Ontevredenheid met het status quo
De jaren tachtig zijn voor België allesbehalve rooskleurig. Het land zit vast in een periode van laagconjunctuur, met een tanende industrie en aanhoudende werkloosheid. Ook de overheidsfinanciën staan onder zware druk: een hoge overheidsschuld en zware rentelasten knellen het beleid. Institutioneel loopt het evenmin gesmeerd. Lang aanslepende communautaire conflicten, met de Voerenkwestie als bekendste voorbeeld, geven het gevoel van politieke stilstand. Tegelijk groeit het onveiligheidsgevoel. Aanslagen van de Cellules Communistes Combattantes (CCC) en het geweld van de Bende van Nijvel beheersen het nieuws en ondermijnen het vertrouwen in de staat. In dat gespannen klimaat wordt in het publieke debat migratie steeds vaker als een probleem voorgesteld. No Future, de punkslogan uit de jaren zeventig, klinkt in de jaren tachtig dan ook luider dan ooit.
De onvrede die zich in de jaren tachtig opstapelt, verklaart mee de verrassende uitslag van de federale parlementsverkiezingen van 24 november 1991. Deze dag gaat de geschiedenis in als ‘Zwarte Zondag’: de traditionele partijen krijgen een zware klap, terwijl het uiterst rechtse Vlaams Blok en, in mindere mate, de libertaire lijst ROSSEM fors vooruitgaan. De boodschap van de kiezer is duidelijk: het moet anders.1
In diezelfde context begint ondernemer Roland Duchâtelet aan zijn professionele loopbaan. Aanvankelijk werkt hij in loondienst, maar al snel groeit bij hem en zijn zakenpartner Rudi De Winter het plan om een eigen bedrijf op te richten. Begin jaren negentig ziet Elex het levenslicht, een onderneming gespecialiseerd in micro-elektronica. In 1994 neemt Elex het in Ieper gevestigde Melexis - een producent van halfgeleiders - over, dat later bijzonder succesvol wordt.
Al in 1993 begint bij Duchâtelet zijn politieke bewustwording te ontkiemen. Op aansturen van zijn levenspartner Marieke Höfte (die later een grote rol achter de schermen van Vivant speelt), groeit bij hem de overtuiging dat de kennis van ingenieurs verder kan reiken dan louter het ontwikkelen van chips. Een jaar later publiceert hij N.V. België. Verslag aan de aandeelhouders, waarin hij de kern van zijn politieke denken in deze periode uiteenzet. De vernieuwende ideeën die hij daarin formuleert, vormen de basis voor wat later Vivant wordt.2
Cover en achterflap van de eerste (1994) en tweede druk (1998) van het boek N.V. België. Verslag aan de aandeelhouders.
Eigenzinnigheid
De uitgave van Duchâtelets boek vormt zijn eerste kennismaking met de politiek. Mainstreampolitici laten hem voorlopig links liggen. Toch krijgt Duchâtelet uit onverwachte hoek gehoor. Louis Standaert, voormalig lid van ROSSEM en oprichter van zijn eigen protestpartij BANAAN, benadert hem in 1995 met de vraag om zijn boek te gebruiken als basis voor het verkiezingsprogramma.3 BANAAN scheert bij de parlementsverkiezingen van 21 mei 1995 echter geen hoge toppen: met nog geen één procent van de stemmen raakt niemand verkozen.
Maar die eerste verkiezingsdeelname smaakt naar meer. Na verloop van tijd raakt Duchâtelet sterker betrokken, maar hij ziet ook dat de naam, hoe ludiek ook, weinig kiezers aantrekt. Na een brainstormsessie valt in 1997 de keuze op de nieuwe naam: Vivant.4 Als nieuwkomer valt Vivant als kleine partij toch redelijk op in de politiek. Enerzijds zijn er de unieke programmapunten, anderzijds hanteert de partij, zeker in de beginperiode, een opvallende communicatiestijl.
Het Vivant-model in het kort
“Vier grote stappen zijn nodig om ons plan met succes uit te voeren:
1. de invoering van een basisinkomen op bestaansniveau.
2. het schrappen van de sociale bijdragen en de inkomstenbelasting voor werknemers en werkgevers en het invoeren van een inkomstenbelasting van 50% op het geheel van de inkomens boven de 1.350 euro per maand.
3. Het innen van de B.T.W. en de invoering van de Sociale Belasting op Verbruik dat de hierdoor weggevallen staatsinkomsten moet compenseren. Daarbij blijven de verkoopprijzen onveranderd, tenzij die worden gewijzigd om sociale redenen of ten bate van het milieu (sterk vervuilende of zuivere luxeproducten worden verhoogd, diensten verlaagd)
4. het geleidelijk afschaffen van alle belastingen op diensten.
Bij het invoeren van elke fase is het noodzakelijk het budgettair evenwicht te behouden tussen wat de invoering kost enerzijds en wat de huidige sociale zekerheidsdiensten nu kosten anderzijds.”5
Vooral het eerste programmapunt, de invoering van een basisinkomen op bestaansniveau, trekt de aandacht van de pers en het publieke debat. De partij vindt daarmee haar unique selling point in het politieke landschap. Het nadeel is dat Vivant al snel wordt vereenzelvigd met dat ene punt. Wat begint als een unique selling point dreigt zo een only selling point te worden. Duchâtelet wordt door sommige commentatoren wel eens afgeschilderd als utopist.6
Vivant valt inhoudelijk op met zijn programmapunt over het basisinkomen. De communicatiestijl van de partij is echter ook bijzonder gewaagd. Hoewel Vivant klein is en zeker in de begindagen nog geen beroep kan doen op partijdotaties, zorgt Duchâtelet voor een degelijke financiering. Daardoor kan de partij samen met een communicatiebureau een professionele en vooral gedurfde communicatiestrategie uitwerken.7 Hoewel Vivant de mantel van het ludieke BANAAN volledig van zich afwerpt, blijft een campagne met een knipoog deel uitmaken van zijn identiteit.
Enkele opvallende campagnebeelden van Vivant, 1999-2004.
Resultaten en impact
Het is voor een kleine partij nooit gemakkelijk om vaste voet aan de grond te krijgen. In België is het voor nieuwkomers echter bijzonder moeilijk om zetels te behalen, onder meer door de relatief hoge kiesdrempel van 5%, die vanaf de verkiezingen van 2003 geldt.
Vivant neemt als onafhankelijke beweging in Vlaanderen deel aan drie verkiezingen. De lakmoesproef komt er bij de parlementsverkiezingen in 1999: twee jaar na zijn oprichting presenteert Vivant zich aan de kiezer. Intussen groeit de partij als organisatie uit tot een netwerk met diverse lokale kernen. De resultaten zijn voor een nieuwe partij opvallend goed, maar volstaan niet om een zetel te behalen in de Kamer of de Senaat. Met ongeveer 2,1% van de stemmen is Vivant een grote kleine partij. In het Brussels Hoofdstedelijk Parlement weet Vivant-lid Albert Mahieu wel een zetel te bemachtigen. Vanaf 2000 verlaat hij de beweging en zetelt hij daar als onafhankelijke.
De lokale verkiezingen het jaar daarop zijn moeilijker in te schatten. Vivant verschijnt als lijstnaam op 63 kiesbiljetten, inclusief de Antwerpse districten.8 In de grote Vlaamse steden Antwerpen, Brussel en Gent behaalt Vivant een vergelijkbaar resultaat van ongeveer 1,5%.
In 2003, zes jaar na de oprichting van Vivant, wordt duidelijk dat het politieke project op nationaal niveau geen electorale groei kan uitbouwen. Met slechts 1,2% van de stemmen blijft Vivant ver onder de sinds 2002 ingevoerde kiesdrempel van 5%.9 Vanaf dan speelt Duchâtelet met het idee om zijn beweging te koppelen aan een groter geheel. Dat grotere geheel vindt hij bij de liberale regeringspartij VLD. In deze periode voert hij ook gesprekken met de socialistische partij sp.a. Die is op dat moment al een kartel aangegaan met de links-liberale zijtak van de Volksunie, Spirit. Voor het eveneens links-liberale Vivant ziet Duchâtelet daar weinig plaats.10 In 2004 komt het kartel VLD-Vivant voor het eerst op voor de Vlaams Parlementsverkiezingen.
De verloving in 2004 wordt in 2007 bekrachtigd met een huwelijk. Vivant en VLD versmelten tot één partij onder de naam Open Vld. Hoewel Vivant in 2007 in Vlaanderen ophoudt te bestaan, raakt Duchâtelet op de Open Vld-lijst wel nog verkozen als senator. Volksvertegenwoordigster Nele Lijnen, die nationaal actief is van 2006 tot en met 2024, is naast Duchâtelet de enige Open Vld’er die haar politieke start kent bij Vivant.
Binnen Open Vld laat Vivant een bescheiden erfenis na in het vierde Burgermanifest van Guy Verhofstadt, Pleidooi voor een open samenleving (2006). De ideeën uit dit burgermanifest worden op het Open Vld-congres van 2007 ook effectief omgezet in programmapunten voor de wetgevende verkiezingen van datzelfde jaar. Het gaat daarbij vooral om voorstellen rond meer inspraak voor burgers en, concreter, om het verschuiven van belastingen op arbeid naar consumptie.11
In Wallonië dient Vivant als onafhankelijke partij nog tot en met 2010 enkele kieslijsten in, zonder veel potten te breken. In Duitstalig België ligt de situatie anders. Het initiatief van Duchâtelet leidt daar een eigen leven. Sinds de verkiezingen van 2004 voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap raakt Vivant er telkens verkozen. In de legislatuur 2024-2029 is de partij met vier van de vijfentwintig zetels de grootste oppositiepartij.
Bronnen, noten en/of referenties
2. ‘De Miljardair in het Rijhuis’, in: De Morgen, 24 juni 2011.
3. ‘Cherchez La Femme: Marieke Höfte, levensgezel van Roland Duchâtelet en voorzitter van STVV’, in: Humo, 19 september 2017.
4. ‘Cherchez La Femme: Marieke Höfte, in: Humo, 19 juni 2017.
5. Liberas, Archief Vivant (archief nr. 1298), nr. 77. Brochure met het verkiezingsprogramma [2003].
7. Liberas, Archief Vivant (archief nr. 1298), nr. 72. Rapporten van communicatiebureau 1997-1999.
8. 37 lijsten in Vlaanderen, 22 Waalse, 2 Brusselse en 2 lijsten in de Oostkantons.
9. Verkiezingsuitslagen gebaseerd op de data uit de verkiezingsdatabank van de FOD Binnenlandse Zaken.