Adolf Droesbeke (23 maart 1830 - 7 mei 1910) wordt op jonge leeftijd in 1850 ondervoorzitter van de Gentse rederijkersmaatschappij Fonteyne. Hij speelt actief toneel en schrijft zelf toneelstukken, waarvan enkele in wedstrijden zijn bekroond. Er is weinig gedrukt werk van Droesbeke bewaard maar deze titels zouden ooit door hem zijn geschreven: Erfenisjagers, Nieuwe rijken, De kerels van Vlaanderen, De Losbollen en De Lastertongen.1

Droesbeke is actief als bestuurslid van de toneelmaatschappij De Scheldezonen en balpijpmaatschappij De Ware Vrienden uit Wetteren, is lid van de Gentse toneelvereniging De Melomanen en staat op de lijst van ereleden van toneelkring Vooruit uit Deinze. Volgens een artikel bij zijn overlijden in Het Laatste Nieuws, heeft hij een goede pen en schrijft hij voor verschillende Gentse liberale bladen artikels en dichtstukken die in de smaak vallen bij het lezerspubliek.2

Zijn liefde voor de Nederlandse taal en cultuur combineert hij met een sociaalliberale ingesteldheid. ‘Voor menschlievende werken deed men nooit vruchteloos een beroep op de gekende welwillendheid en medewerking van den braven Droes’, aldus nog Vaderland, dat meteen zijn koosnaampje meegeeft.3 Volksontwikkeling en naastenliefde draagt hij dus hoog in het vaandel. Deze thema’s zijn volgens tijdgenoten ook in zijn literair werk terug te vinden, en zeker in zijn vele (politieke) liederen. Uit gepubliceerde commentaren na zijn overlijden valt af te leiden dat er plannen leven bij de Gentse journalist Hendrik Keurvels om Droesbekes liederen te bundelen. Er zijn echter geen sporen te vinden van een dergelijk verzamelwerk. Over het totaaloeuvre is dus verder helaas weinig geweten. In het archief van De Ware Vrienden zit er wel een feestelijk lied van Droesbeke, opgedragen aan de Wetterse vereniging (september 1861).4

Portret Adolf Droesbeke. Op de revers van zijn jas vinden we het symbool van de rederijkersmaatschappij Fonteyne opgespeld.

Portret Adolf Droesbeke. Op de revers van zijn jas vinden we het symbool van de rederijkersmaatschappij Fonteyne opgespeld.

Vlag van de zangafdeling van het Van Crombrugghe’s Genootschap.

Vlag van de zangafdeling van het Van Crombrugghe’s Genootschap.

Een mooi voorbeeld van zijn werk is een lied dat Adolf Droesbeke in 1905 schrijft voor het Van Crombrugghe’s Genootschap. Deze Gentse sociaalliberale organisatie zet zich sinds 1857 in voor de bevordering en verdediging van het officieel (stads)onderwijs. De vereniging ondersteunt leerlingen met het schenken van schoolboeken, heeft een turn- en toneelwerking en evolueert, in het kielzog van het Willemsfonds, in de laatste decennia van de negentiende eeuw naar een liberale Vlaamsgezinde signatuur. Droesbeke past perfect in deze traditie. In een periode waar er binnen de culturele liberale kringen in Vlaanderen aandacht gaat naar de organisatie van ‘liederavonden’, is het misschien niet ongewoon dat Droesbeke op 75-jarige leeftijd vol enthousiasme een huldelied schrijft ter ere van het Van Crombrugghe’s genootschap, getiteld Liberaal liefdadigheidslied.5 Hij schetst de inzet voor naastenliefde door geldinzameling en door concrete acties zoals het uitreiken van schoolsoep aan behoeftige leerlingen. Een eventuele zangwijze is niet genoteerd. Het lied is ‘Opgedragen aan het Van Crombrugghe’s genootschap als hulde voor hunne pogingen voor ’t welzijn der schooljeugd en liefdadigheid en bij d’ herinnering mijner bereidwillige medewerking aan de Tooneelafdeling.’

De laatste pagina van de brief van Droesbeke naar het Van Crombrugghe’s Genootschap (12 april 1905).

De laatste pagina van de brief van Droesbeke naar het Van Crombrugghe’s Genootschap (12 april 1905).

Liberaal liefdadigheidslied

I

Wij, deftige volkspartije
Zijn voor geen ‘kromme sprongen
noch vuile lastertongen
of sluwe veinzerij
‘Doe wel en zie niet om’
Dat is bij ons, de leuze
en deze schoone keuze
is overal wellekom!
 

Refrein
Bij feest of Karnaval
ziet men ons overal
om gelden in te zaâm’len
tot hulp en troost der schâam’len
En volk en burgerij
doen mee, zooveel als wij.
Hoezee!
   

II

We gaan met moed en vlijt
de heele stad doortrekken
om leven op te wekken
voor de liefdadigheid.
We stellen paal noch perk
om door gedurig streven
veel onderstand te geven
Dat ’s schoon en edel werk
 


 

III

Door schoolsoep, frissche lucht
Krijgt ’t Kind, zoo zwak als teder
zijn vuur en krachten weder
gezondheid en genucht
Ziedaar, het ware doel
dat wij volop betrachten;
de hongerpijn verzachten:
Is menschelijk gevoel

 

VI

Welaan, waardeerd ons lied,
gij allen goede menschen,
voldoet zoo, onze wenschen,
Vergeet het ‘weldoen’ niet.
We werken vrank en vrij
en eerlijk, zonder dralen
als trouwe liberalen
O! Staat die mannen bij!!...
 

V

Men stelt ook hoogen prijs,
door eer en deugd te zamen
de schooljeugd te bekwamen
door grondig onderwijs!
Dus, luistert naar den raad
hier, van Van Crombrugsh’s leden
en volgt hun’ vrije schreden
voor ’t heil van land en staat!
 

Gent, 12 april 1905
Ad. Droesbeke

Deze korte kanttekening toont in elk geval aan dat over het verband tussen ideologie, politiek en cultuur binnen de geschiedenis van het liberalisme nog wel wat onderzoeksmogelijkheden zijn op basis van in veel gevallen nog weinig gebruikt bronnenmateriaal.

Bronnen, noten en/of referenties

1. De stukken zijn opgesomd in het artikel dat bij het overlijden van Adolf Droesbeke is verschenen in Gent XXe eeuw. Geïllustreerd maandelijks tijdschrift / Gand XXe siècle. Revue mensuelle illustrée, 5 (1910): 41-42. De lastertongen is de enige gedrukte titel die in de collectie van Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience is terug te vinden. Het werk is digitaal te lezen via Google Books. 

In de collectie van Liberas is nog een door Droesbeke handgeschreven toneelstukje terug te vinden in het archief van toneelkring Vooruit uit Deinze: Alles voor ons dierbaar Vlaanderen. Tweespraak tusschen Jacob van Artevelde en zijnen vriend Thomas Van Vaernewyck (Liberas, Archief De Verenigde Taal- en Kunstminnaars onder Kenspreuk Vooruit! - Theatergroep Vooruit (Deinze) (archief nr. 219), 14. Stukken m.b.t. de bibliotheek).

2. Het Laatste Nieuws, 15 mei 1910.

3. Vaderland, 8 mei 1910.

4. Liberas, Archief Balpijpmaatschappij De Ware Vrienden (Wetteren) (archief nr. 780), 4. Stukken m.b.t. activiteiten, 4.1. Tekst van het ‘gelegenheidslied opgedragen aan de maatschappij De Ware Vrienden’.

5. Liberas, Archief Van Crombrugghe’s Genootschap (Gent) (archief nr. 9), 4. Briefwisseling, 4.3.31.46, Brief van Adolf Droesbeke aan het Van Crombrugghe’s Genootschap, 12 april 1905. De briefwisseling van de vereniging is in 2024 gedigitaliseerd en online te raadplegen. Voor de liederavonden zie ook Jan Dewilde, ‘Het Willemsfonds en de muziek: ‘Ik ken een lied’’, in: Marcel Bots, Harry Van Velthoven, Ada Deprez, Luc Pareyn, Jos Daelman en Jan Dewilde, Het Willemsfonds van 1851 tot 1914, (Gent: Provinciebestuur Oost-Vlaanderen/Liberaal Archief, 1993, reeks Bijdragen Museum Vlaamse Sociale Strijd, deel 9 ) 255-276.

Uit onze collectie in de kijker

UITGELICHT

Datum
1947

Viering van 50 jaar Turnvereniging Sparta

Viering van 50 jaar Turnvereniging Sparta De optocht door de straten van Ninove (h: 238 mm, b: 177 mm) 17/8/1947

Datum
1908

Grand Prix van Dieppe 1908

Grand Prix van Dieppe 1908 Henri Cissac en Jules Schaube in hun Panhard-Levassor (h: 170 mm, b: 120 mm) 7/7/1908

Datum
1955

Het Willemsfonds Boom op reis naar Londen

Het Willemsfonds Boom op reis naar Londen Informele beelden tijdens het bezoek aan Londen (h: 90 mm, b: 63 mm), (h: 110 mm, b: 80 mm) 1955