Belgen in China
Al eeuwenlang zijn er Belgische relaties met China en de bredere regio. In de zeventiende eeuw speelt de uit Pittem afkomstige jezuïet en astronoom Ferdinand Verbiest een belangrijke rol aan het keizerlijke hof, en in de achttiende eeuw onderhoudt de Oostendse Compagnie handelscontacten met China. Toch bereikt China België lange tijd slechts mondjesmaat.
Echte handels- en diplomatieke relaties komen pas vanaf de jaren 1840 op gang. Via ongelijke verdragen na de Eerste Opiumoorlog (1839-1842) dwingen de Britten China om zich open te stellen voor het Westen en nemen ze Hongkong in. Dat markeert het begin van intensere contacten tussen China en Europese landen, waaronder België.
Vanaf dan, en zeker vanaf de jaren 1860, nemen de contacten toe. Enerzijds is er de missionering: heel wat scheutisten trekken naar China. Anderzijds speelt België als vroeg geïndustrialiseerd land een rol in de uitbouw van spoorwegen en andere infrastructuur.
Na de val van het Chinese Keizerrijk en de Eerste Wereldoorlog verminderen de handelscontacten enigszins, maar de relaties blijven bestaan. Tegelijk moeten deze negentiende-eeuwse contacten in perspectief worden geplaatst. China zelf is geen vragende partij voor intensieve banden met het Westen, die voor hen vaak eerder negatief uitvallen. In de Chinese geschiedschrijving wordt de periode van ongeveer 1840 tot 1940 dan ook vaak omschreven als de “eeuw van vernedering”.
Een belangrijk breukmoment volgt na de Tweede Wereldoorlog. De Chinese Burgeroorlog, die al sinds 1927 woedde, eindigt in 1949 met de overwinning van de communisten onder leiding van Mao Zedong. De nationalistische Kwomintang trekt zich terug op Taiwan, waar ze tot op vandaag gevestigd is.
Het magische jaar 1972
In februari 1972 brengt de Amerikaanse president Richard Nixon een historisch bezoek aan China. Het is wereldnieuws. Sinds 1949 is China onder Mao Zedong communistisch en lange tijd een bondgenoot van de Sovjet-Unie. Maar na Stalins dood in 1953 verslechteren de relaties tussen beide landen.
De Verenigde Staten spelen hierop in en zoeken, als aartsrivaal van de Sovjets, toenadering tot China. De Pingpongdiplomatie (waarbij in 1971 tafeltennisteams van beide landen oefenmatchen tegen elkaar spelen) helpt de relaties ontspannen. Maar ook de Vietnamoorlog speelt mee: Washington hoopt dat China druk zal uitoefenen op Noord-Vietnam om tot onderhandelingen te komen. Nixons bezoek, het eerste van een Amerikaanse president aan communistisch China, vormt het hoogtepunt van die diplomatieke doorbraak.
Met het bezoek van Nixon aan Peking is het hek van de dam. België erkent, zoals de meeste westerse landen, de Volksrepubliek China in 1971 als land. Het pad is geëffend om de diplomatieke relaties met China te normaliseren.
Op het schouwtoneel verschijnt de 44-jarige André Kempinaire. Deze West-Vlaming met Limburgse roots komt uit een heel andere leefwereld. Hij groeit op in een liberaal milieu en verwerft in de streek rond Kortrijk aanzien door zijn inzet voor de liberale beweging.
In januari 1973 treedt hij als PVV’er toe tot de tripartiteregering-Leburton, waar hij staatssecretaris voor Buitenlandse Handel wordt. In die hoedanigheid brengt Kempinaire van 15-26 april 1973 als eerste Belgische regeringslid met ministeriële bevoegdheid een bezoek aan de Volksrepubliek China.
Hoewel dit symbolisch belangrijk moment deels ondergesneeuwd raakt door de berichtgeving rond de Ibramco-affaire (politiek schandaal in 1973 rond de bouw van een Iraanse olieraffinaderij in België door het Belgische bedrijf Ibramco) die ongeveer gelijktijdig losbarst, blijft het opmerkelijk hoe Kempinaire, nog maar een half jaar in functie, de diplomatieke belangen van België weet te verdedigen. België speelt daarbij traditioneel een grotere rol dan zijn omvang doet vermoeden. Het is het eerste buitenlandse bezoek van Kempinaire als minister, maar in de loop van de jaren 1970 en 1980 volgen er nog vele.
Zijn handelsmissie naar China in 1973 was het eerste bezoek van een minister in functie sedert België diplomatieke betrekkingen met China had aangeknoopt. Hiermee trad hij in de Sporen van Kuifje. Officiële persberichten betreffende handelsreizen zijn gewoonlijk opgesteld in een zeer droge en ernstige stijl. Maar met zijn reis naar China haalde André de krantenkoppen als Kuifje die terreinverkenning deed in het verre China. Hij was het Klein Duimpje dat het waar moest maken tegenover de Reus.
Willy De Clercq, tijdens de hulde over André Kempinaire n.a.v. twintig jaar politiek mandaat, 1985.
Verloop
Hoewel Nixons bezoek aan China zeker een katalysator is, leeft in diplomatieke en handelskringen al langer de wens om de banden met China te versterken. De oprichting van een ambassade in Peking in 1972 was daarin een eerste belangrijke stap. De missie van 1973 heeft in de eerste plaats een verkennend karakter. Verschillende bedrijven en vertegenwoordigers van beroepsverenigingen reizen mee, elk met de bedoeling de mogelijke handelskansen binnen hun sector te onderzoeken. In totaal bestaat de handelsdelegatie uit vijftien leden.
De missie wordt in grote mate voorbereid door ambassadeur Jacques Groothaert. Hij was een jaar eerder, in april 1972, in Peking aangekomen. Aanvankelijk werkte hij vanuit het Peking Hotel, bij gebrek aan een officiële ambtswoning. Toch slaagde hij er op korte tijd in de diplomatieke relaties te doen ontdooien. Zo effende hij onder meer het pad voor een Belgisch staatsbezoek en speelde hij een rol in de vrijlating van Jef Van Roosbroeck, de sinds 1950 gevangengenomen directeur van de Société Générale in Shanghai.
Hoewel het officiële staatsbezoek met staatssecretaris Kempinaire pas op 15 april begint, zijn verschillende Belgische bedrijfsleiders al sinds 5 april in China aanwezig. Zij verzamelden onder meer op de Belgisch-Industriële Tentoonstelling in Peking (8-19 april). In totaal namen 85 bedrijven deel, vooral uit de metaalindustrie, petrochemie en de dienstensector.
Het bezoek van Kempinaire gaat bovendien verder dan het aanknopen van handelsrelaties alleen. Hij plaatst de missie in een bredere context van de relaties met de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en hoopt tegelijk iets te doen aan het handelstekort met China. Als kers op de taart wil hij ook een directe vliegverbinding tussen Brussel en Peking realiseren voor de nationale luchtvaartmaatschappij SABENA.
Uit persberichten blijkt dat Kempinaire goed overweg kan met zijn Chinese tegenhanger, viceminister van Buitenlandse Handel Li Tsjiang. Tijdens een diner in de Verboden Stad zorgt hij wel voor enige verwarring door Frans en Nederlands door elkaar te spreken. Die typisch Belgische mengeling wekt echter vooral nieuwsgierigheid bij de Chinese delegatie.
De Chinezen tonen bovendien duidelijk interesse in goede relaties met België. Dat heeft onder meer te maken met de Belgische ervaring in het uitbouwen van internationale handels- en diplomatieke netwerken. Binnen structuren zoals de EEG en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU) kan België immers een sterk palmares voorleggen.
Vooral het diner in de Verboden Stad wordt door de aanwezigen als bijzonder geslaagd ervaren. In de informele sfeer van zo’n ontmoeting worden contacten gelegd en vertrouwen opgebouwd, momenten die achteraf vaak worden gezien als het echte begin van de samenwerking.
De handelsmissie naar China kan als een duidelijk succes worden beschouwd, vooral omdat ze de basis gelegd heeft voor duurzamere economische en diplomatieke relaties. In de eerste plaats zorgt de missie voor een doorbraak in de officiële contacten: beide landen komen overeen om de samenwerking uit te bouwen en structureler te maken. Zo wordt er gewerkt aan de oprichting van gemengde commissies en worden er akkoorden voorbereid rond handel, technologie en economische samenwerking.
Daarnaast is er ook een concreet economisch resultaat: Belgische bedrijven krijgen voor het eerst sinds lange tijd opnieuw direct toegang tot de Chinese markt, met interesse in sectoren als staal, chemie en infrastructuur. De Belgisch-Industriële Tentoonstelling in Peking speelde hierin een sleutelrol: ze fungeerde als etalage voor Belgische knowhow en leidde tot nieuwe contacten en opportuniteiten. Tegelijk groeit bij de Chinese autoriteiten het vertrouwen in België als handelspartner, wat zich vertaalt in een positieve houding tegenover toekomstige import en samenwerking.
Ook op diplomatiek vlak is de missie belangrijk. Er worden wederzijdse bezoeken voorbereid en de Chinese minister van Buitenlandse Handel liet verstaan dat hij België wil bezoeken, wat het belang van de relatie onderstreept.
André Kempinaire en Jacques Groothaert (De Vlaamse Elsevier, 14 mei 1973).
Spotprent (PAN, 2 mei 1973).
Positieve persberichten over het Peking-bezoek, 1973.
Spotprent (’t Pallieterke, 3 mei 1973).
Vervolg
Als een van zijn eerste regeringsdaden kan Kempinaire tevreden terugblikken op zijn reis naar Peking. Kort na zijn bezoek breekt ook in België de zogenaamde pingpongdiplomatie door. Zo organiseert de Belgische Tafeltennisbond in mei 1973 bijvoorbeeld een wedstrijd tussen China en België.
Doorheen de jaren wordt Kempinaire regelmatig gevraagd om te spreken over zijn reizen, niet alleen naar China, maar ook naar andere landen die hij bezocht. Binnen de PVV verwerft hij zo bekendheid als expert in internationale handel.
Na deze eerste missie volgen in datzelfde jaar nog bezoeken aan India, de Sovjet-Unie, Japan en Zuid-Korea. Tussen 1981 en 1985 is hij opnieuw staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, en wordt het intensieve reizen hervat. In totaal brengt Kempinaire vier keer een bezoek aan China. Tijdens die jaren ziet hij het land ingrijpend veranderen, zowel politiek als economisch.
In een toespraak uit 1985 blikt hij terug op deze evolutie. Volgens hem is China geëvolueerd van een strikt communistisch systeem naar een hybride model, waarin ook kapitalistische elementen een plaats kregen. Die veranderingen zijn niet alleen zichtbaar in het beleid, maar ook in het dagelijkse leven. De typische communistische kledij verdween geleidelijk uit het straatbeeld, steden groeiden in snel tempo en nieuwe gebouwen kregen een opvallend westerse uitstraling. Ook de levenskwaliteit is merkbaar verbeterd sinds zijn eerste bezoek in 1973.
Kempinaire besluit: ‘Ongetwijfeld kan de Chinees vandaag met gewettigde redenen zeggen dat hij het veel beter heeft dan gisteren en op de goede weg is om het morgen beter te hebben dan vandaag.’
Deze bijdrage maakt deel uit van de reeks ‘Reiskofferverhalen’, waarin Liberas aan de hand van archiefstukken zoals brieven, reisverslagen, foto’s en krantenartikels historische reizen en persoonlijke blikken op de wereld opnieuw tot leven brengt.
Programmabrochure van het tafeltennistoernooi tussen België en China, mei 1973.
Bronnen, noten en/of referenties
Liberas, Archief Kabinet André Kempinaire, staatssecretaris voor Buitenlandse Handel (1973) (archief 242), dossier betreffende de handelsmissie naar China, nr. 10.
Liberas, Archief Kabinet André Kempinaire, staatssecretaris voor Buitenlandse Handel (1981-1985) (archief 222), dossier betreffend een toespraak over China, nr. 15.