Menu
“Give me your farmers” - Belgische migranten in Canada in 1929
Collectie
donderdag 4 februari 2021
Geschreven door: Marc Haegeman

“Goede oogsten, gezond klimaat, geringe belasting, kostelooze scholen”. Het informatieblad West-Canada, uitgegeven door de Canadese emigratieagent in Antwerpen in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog, ging wel heel kort door de bocht om Canada “The Last Best West” als het beloofde land voor te stellen. Het Canadese immigratiebeleid was in de 19de eeuw altijd bijzonder restrictief geweest en zelfs wanneer de vraag naar buitenlandse werkkrachten, en dan vooral landbouwers, toenam, waren sommige settlers meer welkom dan andere. Belgische inwijkelingen werden evenwel tot “preferred class of immigrants” gerekend.

Het heeft onze landgenoten weliswaar niet meteen massaal naar Canada gelokt – tussen ca. 1890 en de jaren 1930 kozen amper 30.000 Belgen voor “het land van de ahorn”, terwijl de echt grote migratiegolf pas na de Tweede Wereldoorlog zou volgen. Sommigen probeerden het toch al als seizoenarbeiders, anderen vestigden er zich definitief en bouwden een bloeiende zaak uit. In ieder geval trok de Belgische aanwezigheid in Canada de aandacht van Louis Varlez en Lucien Brunin, die in de zomer van 1929 door het land reisden. De Gentse hoogleraar Varlez, advocaat en socioloog, werkloosheids- en migratiespecialist, was als lid van de Internationale Arbeidersorganisatie onderweg naar een conferentie in Kioto, Japan. Door zijn zwakke gezondheid kon hij het vliegtuig niet nemen, doch de maandenlange tocht via Noord-Amerika naar Azië gaf hem de gelegenheid om diverse aspecten uit zijn vakgebied in verschillende streken te observeren en te becommentariëren. Zijn briefwisseling en foto’s belichten enkele interessante Belgische gevallen.

Lucien Brunin (rechts) met enkele Vlaamse settlers in Wallaceburg, Ontario. Foto van Louis Varlez, 17/08/1929 – https://hdl.handle.net/21.12117/17623751

De eerste landgenoten ontmoetten Varlez en zijn reisgezel in Ottawa – diplomaten, maar ook rijk geworden avonturiers – maar echt interessant werd het in Wallaceburg, Ontario. Dit kleine plaatsje vlakbij het Amerikaanse Detroit, tussen de Grote Meren, gesticht door Schotten die hun nationale held William Wallace (of Braveheart fame) wilden eren, was een centrum voor de glasnijverheid en de suikerbietenteelt geworden.

De Belgische migranten in Ontario in het begin van de 20ste eeuw, zoals de Van Dammes en de Van Watteghems uit Moerbeke, waren hoofdzakelijk uit Oost- en West-Vlaanderen afkomstig en actief in de suikerbieten- en tabakscultuur. Varlez was onder de indruk van de werkijver en de expertise van de Vlaamse boeren, maar hij merkte ook hun samenhorigheid op, die concurrentie van andere inwijkelingen praktisch onmogelijk maakte. Lucien Brunin, de 25-jarige neef van Varlez die hem op zijn roadtrip chaperonneerde, vergeleek de Belgische settlers wat oneerbiedig met koekoeken: wanneer ze in een dorp aankwamen, pakten ze de beste grond in en door harder en meer te werken, werden alle concurrenten verdreven. 

Zuivelboer Van Walleghem uit Wingene met zijn zoon voor hun stallen in Fort Garry, Manitoba. Foto van Louis Varlez, 29/08/1929 – https://hdl.handle.net/21.12117/17626018

Zo’n 2000 km verder naar het westen, in Winnipeg, Manitoba, bezochten ze enkele Belgische melkveehoeves die in de voorafgaande decennia vooral door inwijkelingen uit Wingene en Ruiselede (onder wie Bossuyt, Nuyttens, Van Walleghem) waren opgericht. In de “boomtown” Saint Boniface, een voorstad van Winnipeg, waren ze te gast in de “Club Belge” die, gesticht in 1905, al meer dan 1000 leden telde. Tenslotte maakten ze een excursie naar het door Belgen gestichte plaatsje Bruxelles, in de zuidelijke prairies van Manitoba, home voor een 120-tal boerengezinnen.

Varlez vond hier eenzelfde succesverhaal als in Ontario. Met ruim 80 hoeves speelden de Belgen in en rond Winnipeg een toonaangevende rol in de melkproductie en -distributie. Hun kraaknette “dairy farms” waren echte modelhoeves en verschillende Vlaamse families bleven decennialang actief in de provinciale zuivelnijverheid. Varlez bezocht in Saint Boniface ook het in aanbouw zijnde hoofdgebouw van de Modern Dairy Limited, opgericht door Alfred Arthur De Cruyenaere in 1920. Hij noteerde terzijde hoezeer de Vlaamse migranten gehecht waren aan hun taal. Ook hun in Canada geboren kinderen spraken nog steeds Nederlands. In het geval van de Van Walleghems uit Wingene merkte hij zelfs op dat de 20-jarige zoon een correcter Nederlands sprak dan zijn vader.

Het verenigingslokaal van de Club Belge in Saint Boniface (Winnipeg), Manitoba. Foto van Louis Varlez, 31/08/1929 – https://hdl.handle.net/21.12117/17625908

Door het harde klimaat, de grote afstanden, het ontbreken van een sociaal vangnet, de misoogsten en de moeilijke jaren 1930 werd Canada zeker niet voor iedereen het beloofde land. Toch kan de Belgische migratie naar Canada in de eerste decennia van de 20ste eeuw, hoe bescheiden in absolute cijfers ook, als een succes worden beschouwd. De werkijver en de onderlinge solidariteit die Varlez en Brunin opmerkten, evenals de vlotte integratie van de Belgen in hun gastland heeft voor beide partijen op termijn zijn vruchten afgeworpen.

Bronnen:

– De briefwisseling en de foto’s van Louis Varlez kunnen via de website van Liberas geconsulteerd worden (https://www.liberas.eu/).

– Lucien Brunin, Un tour du monde 1929-1930. Academia Press en Liberaal Archief, 2013.

– Cornelius J. Jaenen, The Belgians in Canada. Ottawa, 1991.

– Karen Nicholson, The Dairy Industry in Manitoba, 1880-2000. Historic Resources Branch, March 2002 (https://www.gov.mb.ca/chc/hrb/internal_reports/pdfs/Dairy_Industry_Mb.pdf).

– Andreas Stynen (red.) Boer vindt land. Vlaamse migranten en Noord Amerika. ADVN en Davidsfonds, 2014.