Het idee is meteen na de oorlog gegroeid. De Brit John MacCallum Scott (wiens vader ooit wel actief was geweest bij de Liberal Party) verbleef als militair in Noorwegen en lanceerde daar het idee van een internationaal liberaal samenwerkingsverband, een Liberale Internationale. Voorbereidende vergaderingen vonden plaats in Brussel (bij de zittingen ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Belgische Liberale Partij in 1946) en in Oslo. Een British Liberal International Council (BLIC) zag het licht en er kwam een voorlopig kantoor in Londen. Zonder al te veel middelen en vooral gedreven door hun idee, planden de initiatiefnemers daarop een grote internationale bijeenkomst in Oxford.
Ook de Belgische liberalen zetten hun schouders onder het project. In Oxford is partijvoorzitter Roger Motz aanwezig, samen met Robert Godding, Auguste Buisseret, Georgette Ciselet, Jos Dery, Henri Heuse, Julius Hoste jr., Willy Koninckx, Alfred Leuridan en Victor Sabbe. Deze delegatie is met tien deelnemers de op een na omvangrijkste (na Groot-Brittannië). In de vergaderingen over internationale thema’s gooit vooral Julius Hoste hoge ogen met zijn visie op internationaal recht en arbitrage. Maar ook Georgette Ciselet laat zich niet onbetuigd en ijvert er tijdens de discussies voor om de gelijkheid van man en vrouw op te nemen in de slottekst. Roger Motz krijgt na afloop een functie als penningmeester in het dagelijks bestuur van de Liberale Internationale.
Er zijn vertegenwoordigers uit 24 landen aanwezig, zoals gezegd uit alle hoeken van de wereld: Engeland, Canada, Zuid-Afrika, Frankrijk, België, Zwitserland, Italië, Duitsland, Finland, Zweden, Noorwegen, Tsjecho-Slowakije, Cyprus, Oostenrijk, Spanje, China, Denemarken, Verenigde Staten, West-Indië, Estland, Griekenland, Hongarije, Roemenië en Turkije. Bepaalde bronnen geven aan dat de vertegenwoordigers van die laatste vijf de besluiten niet mee onderschrijven, vandaar dat er soms sprake is van 19 landen. Overigens is het ook niet altijd duidelijk in welke mate sommige aanwezigen ook echt als volle vertegenwoordigers van hun land kunnen worden beschouwd.
De vergadering in Oxford, nauwelijks twee jaar sinds er in Europa opnieuw vrede is, betekent voor de Belgische deelnemers een mooi uitje. Zij koppelen het nuttige aan het aangename en nemen de tijd om een beetje ‘toerist’ te zijn. Victor Sabbe beschrijft zijn ervaringen in een reisverslag dat verschijnt in het liberaal weekblad De Koerier (Brugge). Het is niet helemaal duidelijk wie er zich allemaal in zijn gezelschap bevindt. Het zou best kunnen dat de Belgische aanwezigen in afzonderlijke groepjes reizen.
Het bestendig comité van de Liberale Partij met vlnr Roger Motz, onbekende, Octave Dierckx, René Lefebvre, Auguste Buisseret en Robert Godding begin 1947, enkele maanden voor de conferentie in Oxford.
Victor Sabbe beschreef in twee afleveringen in het liberale Brugse weekblad De Koerier de reis naar Oxford.
“La réunion d’Oxford est à la fois un point d’aboutissement et une piste d’envol.”
Henri Heuse in radiotoespraak van 22 april 1947 (Liberas, archief 889)
Op dinsdag 8 april vertrekt Sabbe in elk geval met de ferry Prins Karel uit Oostende naar Dover. Een onstuimige Noordzee zorgt voor het nodige ongemak, aldus de tekst. In Dover neemt het gezelschap de trein naar Londen en brengt er de nacht door in het Green Park Hotel. Londen lijdt nog steeds onder de gevolgen van de oorlog. Tot verbazing van de Belgen en in tegenstelling tot wat ze verwachten, is er bij het royale ontbijt maar weinig te merken van de voorspelde schaarste van levensmiddelen. Tijdens een daaropvolgende ochtendwandeling stelt Sabbe vast dat de stad zich langzaam herstelt van de oorlogswonden. Het ticket voor het traject naar Oxford haalt hij op bij Cook’s reisbureelen. Het is er druk maar toch valt het de Belgen op dat iedereen netjes in de rij staat en zijn beurt afwacht. Het befaamde Britse ‘queuing’ maakt indruk. Het middagmaal neemt de delegatie in het Belgisch Instituut aan Belgrave Square. Vanuit Paddington Station gaat het vervolgens richting Oxford.
De conferentie zelf vindt plaats in Wadham College, een van de colleges die samen Oxford University uitmaken. De deelnemers krijgen een studentenkamertje toegewezen, sobere ruimtes die uitnodigen tot studie en reflectie volgens Sabbe. Op 9 april ’s avonds vindt de openingstoespraak plaats met als spreker Gilbert Murray. Deze classicus zet zich al zijn hele leven in voor wereldvrede en internationale vraagstukken in organisaties zoals de Volkenbond en de Verenigde Naties. Hij is ook medeoprichter van Oxfam. De daaropvolgende dagen beraadslagen de aanwezigen over thema’s als internationale samenwerking, internationale handel, inmenging van de overheid, nationale soevereiniteit en het liberalisme in de wereld.
“Zij steekt van wal met het sterke schip der Vrijheid, dat door de jaren, en zelfs door de eeuwen heen, gevaren heeft met den blauwen wimpel van de vrijheidsidealen in de top.”
De Koerier, 26 april 1947
Op 11 april is er een openbare zitting. Naast andermaal Gilbert Murray, komen de vooraanstaande Britse liberale leider Lord Samuel, de Spaanse diplomaat en pacifist Salvador de Madariaga en de Britse liberale politicus Percy Harris aan het woord. Harris licht het ontwerp van manifest uitgebreid toe. De tekst staat in het teken van vrijheid en democratie, neemt ideeën op uit het sociale en het economische liberale denken en ijvert voor internationale samenwerking. Het Manifest van Oxford komt er niet zomaar: het is het resultaat van urenlange intense besprekingen en discussies. In een slotwoord betuigen de respectievelijke afgevaardigden hun steun. Tijdens die zitting krijgen de aanwezigen een boodschap mee die is bezorgd door Benedetto Croce. Op zaterdag en zondagvoormiddag volgden er nog commissievergaderingen.
Tussendoor maken de Belgen verder tijd voor sightseeing. Het gezelschap laat zich charmeren door het kenmerkende Engelse karakter van New College, Balliol College, de bibliotheek en de universitaire drukkerij in Oxford. Per autobus brengen zij een bezoek aan Abingdon en Dorchester. Met bewondering aanschouwen zij het landschap en zijn vol lof over de goede asfaltwegen. Het mooi onderhouden wegennet blijkt ook op de terugreis nuttig als zij met een taxi naar Londen rijden.
In de resterende tijd bezoekt de groep de abdij van Westminster. Het middagmaal nemen zij in de club van hun vrouwelijke gids. De heren vinden het een waar genoegen om hun Engelse reis af te sluiten in een oud herenhuis tussen gedistingeerde Engelse dames. Halfweg de namiddag vertrekken de Belgen terug naar huis met de ferry. Sabbe sluit zijn reisnotities af met de mededeling dat de aankomst in Oostende een half uur eerder is dan voorzien. Hij eindigt met een kwinkslag: het is zondag en de machinisten moeten nog uitgaan met hun vrouw.
De daaropvolgende maanden tonen de Belgische liberalen zich grote verdedigers van het Manifest van Oxford. De tekst verschijnt in diverse publicaties en wordt het baken voor generaties liberalen in Vlaanderen en in België. Ook in de Liberale Internationale blijft België een belangrijke rol spelen. Roger Motz (in de jaren 1950) en Annemie Neyts (begin van de eenentwintigste eeuw) genieten de eer om er voorzitter van te worden.
Bij de parlementsverkiezingen van 26 juni 1949 stond de vrijheid centraal.
Bronnen, noten en/of referenties
Julie Smith, A Sense of Liberty. The History of the Liberal International (London: Liberal International, 1997).