beter zou maken dan voor de bezetting, al wordt niet gespecifieerd op welk vlak. Gevers sluit zijn weergave van de discussie daar af door te stellen dat de kwestie ‘niet rijp’ is en dat er gewacht moet worden op generaal von Falkenhausen om de zaak grondiger te behandelen.

Als men de acties van Veldekens vergelijkt met de verslagen van de Cassatiebaliebijeenkomsten vallen enkele zaken op. Ten eerste vermelden de verslagen van de vergaderingen enkel de kwestie van de Franstalige pers, terwijl Veldekens in zijn traject met Vink en Duplat ook twee Nederlandstalige kranten begeleidt. Daarnaast behandelt de Cassatiebalie de zaak als een algemene kwestie, terwijl uit het dagboek van Veldekens blijkt dat hij - zeker vanaf 7 juni - duidelijk van plan is om, weliswaar samen met anderen, zelf een nieuwe Franstalige krant te lanceren.

Dagboek Max Gevers, afschrift van een fragment over 6 juni 1940 (het dagboek van Max Gevers wordt bewaard in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience)

Dagboek Max Gevers, afschrift van een fragment over 6 juni 1940 (het dagboek van Max Gevers wordt bewaard in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience).

Reclame voor La Métropole (Jaarboek van de Belgische Pers 1937-1938, p. 55)

De persnota van Paul Veldekens

De nota-Veldekens over het statuut van de pers43 komt snel terecht bij de delegatie van Het Laatste Nieuws: al op 7 juni stuurt Hadermann ze door aan Duplat. 

Veldekens start zijn werkstuk met een schets van de context, die mooi weergeeft in welk het kader hij redeneert. Hij vertrekt van de situatie dat de Duitse overheid aandringt op maximale werkhervatting in alle domeinen, een hervatting die Veldekens, buiten ‘activiteiten die de militaire of politieke belangen van Duitsland dienen’, zowel op moreel, sociaal als economisch vlak niet onverenigbaar acht met de Belgische belangen, vooral omdat het te vrezen alternatief de verplichte tewerkstelling en het overnemen van alle activiteit door de Duitse overheid inhoudt. En aangezien 
‘de kwestie van het industriële werk al werd bestudeerd en opgelost wat betreft de door de industriëlen te volgen gedragsregels’44, wordt het tijd om de intellectuele activiteiten aan te pakken, met de perskwestie op het voorplan. Drie elementen spelen daarin mee: de zware druk van de Duitsers bij in België aanwezige krantendirecties, het feit dat volgens hem zowel La Nation Belge als Het Algemeen Nieuws (‘le Standaard débaptisé’) in handen zijn van personen ‘aangeduid door de Duitse overheid’, én de vraag van ‘loyalistische’ journalisten naar een richtlijn, journalisten die verklaren ‘dat de Duitse overheid verzekert zich niet te willen moeien met het politieke leven van het land.’ 

Op basis daarvan besluit Veldekens dat het eigenlijk, zolang er geen stabiele bezettingsautoriteit geïnstalleerd is, nog steeds te vroeg is om iets te beslissen. Anderzijds mag men de journalisten niet ontmoedigen (men moet ze ‘tenir en haleine’, in deze context nog best te vertalen als: ze in afwachting in activiteit houden) én vindt hij het noodzakelijk om, ter attentie van de toekomstige definitieve bezettingsautoriteit, de voorwaarden op te lijsten onder dewelke een ‘Belgische pers zou kunnen instemmen te verschijnen’. Het Nederlandse systeem, waarvan hij via Vink kennis kon nemen, wijst hij af. In de plaats daarvan lijst hij enkele voorwaarden op die volgens hem een ‘régime acceptable’ vormen.

Deze voorwaarden neemt hij grotendeels over van het ontwerp dat Vink, Van Acker en Hadermann eind mei opstelden, al brengt hij enkele kleine aanpassingen aan. Bij zijn eerste voorwaarde, dat de Duitse bezettingsautoriteit zich niet zou moeien met wat er gepubliceerd wordt, verstaat hij niet enkel het niet opleggen van tekstmateriaal zoals in het ontwerp-Vink, maar wijst hij ook elke vorm van beïnvloeding af onder de beschrijving ‘aucune injonction ni aucune inspiration’. Als enige uitzondering ziet hij de publicatie van officiële ordonnanties die met het bezettingsregime gepaard gaan (de ‘communiqués’ die er in het ontwerp-Vink naast de ‘ordonnances officielles’ stonden, haalt hij hier weg). De voorwaarde die uitgaat van geen enkele inmenging in de leiding van de kranten en de benoeming van hun journalisten, herformuleert45 hij licht.

Aan het engagement van krantendirecties om geen militaire informatie te publiceren, noch nieuws (of artikels, preciseert hij) die het Duitse Rijk zou kunnen schaden (of waarvan ze de publicatie zou verbieden), voegt Veldekens op vraag van zijn collega’s van de Cassatiebalie toe ‘tenzij de publicatie van alle militaire communiqués, zowel geallieerde als Duitse, toegelaten zou zijn.’ De bepaling die de krantendirecties het recht geeft om (mits bronvermelding) ‘nieuws of artikels te putten’ uit de pers van neutrale of niet-strijdende landen neemt hij (op een punt en hoofdletter na) letterlijk over. Het recht van de krantendirecties om de publicatie van persberichten te weigeren als ze niet stroken met hun plicht tegenover België laat Veldekens dan weer weg, terwijl hij de bepaling over de verspreiding van de kranten enerzijds sterk inkort (geen sprake meer van vrij verkeer en levering van benzine enzovoort) en anderzijds uitbreidt naar een gelijke behandeling van alle kranten. 
Tot slot voegt hij nog een kleine disclaimer toe: het gaat allemaal slechts om ‘un simple avis’. Een advies, een mening, een denkoefening...

Transcriptie van de persnota van Paul Veldekens op basis van een afschrift in het Letterenhuis

Transcriptie van de persnota van Paul Veldekens op basis van een afschrift in het Letterenhuis, Archief Het Nieuws van den Dag/familie Duplat, naoorlogs dossier ter verdediging van het beleid van de krant tijdens de oorlogsjaren, opgesteld t.a.v. het bestuur van de Brusselse afdeling van de Algemeene Belgische Persbond, oktober 1944 (bewaard in het Letterenhuis, Archief Gaston Durnez, doos 79: Het Nieuws van den Dag). 

Veldekens op zoek naar een ploeg en hoge bevestiging [6-10 juni]

Ook de daaropvolgende dagen, terwijl de ploeg van Het Laatste Nieuws verder werkt aan de eventuele heropstart van de krant, zit Veldekens - naast het behandelen van heel wat grondwettelijke, politieke en andere kwesties - op persgebied niet stil.46 Van 6 tot 13 juni heeft hij bijna dagelijks een (meestal korte) vergadering47 met zijn ‘délégués de la presse’, en daar komen nog andere persgerelateerde vergaderingen en ontmoetingen bij. Zo overlegt hij op 7 juni met Paul Struye, die elke medewerking aan de nieuwe Franstalige krant weigert, en met zijn vriend Jacques Leclercq48, sinds een week terug uit Abbeville. Deze stemt volgens Veldekens’ dagboek in49 met het persstatuut en met de vorming van een groep om een Franstalige krant op te richten. Leclercq lijkt ook bereid eraan mee te werken, merkt Struye in zijn dagboek op, alvorens eraan toe te voegen dat hijzelf het doel van de onderneming, La Nation Belge ‘elimineren’, ondanks zijn eigen weigering tot medewerking, lovenswaardig vindt.

De 49-jarige Jacques Leclercq is een complex figuur: een non-conformistische kanunnik uit een burgerlijke liberale familie, doctor in de rechten en in de wijsbegeerte, tussen 1921 en 1938 hoogleraar aan het Brusselse Institut Saint-Louis en sinds 1938 aan de Leuvense universiteit, en actief binnen de Action catholique de la jeunesse belge (ACJB). Hij is vertrouwd met de pers: in 1926 was hij medeoprichter van het tijdschrift La Cité Chrétienne, waarin hij doorheen de jaren onder andere opkwam voor de vrede, zich voorstander toonde van een versterking van de regering ten koste van het parlement en pleitte voor de erkenning van de verzuchtingen van de Vlaamse beweging, voor de vorming van een Waalse volksgemeenschap naar Vlaams voorbeeld en voor een betere onderlinge kennis van de verschillende landsdelen.

Jacques Leclercq, s.d. (Collectie Universiteitsarchief KU Leuven. Topografisch-Historische Atlas)

Jacques Leclercq, s.d. (Collectie Universiteitsarchief KU Leuven. Topografisch-Historische Atlas).

‘Veldekens, très partisan de la parution d’un journal d’expression française, voudrait que j’y collabore. Oppose refus formel. Il n’insiste pas. Chanoine Leclercq, rentré d’Abbeville, paraît disposé à collaborer. But louable: éliminer Nation Belge.’50 

(Paul Struye in zijn dagboek, 7 juni 1940)

De volgende dag, 8 juni, ontmoet Veldekens zijn collega-Cassatieadvocaat Henry Van Leynseele.51 Ook hij stemt in om mee te werken aan de nieuw op te richten Franstalige krant. De komst van deze in fiscale zaken gespecialiseerde en tweetalige topadvocaat, sinds 1938 ook voorzitter van de Belgische advocatenfederatie, maakt de groep ideologisch wat diverser. De 47-jarige Van Leynseele is immers in Kortrijk geboren uit een liberale burgerlijke familie en was tijdens het interbellum actief binnen de Liberale Partij. Als lid van het Willemsfonds in Brussel en van het LVV staat hij bovendien dicht bij de kringen rond Het Laatste Nieuws. Tot begin mei verscheen op de voorpagina van de Brusselse liberale krant La Dernière Heure wekelijks een opiniestuk van zijn hand, waarin hij zijn licht liet schijnen op binnen- en buitenlandse politieke en economische kwesties. Op 28 mei, na de capitulatie van het Belgische leger, tekende Struye in zijn dagboek52 op dat Van Leynseele de beslissing van Leopold III steunt en wenst dat de koning een nieuwe regering vormt. 

In de namiddag van 8 juni trekt Veldekens naar Mechelen, een reis die hem door de afwezigheid van kardinaal Van Roey een gesprek oplevert met hulpbisschop Jean-Marie Van Cauwenbergh. Deze toont zich volgens Veldekens’ dagboek positief (hij uit ‘sentiments favorables’) tegenover de verschijning van de Belgische kranten op basis van het voorgestelde statuut, maar houdt zijn antwoord in beraad tot hij de kwestie met de kardinaal besproken heeft.53

Een dag later, zondag 9 juni, richt Veldekens zich op het koninklijk Paleis. Na een eerder bezoek op 4 juni, heeft hij er opnieuw een onderhoud met graaf Robert Capelle, secretaris van Leopold III, met wie hij lang over ‘tous les objets’ praat, en dus ook over de perskwestie. Veldekens vraagt in dat verband of hij gebruik mag maken van de belofte die de Duitsers aan de koning deden om de Belgische ‘sens patriotique’54 niet te schenden, om zijn groep ‘délégués de la Presse’ toe te laten aanvaardbare statuten te bekomen. Veldekens overhandigt ook zijn ontwerpstatuten voor de pers aan Capelle. Twee dagen later laat Capelle tijdens een lunch bij Veldekens echter weten dat de belofte in kwestie niet echt bruikbaar is in perszaken.

Ook nog tijdens het gesprek van 9 juni vertelt Capelle over het bezoek van een Italiaanse journalist die de deelname van Italië aan de oorlog verwacht (de volgende dag, op 10 juni, verklaart Italië effectief de oorlog aan Frankrijk en Groot-Brittannië) en die - gezien de houding van de koning - zijn geloof deelt in het herstel van de Belgische onafhankelijkheid.

Met dit nieuws over Italië en de toekomst van België, opent Veldekens op maandag 10 juni de vergadering van de Cassatiebalie, waarna hij aandringt op antwoorden op de vraag wat er moet gebeuren op het vlak van overdracht van bevoegdheden en een nieuw regime in België. Volgens Paul Struyes dagboek is Veldekens op deze vergadering ‘très préoccupé’ door de rol van de notabelen (en in het bijzonder de stafhouders) ‘au moment psychologique’ en trekt hij zowel de ‘carte royale’ als de ‘carte allemande’.55 Een dag later vermeldt Struye hoe Veldekens zichzelf wel aan het hoofd ziet van een groep notabelen die hun goede diensten aan de koning zouden aanbieden om de situatie te redden.

‘Veldekens se voit très bien à la tête groupe notables allant offrir bons offices Roi pour sauver situation.’56

(Paul Struye in zijn dagboek, 11 juni 1940)

Nog diezelfde 10de juni zorgt Veldekens voor een contact tussen Duplat en afgevaardigden van Het Laatste Nieuws met Henry Van Leynseele, Xavier Ryckmans57 en Henry Bauchau58 als toekomstige medewerkers aan de nieuwe Franstalige krant. Ryckmans (°1897) en Bauchau (°1913) zijn net als Van Leynseele juristen, maar behoren tot de katholieke kringen. Henry Bauchau, in Mechelen geboren in een burgerlijke familie, werkte eerder als redactiesecretaris mee aan het tijdschrift La Cité Chrétienne van Jacques Leclercq (van wie hij ook een ex-student is) en nam als gemobiliseerde reserveofficier recent nog deel aan de Achttiendaagse veldtocht. Xavier Ryckmans is de jongere broer van Pierre Ryckmans, sinds 1934 gouverneur-generaal van Belgisch-Congo. ‘Oplossing van het financiële probleem van de Franstalige krant’59, voegt Veldekens op 10 juni zonder verdere preciseringen toe in zijn dagboek.

De vergadering in het Pershuis [10 juni]

Een chronologisch overzicht60 van terugkerende redacteurs en van andere markante feiten uit de heropstartgeschiedenis van Het Laatste Nieuws, bewaard in het archief van Mark Belloy, vermeldt voor 10 juni een vergadering in het Brusselse Pershuis in de Markiesstraat (aan de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal), waar de mening van de aanwezigen over het herverschijnen van de pers ‘zeer verdeeld’ zijn. Het enige andere vermelde element is dat ‘nog vele dagbladbestuurders’ afwezig zijn. Julius Hoste is immers niet de enige die bij het naderen van de Duitse troepen Brussel ontvluchtte en (nog) niet terugkwam, wat aan het hoofd van de Brusselse pers voor een ernstig machtsvacuüm zorgt. Net als Hoste zitten directeurs als Fernand Van den Eynde (De Standaard), Isi Delvigne (Le Peuple), Jan Duplat (Het Nieuws van den Dag), Lucien Fuss (Le Soir) en Fernand Oedenkoven (La Dernière Heure) nog in Frankrijk. Paul Jourdain (La Libre Belgique) zit zelfs in zijn villa in Marokko, terwijl Paul Neuray (La Nation Belge) als luitenant krijgsgevangen is in Duitsland.61

Antwerpen-Brussel [2-10 juni]

Jacques Vink kijkt ondertussen op persgebied ook naar Antwerpen.62 Op 28 mei, dag van de Belgische capitulatie, besliste de Antwerpse afdeling van de Persbond nog ‘eenparig tot het stopzetten van alle journalistieke bedrijvigheid’63, maar daar moet volgens hem verandering in komen. Volgens verschillende nota’s van Victor Resseler, die de Antwerpse redactie van Het Laatste Nieuws leidt, krijgt deze op 2 juni bezoek van Vink in het gezelschap van Van Acker en Hadermann. Vink dringt aan op een herverschijnen van de krant, waarop Resseler probeert hem op andere gedachten te brengen, maar zonder veel succes.

Het blijft ook niet bij dat ene bezoek: op 5 juni leidt Vink op het Antwerpse kantoor een vergadering met de andere Antwerpse krantendirecties. Hij toont er onder andere nummers van in Nederland verschijnende kranten, met de bedoeling de Antwerpse pers tot verschijnen aan te zetten. Op 8 juni roept Vink Antwerpse persmensen naar Brussel. Resseler, Alfred Somville (directeur van de Gazet van Antwerpen) en René of Walter Van der Schoepen64 (redacteurs bij Le Matin) krijgen er onder andere een uiteenzetting van Paul Veldekens waarin hij pleit om te herverschijnen. Veldekens zou daarbij meegegeven hebben, getuigt Resseler na de oorlog, dat dit ‘de wens van de koning’65 is. Twee dagen later, op 10 juni, leidt Vink opnieuw een vergadering in het Antwerpse kantoor, waar onder anderen Somville, Van der Schoepen en John Van Dieren (directeur van Het Handelsblad) aanwezig zijn. Daar wordt meegedeeld dat de kranten zonder censuur zouden kunnen verschijnen. 

De Antwerpse inspanningen van Vink blijven zonder resultaat: ondanks zijn inzet slaagt hij er niet in om andere Antwerpse kranten mee te krijgen in zijn plannen voor herpublicatie. Uiteindelijk verschijnen in juni vanuit Antwerpen slechts drie kranten: het communistische Ulenspiegel (vanaf 2 juni als weekblad en enkele dagen later als dagblad) en twee Vlaams-nationalistisch georiënteerde kranten die volgens de beschikbare informatie niet betrokken waren bij het traject-Vink, en die ook buiten de Algemeene Belgische Persbond staan: de VNV-krant Volk en Staat (13 juni) en de tabloid De Dag (15 juni).66

Victor Resseler, [eind jaren 1930] (Familiearchief Walter Resseler)

Victor Resseler, [eind jaren 1930] (Familiearchief Walter Resseler). 

Dit artikel past in een reeks gewijd aan Het Laatste Nieuws net voor, tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog. Bezit u archiefmateriaal van personen die in deze periode voor Het Laatste Nieuws werkten (bijvoorbeeld brieven, foto’s, dagboeken, memoires) of promotiemateriaal van de krant, en mag dat geraadpleegd worden voor historisch onderzoek? Neem graag contact op met sebastien.baudart@liberas.eu.

 

Alle mogelijke opmerkingen kunnen eveneens gemeld worden op hetzelfde adres.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Paul Veldekens (Brussel, 26 augustus 1888 - Sint-Gillis, 25 oktober 1958). Zie o.a. Michiel Christiaens, ‘“De tijd der notabelen”. De houding van Paul Veldekens, stafhouder van de balie bij het Hof van Verbreking, ten overstaan van Leopold III’ (masterproef geschiedenis, Katholieke Universiteit Leuven, 2015), 12-17; Jérôme de Brouwer en Sebastiaan Vandenbogaerde, Geschiedenis van de balie bij het Hof van Cassatie 19e-20e eeuw / Histoire du barreau près la Cour de cassation 19e-20e siècle (Herentals: Knops Publishing, 2023) 143-185. 

2. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Cyriel Baeyens: nota van Cyriel Baeyens, 14 november 1944; CegeSoma, Archief Paul Struye (FICINV_0756), nr. 2: processen-verbaal van de algemene vergaderingen van de balie van Cassatie, mei-juni 1940; CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek mei-juni 1940; verklaringen van Joris Van Acker tijdens het onderzoek en het proces-Het Laatste Nieuws (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10: transcriptie van verhoor van Joris Van Acker op het proces-Het Laatste Nieuws, 20 november 1945; verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945); Christiaens, ‘“De tijd der notabelen”’; de Brouwer en Vandenbogaerde, Geschiedenis van de balie, 143-185; Albert De Jonghe, Hitler en het politieke lot van België 1 (Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel, 1972); Paul Struye (ed. Thierry Grosbois), Journal de guerre (Bruxelles: Editions Racine, 2004) 66 e.v. (29 mei 1940 e.v.); Constant Van de Wiel, ed., ‘Notes journalières du Cardinal Van Roey (10 mai - 22 juin 1940)’, in: Handelingen van de Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen, 84 (1980): 209-224; Jan Velaers en Herman Van Goethem, Leopold III. De koning, het land, de oorlog (Tielt: Lannoo, 1994) 286 e.v.; Etienne Verhoeyen, ‘De herderlijke brief van kardinaal Van Roey over de kapitulatie van 28 mei 1940: het aandeel van advokatuur en magistratuur’, in: Bijdragen tot de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, V (1978), nr. 1: 227-248.

3. Zie de Belgische pers van november 1921. Paul Veldekens stond op de elfde plaats bij de effectieven, Duplat als eerste opvolger.

4. Als jongste aanwezige lid fungeert Paul Struye vanaf 29 mei 1940 ook als secretaris van de vergaderingen van de advocaten bij het Hof van Cassatie (CegeSoma, Archief Paul Struye (FICINV_0756), nr. 2: processen-verbaal van de algemene vergaderingen van de balie van Cassatie, 29 mei 1940).

5.’ reconstruction future’.

6. ‘manifestement convaincu’.

7. ‘délibérer sur les mesures qu’elles pourraient prendre dans l’intérêt supérieur du pays.’ (CegeSoma, Archief Paul Struye (FICINV_0756), nr. 2: processen-verbaal van de algemene vergaderingen van de balie van Cassatie, 29 mei 1940).

8. Joseph-Ernest Van Roey (Vorselaar, 13 januari 1874 - Mechelen, 6 augustus 1961). Zie o.a. Wladimir S. Plavsic, ‘Roey (Joseph-Ernest Van)’, in: Biographie Nationale Supplément tome XI (Bruxelles: Etablissements Emile Bruylandt, 1976) 756-768.

9. ‘la plus haute autorité morale du pays’ (CegeSoma, Archief Paul Struye (FICINV_0756), nr. 2: processen-verbaal van de algemene vergaderingen van de balie van Cassatie, 3 juni 1940).

10. Voor de volledige tekst van de herderlijke brief, zie Verhoeyen, ‘De herderlijke brief’, 247-248.

11. ‘D’après les renseignements, elle est reçue avec enthousiasme’. (Dagboek van kardinaal Van Roey, 2 juni (in Van de Wiel, ‘Notes journalières’, 221)).

12. ‘sentiment d’adhésion de tous’. (CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 2 juni 1940).

13. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Cyriel Baeyens: nota van Cyriel Baeyens, 14 november 1944.

14. CegeSoma, Archief Paul Struye (FICINV_0756), nr. 2: processen-verbaal van de algemene vergaderingen van de balie van Cassatie, 3 juni 1940; Struye, Journal de guerre, 73 (3 juni 1940).

15. ‘qu’il n’y a pas lieu d’encourager la création de journaux qui seraient astreints à la publication des seuls communiqués allemands’.

16. Alexandre Galopin (Gent, 26 september 1879 - Etterbeek, 28 februari 1944). Zie o.a. Jules Gérard-Libois en José Gotovitch, L’an 40. La Belgique occupée (Bruxelles: CRISP, 1971) 170; Dirk Luyten, ‘Galopin Alexandre’, in: Belgium WWII, geraadpleegd 27.3.2026; Marcel Philippart de Foy, ‘Galopin (Alexandre Marie-Albert)’, in: Biographie Nationale. Tome 35 (Bruxelles: Etablissements Emile Bruylant, 1969) 275-282.

17. ’honnête, consciencieux, modéré, patriote’ en ‘sombre sur avenir’. (Struye, Journal de guerre, 83 (11 juni 1940)).

18. Voor het Galopin-comité en de naoorlogse discussies over de reikwijdte van de opdracht van Spaak en Gutt aan de bankiers (vooral inzake de hervatting van de industriële productie), zie o.a.: August De Schryver (ed. Herman Van Goethem), Oorlogsdagboeken 1940-1942 (Tielt: Lannoo, 1998) 38; Michel Dumoulin, Spaak (Bruxelles: Racine, 1999) 330-337; Gérard-Libois en Gotovitch, L’an 40. La Belgique occupée, 169 e.v.; Dirk Luyten, ‘De “opdracht” van de regering aan het Galopin-Komitee op 15 mei 1940’, in: Bijdragen tot de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog/Cahiers d'Histoire de la seconde guerre mondiale, XVI (1994), nr. 1: 163-172; Patrick Nefors, De Galopin-doctrine, de emissiebank en de industriële “collaboratie” in de Tweede Wereldoorlog (Leuven: Uitgeverij Van Halewijck, 1999) 32 e.v.; Mark Van den Wijngaert, Nood breekt wet. Economische collaboratie of accommodatie. Het beleid van Alexandre Galopin, gouverneur van de Société Générale tijdens de Duitse bezetting 1940-1944 (Tielt: Lannoo, 1990) 18 e.v.

19. Max-Léo Gérard (Liège, 24 april 1879 - Ukkel, 26 november 1955). Zie o.a. Jean Godeaux, ‘Gérard, Henri, Leo, Max, dit Max-Léo’, in: Nouvelle Biographie Nationale Volume 8 (Bruxelles: Académie Royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 2005) 156-160. 

20. Andere genodigden, Raymond Vauxelaire en Paul Tschoffen, konden door omstandigheden op deze vergadering niet aanwezig zijn.

21. European University Institute/Historical Archives of the European Union, Archief Paul-Henri Spaak, nr. PHS-241 (Arrêt de la Cour militaire du 8 mars 1946 - Confectionneurs de Binche): verklaring van Paul Veldekens als getuige, 2 januari 1946. 

22. Emile Van Dievoet (Sint-Katherina-Lombeek, 10 juni 1886 - Leuven, 24 juni 1967). Zie o.a. Nico Van Campenhout en Herman Van Goethem, ‘Van Dievoet, Emile’, in: encyclopedievlaamsebeweging.be, geraadpleegd 27.3.2026. 

23. ‘La Belgique doit rester vivante, mais des limites sont à observer dans chaque cas’, noteert Veldekens als uitspraak van Galopin in zijn dagboek (CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 28 mei 1940).

24. ‘plutôt adversaire - réserve son opinion - croit question prématurée’. (CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 4 juni 1940).

25. Raoul Hayoit de Termicourt (Antwerpen, 13 maart 1893 - Brussel, 26 november 1970). Zie o.a. Ernest Krings, ‘Hayoit de Termicourt, Raoul, Edouard, Ghislain, Marie’, in: Nouvelle Biographie Nationale volume 4 (Bruxelles: Académie Royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 1997) 209-211. 

26. ‘quant à la presse croit la chose prématurée’, schrijft Veldekens in zijn dagboek (CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 5 juni 1940).

27. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Cyriel Baeyens: nota van Cyriel Baeyens, 14 november 1944.

28. Dit deel is gebaseerd op ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: verslag van de vergadering Vink-Van Acker-Hadermann-Hereng jr.-Rombouts op 3 juni 1940 (de citaten komen uit het verslag); verklaringen van Jan Hadermann, Jan Hereng, Jacques Vink en Joris Van Acker tijdens het onderzoek en het proces-Het Laatste Nieuws (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10: transcriptie van verhoor van Joris Van Acker op het proces-Het Laatste Nieuws, 20 november 1945; verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945).

29. Zie ook Centre Jean Gol, Archief Epuratiecomité Liberale Partij, dossier nr. 24 (Julius Hoste): anonieme nota’s aan het comité.

30. CegeSoma, microfilm GRMA T-501 rol 102: Nota ‘Organisation der Militärverwaltung in Belgien’, 4 juni 1940. 

31. ‘in absehbarer Zeit zu rechnen’.

32. ‘um die in Gang gebrachten Zeitungen zentral mit Nachrichten zu versorgen’.

33. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op: CegeSoma, Archief Paul Struye (FICINV_0756), nr. 2: processen-verbaal van de algemene vergaderingen van de balie van Cassatie, 6 juni 1940; CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 6 juni 1940; Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Dagboeken van Max Gevers (‘Journal d'un bourgeois d'Anvers’), deel 1 (1940): 6 juni 1940 e.a.; Christiaens, ‘De tijd der notabelen’, 78 e.v.; Struye, Journal de guerre, 77 (6 juni 1940).

34. Voor meer over de totstandkoming van het ‘adres van de burgemeesters’, zie Christiaens, ‘De tijd der notabelen’, 78 e.v.

35. CegeSoma, Archief Paul Struye (FICINV_0756), nr. 2: processen-verbaal van de algemene vergaderingen van de balie van Cassatie, 6 juni 1940.

36. In Gent verschijnen ondertussen zowel Het Volk (28 mei), Vooruit (29 mei) als De Gentenaar (30 mei). Voor Antwerpen: zie het laatste deel van dit artikel.

37. ‘que la question de la publication de journaux d’expression française se pose avec un caractère particulier d’urgence en présence des initiatives déjà prises à Gand et à Anvers.’

38. ‘la condition essentielle d’un régime acceptable serait la liberté laissée aux journaux de publier tous les communiqués militaires, allemands et alliés, ou de n’en publier aucun.’

39. Struye, Journal de guerre, 77 (6 juni 1940).

40. Max Gevers (Antwerpen, 17 april 1884 - Antwerpen, 29 december 1944). Zie o.a. ‘M. Max Gevers overleden’, in: Het Handelsblad, 9 januari 1945: 2; ‘Sterfgevallen. De heer Max Gevers’, in: Gazet van Antwerpen, 8 januari 1945: 2; Herman Van Goethem, 1942. Het jaar van de stilte (Kalmthout/Amsterdam: Pelckmans/Cossee, 2019) 14, en doodsbrief van Max Gevers, 5 januari 1945, in: Bel-Memorial, geraadpleegd 25.3.2026. 

41. Henri Van Ostaeyen (Brecht, 22 augustus 1890 - Antwerpen, 29 december 1944). Zie o.a. Christiaens, ‘De tijd der notabelen’, 78; ‘Henri Van Ostaeyen’, in: nl.wikipedia.org, geraadpleegd 3.4.2026.

42. CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 6 juni 1940 (voluit ‘devoir rester en dehors quant à “La Métropole” pour motifs personnels’).

43. Nota geciteerd in: ‘Deskundig verslag door Nestor Eemans ter voorbereiding van het proces-Het Laatste Nieuws’, 10 juni 1945: 16 (in o.a. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws en Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10) en in transcriptie opgenomen in Letterenhuis, Archief Het Nieuws van den Dag/familie Duplat, naoorlogs dossier ter verdediging van het beleid van de krant tijdens de oorlogsjaren, opgesteld t.a.v. het bestuur van de Brusselse afdeling van de Algemeene Belgische Persbond, oktober 1944 (bewaard in Letterenhuis, Archief Gaston Durnez, doos 79: Het Nieuws van den Dag).

44. ‘La question du travail industriel a déjà été examinée et résolue quant aux règles de conduite à observer par les industriels.’

45. Hij laat ‘en conséquence’ weg in ‘L’autorité allemande ne s’immiscera en aucune manière dans l’administration et l’exploitation des journaux. En conséquence, la direction des journaux désignera elle-même ses rédacteurs.’ en komt uit bij ’ L’autorité allemande ne s’immiscera en aucune manière dans l’administration et l’exploitation des journaux. La direction de ceux-ci désignera ses rédacteurs.’

46. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, juni 1940; Christiaens, ‘De tijd der notabelen’; de Brouwer en Vandenbogaerde, Geschiedenis van de balie; Struye, Journal de guerre, juni 1940.

47. Jammer genoeg geven de dagboeknotities meestal geen extra informatie over de inhoud van deze vergaderingen. Ze verwijzen naar een apart dossier, dat echter niet in zijn archief bewaard is.

48. Jacques Leclercq (Brussel, 3 juni 1891 - Beaufays, 16 juli 1971). Zie o.a. Paul Delforge, ‘Leclercq, Jacques’, in: Encyclopédie du Mouvement wallon, Tome II (Charleroi: Institut Jules Destrée, 2000) 930-932; Pierre Sauvage, Jacques Leclercq 1891-1971. Un arbre en plein vent (Paris/Louvain-la-Neuve: Duculot, 1992); Pierre Sauvage, ‘La pensée socio-politique du chanoine Jacques Leclercq de 1930 à 1945’, in: 1940. Belgique. Une société en crise, un pays en guerre / België. Een maatschappij in crisis en oorlog, eds. Dirk Martin en Alain Colignon (Brussel: Navorsings- en studiecentrum voor de geschiedenis van de Tweede wereldoorlog / Centre de recherches et d'études historiques de la seconde guerre mondiale, 1993) 359-371; Pierre Sauvage, ‘Leclercq, Jacques’, in: Nouvelle Biographie Nationale volume 1 (Bruxelles: Académie Royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique) 233-237. 

49. Wat Paul Struye in zijn dagboek bevestigt (Struye, Journal de guerre, 79 (7 juni 1940)).

50. Struye, Journal de guerre, 79 (7 juni 1940).

51. Henry Van Leynseele (Kortrijk, 15 maart 1893 - Ukkel, 14 april 1969). Zie o.a. Nadine Lubelski, ‘Van Leynseele, Henry’, in: Nouvelle Biographie Nationale volume 6 (Bruxelles: Académie Royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 2001) 364-368.  Aanvullende gegevens uit Liberas, Archief Willemsfonds Algemeen Bestuur (archief nr. 10), nr. OWF/A/5.1.: ledenlijsten; La Dernière Heure, 1940.

52. Struye, Journal de guerre, 63 (28 mei 1940).

53. CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 8 juni (voluit ‘exprime sentiments favorables sur la parution journaux belges et sur base du statut proposé, mais réserve réponse jusqu’àprès conférence avec le Cardinal.’)

54. CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 9 juni (voluit ‘permission user promesse faite au Roi ne pas violer sens patriotique belge en vue de permettre aux délégués de la Presse obtenir statuts admissibles.)

55. Struye, Journal de guerre, 81 (10 juni 1940).

56. Struye, Journal de guerre, 83 (11 juni 1940).

57. Xavier Ryckmans (Antwerpen, 2 juli 1897 - Brussel, 3 januari 1994). Zie o.a Jacques Vanderlinden, Pierre Ryckmans 1891-1959. Coloniser dans l'honneur (Bruxelles: De Boeck Université, 1994) 251 en ‘Eugénie Loutchinsky’, in: fr.wikipedia.org, geraadpleegd 3.4.2026; Geneanet.org, geraadpleegd 3.4.2026.

58. Henry Bauchau (Mechelen, 22 januari 1913 - Louveciennes (F), 21 september 2012). Zie o.a. Alain Coligon, ‘Bauchau Henry’, in: Belgium WWII, geraadpleegd 3.4.2026; ‘Notice biographique’ (Henry Bauchau), in: uclouvain.be, geraadpleegd 3.4.2026; Marc Quafgebeur, ‘Bauchau / De Becker: quel(s) absolu(s)?’, in: Raymond De Becker (1912-1969). Itinéraire et facettes d’un intellectuel réprouvé, eds. Olivier Dard, Etienne Deschamps en Geneviève Duchenne (Bruxelles: P.I.E. Peter Lang/Archives et Musée de la Littérature, 2013) 361-390; Sauvage, ‘La pensée socio-politique’, 365-366.

59. ‘Solution du problème financier de l’organe de langue française’ (CegeSoma, Archief Paul Veldekens (FICINV_2024): dagboek, 10 juni 1940).

60. Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4: chronologisch overzicht van terugkerende redacteurs en markante feiten, s.d.

61. Van den Eynde: Gaston Durnez, De Standaard. Het levensverhaal van een Vlaamse krant. 1914-1948 (Tielt: Lannoo, 1985) 458-459; Delvigne: Els De Bens, De Belgische dagbladpers onder Duitse censuur (1940-1944) (Antwerpen: Nederlandsche boekhandel, 1973) 286; Duplat: Letterenhuis, Archief Frans Van Cauwelaert, Brief van Jan Duplat aan Van Cauwelaert, 6 juni 1940; Fuss: Désiré Denuit, L'été ambigu de 1940. Carnets d'un journaliste (Bruxelles: Musin, 1978) o.a. 148, 241; Oedenkoven: La Dépèche, juni 1940; Jourdain: Pierre Stéphany, La Libre Belgique. Histoire d’un journal libre 1884-1996 (Louvain-la-Neuve: Duculot, 1996) 210; Neuray: Le Huron, ‘Pour reprendre contact’, in: La Nation Belge, 6 september 1944: 1-2.

62. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op: CegeSoma, Dossiers van de inlichtings- en actiediensten ('SRA') van de Staatsveiligheid (BE-A0547_2674_AA1333), doos 1.474, dossier 43.241: Victor Resseler: nota van V.N.E. 4 [Jean Houwelijckx] over de oorlogsgebeurtenissen bij Het Laatste Nieuws, 5 juli 1945; Centre Jean Gol, Archief Epuratiecomité Liberale Partij, dossier nr. 25 (Victor Resseler): verslag van getuigenis van Victor Resseler voor het epuratiecomité van de Liberale Partij op 7 mei 1945; Letterenhuis, map R 394 (Victor Resseler) H: handgeschreven nota’s over Het Laatste Nieuws in mei-juni 1940; Annuaire officiel de la presse belge/Officieel jaarboek van de Belgische pers 1937-1938 (Brussel: Association Générale de la Presse Belge/Algemeenen Belgischen Persbond, 1937-1938) .

63. Cegesoma, Dossiers van de inlichtings- en actiediensten ('SRA') van de Staatsveiligheid (BE-A0547_2674_AA1333), doos 1.474, dossier 43.241: Victor Resseler: nota van V.N.E. 4 [Jean Houwelijckx] over de oorlogsgebeurtenissen bij Het Laatste Nieuws, 5 juli 1945.

64. Resseler vermeldt enkel ‘Van der Schoepen’, terwijl er twee Van der Schoepens op de redactie van Le Matin actief zijn. Waarschijnlijk gaat het om René Van der Schoepen, die redactiesecretaris is.

65. Centre Jean Gol, Archief Epuratiecomité Liberale Partij, dossier nr. 25 (Victor Resseler): verslag van getuigenis van Victor Resseler voor het epuratiecomité van de Liberale Partij op 7 mei 1945.

66. CegeSoma, ‘Jahresbericht der Propaganda-Abteilung Belgien beim Militärbefehlshaber in Belgien und in Nordfrankreich’, augustus 1941, 11; De Bens, De Belgische dagbladpers, 143 e.a.; Bruno De Wever, ‘Volk en Staat’, in: encyclopedievlaamsebeweging.be, geraadpleegd 3.4.2026; Tibo Minsart en Gaston Durnez, ‘De Dag’, in: encyclopedievlaamsebeweging.be, geraadpleegd 3.4.2026; Dieter Vandenbroucke en Rudi Van Doorslaer, ‘Ulenspiegel (1940-1941)’, in: encyclopedievlaamsebeweging.be, geraadpleegd 3.4.2026.

Uit onze collectie in de kijker

UITGELICHT

Datum
1947

Viering van 50 jaar Turnvereniging Sparta

Viering van 50 jaar Turnvereniging Sparta De optocht door de straten van Ninove (h: 238 mm, b: 177 mm) 17/8/1947

Datum
1908

Grand Prix van Dieppe 1908

Grand Prix van Dieppe 1908 Henri Cissac en Jules Schaube in hun Panhard-Levassor (h: 170 mm, b: 120 mm) 7/7/1908

Datum
1955

Het Willemsfonds Boom op reis naar Londen

Het Willemsfonds Boom op reis naar Londen Informele beelden tijdens het bezoek aan Londen (h: 90 mm, b: 63 mm), (h: 110 mm, b: 80 mm) 1955