Menu
Gelukwensen voor het kiesexamen
Collectie
donderdag 26 september 2019

‘Geachte Heer, Wij hebben de eer en het genoegen U geluk te wenschen over het welgelukken van het examen, welk U het Kiesrecht toekent’. Met deze woorden begint een omzendbrief, gedateerd 26 april 1889, van de Kring der Liberale Bekwaamheidskiezers van het kanton Lier.

Strijd voor de uitbreiding van het kiesrecht
Bij het ontstaan van België werd geopteerd voor een cijnskiesrecht. Enkel wie voldoende belasting betaalde, mocht stemmen, wat ervoor zorgde dat slechts 1 % van de Belgische bevolking stemrecht kreeg. Een verlaging van de kiescijns tot het grondwettelijke minimum in het revolutionaire jaar 1848 bracht dit aandeel op 2 %. Progressieve liberalen en progressieve katholieken, later bijgestaan door de socialisten, bleven echter strijden voor een verdere uitbreiding van het kiesrecht. Dat kwam er uiteindelijk toen de liberale regering Frère-Orban met de wet van 24 augustus 1883 voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen twee nieuwe categorieën van kiezers instelde: zij die door hun diploma of ambt/functie/beroep automatisch stemrecht kregen, en zij die slaagden in een kiesexamen.

Het kiesexamen
Het examen van kiesbekwaamheid baseerde zich op de leerstof van de lagere school en werd jaarlijks in maart georganiseerd in elke kantonhoofdplaats. Het was toegankelijk voor elke (mannelijke) Belg die aan alle kiesvoorwaarden met uitzondering van de cijnsvereiste voldeed en minimaal 18 jaar was. De kandidaat-kiezer verscheen (maximaal drie keer) voor een door de staat aangestelde jury die hem beoordeelde op een zowel schriftelijk als mondeling examen. In totaal diende de kandidaat zestig procent van de punten te behalen. De leerstof handelde over geschiedenis, de Belgische constitutionele orde, aardrijkskunde, wiskunde, maten en gewichten van het decimaal stelsel, taal (schrijftest, voorleesoefening, dictee) en moraal.
Op cursus
Kandidaat-kiezers konden de leerstof zelf instuderen op basis van kiezershandleidingen. Daarnaast zetten zowel liberalen als katholieken in op de opleiding van nieuwe kiezers. Liberale verenigingen zetten druk op stadsbesturen om cursussen te organiseren of te financieren, en zowel liberale als katholieke verenigingen organiseerden zelf cursussen ter voorbereiding van het kiesexamen. Dit leidde soms tot de oprichting van bekwaamheidskiezersbonden, zoals de in 1884 opgerichte Kring der Vrijzinnige (later Liberale) Bekwaamheidskiezers van het kanton Lier. Uit verschillende hoeken kwam ook kritiek op dit systeem. Zo publiceerde Het Volksbelang op 1 september 1883 een kritisch artikel onder de naam ‘Kiezers-bekwaamheid’, waarin gevreesd werd dat de nieuwe wet ‘meer nieuwe bekwaamheden [zou] maken dan bestaande erkennen’: cursussen werden beschreven als ‘kiezersfabrieken’ en ‘werkhuizen […] van kunstmatige africhting, iets zooals de van buiten geleerde catechismussen bij onze eerste communicanten.’

Omzendbrief
Op 26 april 1889 stuurde de Kring der Liberale Bekwaamheidskiezers van het kanton Lier aan de geslaagden van het kiesexamen een omzendbrief om hen duidelijk te maken dat ze hun kiesrecht aan het liberale gedachtegoed te danken hadden: ‘De geschiedenis heeft U geleerd dat het slechts dank aan de verspreiding der liberale gedachten is, dat elke burger het recht heeft verworven zijne denkwijze vrank en vrij uit te drukken, zonder de dwangmiddelen (door de Klerikalen in vroegere eeuwen zoo dikwijls misbruikt) te moeten vreezen. Vergeet nooit dat de liberale partij aan den bekwamen werkman, het recht heeft verleend ook zijne stem te doen gelden; en dat heden nog, het onderwijs en de uitbreiding des stemrechts ten voordeele der arbeidende klassen, de gewichtigste punten van het programma der liberale partij uitmaken.’ Waarna uiteraard kiesadvies volgde: ‘De Klerikalen zijn altijd de vijanden der bekwaamheidskiezers geweest. Zoo men hunne gazetten gelooven moet, zal het ministerie weldra een wetsontwerp neerleggen, om een deel dier kiezers af te schaffen. Wij durven dus verhopen, dat gij van uw recht een verstandig gebruik zult maken en voor degenen kiezen zult, die met gedachten van vrijheid en verlichting bezield zijn en U het kiesrecht hebben verleend. Met den wensch dat onze hoop niet te leur gesteld worde, bieden wij U de verzekering onzer broederlijke gevoelens aan.’

Verder verloop
Het systeem van de bekwaamheidskiezers, of capaciteitskiezers, werd zonder veel wijzigingen gehandhaafd tot de grondwetsherziening van 1893 die de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht voor mannen in 1894 mogelijk maakte. Voor meer informatie over de evolutie van het kiesrecht, zie de tijdlijn Hoe algemeen is het stemrecht? van Liberas/Liberaal Archief, Amsab-ISG en het Rijksarchief.

 

Deze tekst is deels gebaseerd op het hoofdstuk ‘Het einde van het cijnskiesstelsel “pur sang”’ van Bart D’hondt in Steve Heylen (red.), Geschiedenis van de provincie Antwerpen: een politieke biografie (Antwerpen: Provinciebestuur Antwerpen, 2005).

Verdere bronnen:
Bart De Graeve, Meer dan ‘Kiezersfabrieken’? De bekwaamheidskiezersbonden als emanciperende politieke factor in grote en kleine Vlaamse steden (1883-1893) (Masterproef Universiteit Antwerpen, 2008-2009)
Het Volksbelang (1 september 1883) Liberas, Archief Kring der Liberale Bekwaamheidskiezers van het kanton Lier (archief nr. 957).

Gelukwensen voor het kiesexamen